***** Twee collega’s van het Concertgebouworkest van Amsterdam, een trompettist en een trombonist, kwamen samen om een heel, heel originele cd op te nemen. Daarop klinken trompet en trombone zoals u ze nooit eerder hoorde. Niet te missen.

***** Twee collega’s van het Concertgebouworkest van Amsterdam, een trompettist en een trombonist, kwamen samen om een heel, heel originele cd op te nemen. Daarop klinken trompet en trombone zoals u ze nooit eerder hoorde. Niet te missen.

Tintomara, zo heet de cd, is een seksueel dualistische figuur die voorkomt in “Törnrosens bok”, het vierde deel van “Drottningens juvelsmycke” of “Azouras Lazuli Tintomara” van de Zweedse auteur Jonas Love Almqvist (1793-1859). Tintomara symboliseert en verklankt het androgyne mannelijk en vrouwelijk karakter van zowel trompet als trombone. Het doordringend geluid van de trompet in militaire fanfares bv. klinkt mannelijk terwijl de trompet in wezen een sopraan instrument is. Glissandi van de trombone roepen sensuele tot moederlijke associaties op, maar het bereik van de trombone komt eigenlijk overeen met de mannelijke stem. Dat lezen we ongeveer in de inleiding. En dan is er nog de trombone als metafoor voor mannelijke seksualiteit in één van de liederen van de Zweedse liedcomponist Carl Michael Bellman (1740-1795), wanneer het personage Movitz er mee in bed kruipt. Tussen haakjes, het is een tijdje geleden maar de naam Bellman kan u kennen van de platen van Cornelis Vreeswijk. M.a.w. veelzijdig, dubbelzinnig, een waaier van kleuren.

Grensverleggend en tweeslachtig

De combinatie van trompet en trombone, van de sopraanstem van de trompet met de tenor van de trombone is grensverleggend.

De trombonist heet Jörgen van Rijen en de trompettist heet Wim van Hasselt. Jörgen geeft les aan het Rotterdams Conservatorium en Wim is professor trompet aan de Hochschule für Musik in Freiburg. Wim is nota bene afkomstig uit Turnhout. Op de cd staan zowel bewerkingen als oorspronkelijke composities. Vooreerst drie bewerkingen van duetten van Henry Purcell. “Sound the Trumpet” is afkomstig van  één van de prachtige Odes die Purcell componeerde voor de verjaardag van koningin Mary. De oorspronkelijke trompetten en pauken zijn bewerkt voor trompet, trombone, kistorgel (d.i. een positief, klein pijporgel), cello en barokgitaar. Ook in “My dearest, my fairest” en in “Hark, how the songsters of the grove”  worden  de twee oorspronkelijke, vocale  sopraanpartijen  gespeeld door trompet en trombone. Best aardig.

De Zweedse trombonist Folke Rabe (°1935) componeerde “Tintomara” voor trompet en trombone in 1992 in opdracht van trombonist Christian Lindberg en trompettist Hàkan Hardenberger. En dit voor een uitvoering tijdens het Stockholm New Music Festival in 1993. Het is precies in deze compositie dat de tweeslachtigheid van beide instrumenten te horen is. De veel te weinig bekende Franse componist Jean-Michel Damase (1928-2013) zette de post-tonale lijn van Debussy en Ravel voort in zijn lieflijk en charmant Trio voor trompet, trombone en piano uit 1983. “One Trumpet” (2000) van Martijn Padding (°1956), docent compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag, is zoals de titel laat vermoeden, een compositie voor trompetsolo. Een driedelige liedvorm toont een uitermate virtuoos en rijk pallet aan speelwijzen, van “vulgair vibrato”, zo lezen we in de tekst van Clemens Romijn in het bijhorend boekje, en kwarttonen tot alleen middels een speciale embouchure te produceren pedaaltonen. Buitengewoon. In het arrangement van de Passacaille uit het Pianotrio voor piano, viool en cello 1914 van Maurice Ravel wordt de vioolpartij gespeeld op een bugel en de cellopartij op trombone.

 “Slipstream for trombone and loop station” uit 2012 is wellicht de meest originele compositie op de cd. Ze is van de hand van de in München geboren maar in Nederland wonende componist Florian Magnus Maier (°1973). Het in “Slipstream” gebruikte ‘loop station’ is een apparaat met pedalen waarmee de trombonist zichzelf opneemt tijdens het spelen. Vervolgens kan hij door het indrukken van de pedalen gedeelten van wat net opgenomen is weer afspelen, er iets nieuw bij opnemen of het wissen. Zo ontstaan er ‘loops’ waarmee de solist zichzelf begeleidt. Er is niets vooraf opgenomen maar wat live wordt gespeeld, herhaalt zich in allerlei combinaties zodat het lijkt alsof er een heel ensemble speelt. Buitengewoon, niet te missen! “Eastwind, for Trumpet, Trombone and Brass Ensemble” (vier trompetten, drie trombones en één bas trombone) uit 2012 is van de hand van de Zwitserse componist Jean-François Michel (1957). Hij was van 1976 tot 1986 solo-trompettist van de Münchener Philharmoniker en van het gerenommeerd Münchense Bach-Orkest  o.l.v. Karl Richter. Niet niks. Het verrassend onderhoudende “Eastwind” dat diverse guitige muzikale stijlen combineert, werd gecomponeerd voor de Sloveense trombonesolist Branimir Slokar (°1946) die de eerste uitvoering gaf in juli 2012 bij de opening van het 61ste Festival van Ljubljana in Slovenië.

Een cd met schitterende, sonoor verruimende klanken en klankcombinaties van beide, bronstige kopers. Virtuoos, verrassend en verruimend. Een heel, heel bijzondere cd die u toch minstens één keer heel aandachtig moet beluisteren. Bravo!