***** Wie Haydns "Die sieben letzten Worte" kent, kan in deze Septem Verba a Christo van Pergolesi een aangrijpende vocale pendant vinden. Een nieuwe samenstelling van dit werk en een meer samenhangende partituur krijgen op Harmonia Mundi de aandacht van René Jacobs, samen met vier uiterst geschikte solisten en de immer precieze Akademie für Alte Musik Berlin.

Wie Haydns "Die sieben letzten Worte" kent, kan in deze Septem Verba a Christo van Pergolesi een aangrijpende vocale pendant vinden. Een nieuwe samenstelling van dit werk en een meer samenhangende partituur krijgen op Harmonia Mundi de aandacht van René Jacobs, samen met vier uiterst geschikte solisten en de immer precieze Akademie für Alte Musik Berlin.

 

De laatste aria van dit werk met de “Zeven laatste woorden van Christus aan het Kruis” klinkt als een regelrechte opera-aria: bewogen en extatisch. De Ziel bezweert Christus samen met hem het leven te kunnen verlaten en opgenomen te worden in het “Paradijs”, “In Patria”, staat er letterlijk in de tekst, Patria met hoofdletter.

 

Voor we aan die slotaria gekomen zijn, hebben we een perfecte meditatie beluisterd voor de passietijd van de Goede Week. De zeven delen, “Verbum I” tot “Verbum VII”, worden telkens ingeleid met een citaat van de woorden die Christus voorafgaand aan zijn dood sprak. Elk deel bestaat uit een dialoog tussen Christus en de ‘Ziel’, Anima en suggereert een mystieke liefde. Wie Haydns Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze kent, in de originele symfonische versie of de kwartetversie (voor mij intenser), kan in deze compositie van Giovanni Battista Pergolesi een aangrijpende vocale pendant vinden.

 

De origine van de compositie was in de loop van de muziekgeschiedenis omstreden. De manuscriptgeschiedenis van het werk staat mooi toegelicht in het cd-boekje, maar om bij deze opname van René Jacobs uit te komen, kunnen we kort vermelden dat er in 2009 door de musicoloog Reinhard Fehling een nieuw manuscript ontdekt werd in de abdij van Kremsmünster in Oberösterreich (tussen Salzburg en Linz). Dit leidde samen met de reeds gekende bronnen tot een nieuwe samenstelling van het werk en tot een samenhangende partituur, die – het kan ons niet verwonderen – de aandacht kreeg van René Jacobs, altijd geïnteresseerd om authentieke waardevolle dingen te ontdekken en uit te voeren. In de toelichting in het cd-boekje wijst hij ook op enkele muzikale karakteristieken van het stuk (o.a. de symboliek van de toonaard en de cyclische structuur). Elk deel heeft als intro de in het gregoriaans geciteerde woorden van Christus en bestaat uit een recitatief en twee aria’s.

 

Jacobs bracht een kwartet van vier uiterst geschikte solisten bij elkaar. De Christuspartij wordt steeds door de bas gezongen met één uitzondering en het is – zoals Jacobs zegt – nog steeds een mysterie waarom in het tweede deel Christus door een tenor gezongen wordt. De bas is Konstantin Wolff, die iets somber-klagends in zijn stem heeft (of legt voor dit werk) en het meeste indruk op mij gemaakt heeft in Verbum III, waar hij in de aria zijn Moeder aanspreekt. De tenor Julien Behr heeft een lichte Mozartiaanse tenorstem met soms iets te veel vibrato naar mijn smaak, al past dit wel bij de affectiviteit van de tekst, zoals in de aria van Verbum II, waar de harp trouwens op eenvoudige wijze zeer mooi de tekst onderstreept. Ook de contratenor Christophe Dumaux is perfect gecast en Sophie Karthäuser zingt innig en met treurende toon in de stem. De souplesse van de stem is aangepast aan de inhoud van de tekst, nooit overdreven maar emotioneel bewogen.

 

De Akademie für Alte Musik Berlin is een toonbeeld van precisie en tekstondersteuning. Ik haalde het al aan voor de harp, maar hetzelfde geldt voor de hoorn (omringt knap de Christus-tekst van I en VII, volgens Jacobs symbool voor het koninklijke karakter van Christus), voor het orgel, voor de strijkers. Het orkest jubelt op het einde als er sprake is van het Paradijs.

 

Een ingetogen Passie-cd, die ook buiten de Goede Week een vocaal meesterwerk blijft.