François Couperin (1668-1733) en Jean-Féry Rebel (1666-1747) zijn absolute tijd- en landgenoten. Zij zijn typische adepten van de losse Franse barok. Muziek die moet vrolijk maken, zorgeloos zijn en niet tot nadenken mag stemmen. Hetzelfde kan je niet zeggen van die andere tijdgenoot, wel een kleine generatie later geboren, Johann Sebastian Bach (1685-1750).

François Couperin (1668-1733) en Jean-Féry Rebel (1666-1747) zijn absolute tijd- en landgenoten. Zij zijn typische adepten van de losse Franse barok. Muziek die moet vrolijk maken, zorgeloos zijn en niet tot nadenken mag stemmen. Hetzelfde kan je niet zeggen van die andere tijdgenoot, wel een kleine generatie later geboren, Johann Sebastian Bach (1685-1750).

**** Couperin en Rebel

De leeftijdsgenoten François Couperin en Jean-Féry Rebel leveren op deze cd, gespeeld door het bekende ensemble Florilegium, Les Nations (Couperin) en Les Caractères de la danse (Rebel). Het gaat om allemaal dansmuziek of op zijn minst bewegingen die naar de dans in zijn vele bekende vormen verwijst.

Het is niet zo dat je meteen de kriebels krijgt om te dansen als je een gavotte of een menuet hoort. Het werden gecultiveerde compositiebegrippen die een leven op zich gingen leiden maar wel trouw bleven aan de vorm.

Les Nations Première Ordre: La Française en Deuxième Ordre: L’Espagnole zijn alom bekend en ook het werk van Rebel krijg je wel eens te horen. Goed is ze samen uit te brengen op cd, al houdt het een risico in en dat is dat je teveel van hetzelfde krijgt. Ook al zijn de stukken inhoudelijk verschillend, ze hebben ook veel gemeen en het luisteren zondermeer is niet voor iedereen goed vol te houden. Dat ligt zuiver aan de muziek en ja, begrijpelijk ook want het was ontspanningsmuziek om gespeeld te worden in feestelijke omstandigheden in een tijd dat men niet naar muziek luisterde zoals vandaag. Er ging misschien veel meer aan het oor verloren toen dan we ons kunnen voorstellen. De geluiden van de disgenodigden zullen wel meer dan eens de muziek overstemd hebben. Klinkende bekers, kletsende vorken en lepels op borden, geroezemoes van over en weer pratende gasten, gelach, heen en weer geloop van opdienend en tafelruimend personeel. Het was wat! En wij? Wij luisteren in alle stilte en ernst. Tijden veranderen.

De uitvoering op zich is rijk aan frasering, ze leeft! Florilegium behoort tot de beste ensembles gespecialiseerd in barokmuziek. Ze bewijzen het op deze cd nog maar eens. Luisteren naar deze cd? Doe het eens aan een feestdis? Ja hoor.

**** Bach door Olivier Cavé

De Zwitserse pianist Olivier Cavé speelt door Bach bewerkte Italiaanse concerti en op de Italiaanse barok geïnspireerde composities van Bach zelf. We misleiden u in de bovenstaande titel ‘Fransen en Barok’ en dit om u het verschil duidelijk te maken tussen de Franse barok en de wijze waarop door de Fransen gecomponeerd werd en de visie van Bach.

Bach wilde dat naar zijn muziek geluisterd werd. We vinden dan ook veel ernst terug in zijn werken. Het is een groot contrast dat je in deze cd bijvoorbeeld in elke zin, in elke noot hoort in het langzame deel van het Italiaans Concerto. Ja, je moet luisteren, en wel in stilte. Dit eist je aandacht op. Niet dat Bach niet van lossere muziek hield. Hij verwees bijvoorbeeld de muziek van zijn Italiaanse collega’s niet naar de prullenbak, wel integendeel. Het was voor hem een inspiratie en uit erkenning heeft hij zich heel wat van hun werken eigen gemaakt en bewerkt. Op deze cd luisteren we naar werken van Vivaldi en Marcello. Bach kende de groten… En zo krijgen we op twee cd’s eigenlijk de barok uit drie bepalende culturele stromingen in Europa: de Duitse, de Italiaanse en de Franse.

Olivier Cavé bewerkte ze allemaal opnieuw om ze op piano weer te geven. Het mag terug tegenwoordig, barok op piano spelen ook al is het nooit echt weg geweest. We begrijpen de ‘puristen’ maar we begrijpen ook dat geniale muziek zoals die van Bach zo sterk is, dat het instrument eigenlijk ‘maar’ instrument is en niet bepalend voor de weergave van de muziek. De composities overstijgen het instrumentarium in meer dan één werk. Dit geldt niet voor àlles van bijvoorbeeld Bach. Het blijft toch wel opletten want je kan hem ook stuk musiceren door zijn werk te transcriberen voor instrument zus of zo. Cavé maakt niets stuk, hij behandelt elk werk met het vereiste, het verplichte respect voor de grootmeester. Zo speelt hij niet alleen zeer duidelijk begrijpend voor elk oor, hij fraseert met veel variaties en op- en afbouw, laat de muziek met uitgekiende pauzes ademen en hij geeft de luisteraar de tijd in de vele emoties weg te zinken. Slechts één echt minpunt is het gebruik van het pedaal. Waarom het niet gewoon terzijde laten? Het zou het barokke karakter nog beter weergeven. We trekken er een ster voor af maar vier sterren betekent bij ons nog steeds ‘zeer  goed’ !

*** Cantates (de reeks van La Petite Bande)

Uit de reeks Bachcantates die La Petite Bande realiseerde bij het label Accent, verscheen als laatste de box met de Cantates BWV 70 – 9 – 182. “Himmelskönig sei willkommen” is de titel van de cantate 182, de twee anderen zijn “Wachet! Betet! Betet! Wachtet !” (70) en “Es ist das Heil uns kommen her” (9).

In contrast tot Olivier Cavé die Bach op piano uitvoert, tekent Sigiswald Kuijken met zijn La Petite Bande voor zo origineel mogelijke uitvoeringen die zo dichtbij als mogelijk de allereerste opvoering moeten staan qua instrumentarium en het aantal uitvoerende musici. En dat betekent een klein instrumentaal ensemble en een kleine groep zangers die zowel de solo-rollen op zich nemen als de koorpartijen zingen. Er is al veel over geschreven en over en weer gepraat, soms zeer heftig met talloze voor- en tegenargumenten. Ja, Bach roept emoties op bij al wie hem liefheeft. Op deze cd zijn de solisten/koorzangers Gerlinde Sämann (sopraan), Petra Noskaiová (alt), Christoph Genz (tenor) en Jan Van der Crabben (bas). Wie de eerste cd’s uit deze reeks hoort en de laatste, stelt vast hoe La Petite Bande groeide in deze uitvoeringspraktijk. Waar we in het begin toch wat terughoudend waren, stappen we nu volledig mee in de werkwijze van Kuijken. Of we andere uitvoeringen met groter koor en orkest dan niet meer kunnen smaken? O jawel !