Nominatie Gouden Label – Een nieuwe lied-cd van Ian Bostridge is altijd iets om naar uit te kijken. Dat is bij Requiem, The Pity of War niet anders. Ze is eens te meer een bevestiging van het veelzijdige talent van deze Britse tenor, zowel vocaal als wat tekstinterpretatie betreft.

Het moet ons niet verwonderen dat de zanger de honderdste verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog aangrijpt als thema voor een liedprogramma. Ooit liet hij immers een geslaagde academische opleiding als historicus achter zich om zanger te worden. Maar de geschiedenismicrobe heeft hem nooit losgelaten, en zo verantwoordt hij geregeld zijn keuzes als muzikant vanuit een belangstelling voor de historische verankering van een componist of een muziekstuk. Denken we bijvoorbeeld maar aan zijn schitterende studie van Schuberts Winterreise. Een meesterwerk ontleed (Nederlandse vertaling uitgegeven bij Hollands Diep) waarin hij de liedcyclus vanuit een filosofisch-historische context analyseert.

Het idee voor Requiem ontstond toen Ian Bostridge in 2016 meewerkte aan het War Requiem van Benjamin Britten. Hij vatte toen het plan op voor een liedprogramma rond oorlog en meer algemeen het soldatenleven: het tragisch sneuvelen in de loopgraven, pijnlijk afscheid van geliefden en familie. Zoals het Bostridge eigen is, horen daar in de marge poëtische thema’s als liefde en het voorbijgaan van de tijd bij. De herdenking dit jaar van het einde van de Eerste Wereldoorlog is een uitgangspunt, maar de cd beperkt zich daar niet toe. Zo krijgen enkele liederen uit de cyclus Des Knaben Wunderhorn van Gustav Mahler er een plaats in: het bekende Revelge, Der Tambourg’sell en Wo die schönen Trompeten blasen. De schrijnende liederen in A Shropshire Lad van George Butterworth verwijzen naar de tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Ze zijn gecomponeerd op gedichten van A.E. Housman (1859-1936) en werden vaak gelezen door de soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Kurt Weill zette na zijn emigratie naar de Verenigde Staten gedichten van Walt Whitman (1819-1892), geschreven tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, op muziek. De cd biedt ook een knappe ontdekking: de nauwelijks bekende componist Rudi Stephan evoceerde in 1913-14 het Bijbelse Hooglied in sensuele en tegelijk pijnlijke liederen, Ich will dir singen ein Hohelied, op teksten van Gertrud von Schlieben (1873-1939).

Tekstbegrip en vocale kleurenrijkdom

Zoals te verwachten, zingt Bostridge de liederen met zijn prachtige en tegelijk unieke timbre, waarmee baritonale warmte aan tenorale glans wordt gepaard. Wie beter dan hij heeft de stem voor dit Britse repertoire van Butterworth? Zijn stemklank is telkens aangepast aan de inhoud. Ingetogenheid en intimiteit, overredingstoon in When I was one-and-twenty, parallel met een toon van angst en onrust. Ook in de liederen van Rudi Stephan geeft Bostridge blijk van zijn vocale capaciteit om de inhoud hoorbaar te maken in klank. Pantherlied vertolkt hij als een grimmig liefdeslied, terwijl Iin In Nachbars Garten de angstige ambiguïteit doorschemert. Tegelijk zorgt Antonio Pappano voor een afstandelijke pianobegeleiding, geheel passend bij de sfeer van de liederen. In de cabaretachtige liederen van Kurt Weill kan Pappano zich even laten gaan in beheerste levendigheid, als krachtige ondersteuning van de ingehouden woede tegenover de dreiging van de dood. Hartverscheurend is het lied over de gesneuvelde soldaat, met in de piano dan teder-lyrische klanken. De Dirge is dan weer een treurig graflied waarin “sad” droef klinkt, “grave” duister, en de “bugle” als een bugel in de stem galmt. Ondertussen speelt de piano een zachte dodenmars … Ook hier is de ambiguïteit van dood en liefde in zowel tekst als muziek vreemd aanwezig: O strong dead-march you please me!

De Mahlerliederen worden uiteraard vertolkt in diens originele pianoversie. Ook hier betoont Bostridge zich opnieuw met exemplarische vocale buigzaamheid. Bitsig en bijtend in Revelge – met ook de piano hard en staccato. Wat een contrast met de tedere toon vol verlangen naar de geliefde en naar huis van het daarop volgende Wo die schönen Trompeten blasen. (In de inhoudsopgave van de cd in foute volgorde gezet.) Het slotlied, Der Tambourg’sell, laat in de opsomming van de militaire kaders – “Musketier”, “Offizier”, “Korporal”, “Grenadier” – de stem van Bostridge nog eens in al zijn kleurenpracht schitteren, alvorens te eindigen met een rustig, beslist neergezet orgelpunt als slot van de cd.

Een opname die zich in je vastbijt en aan je vel blijft kleven. Een niet alledaags programma op de meest sublieme wijze gebracht door twee muzikale toptalenten. Dat moet wel voor Goud genomineerd worden.


  • WAT: Requiem. The Pity of War
  • WIE: Ian Bostridge (tenor) & Antonio Pappano (piano)
  • UITGAVE: Warner Classics 19029566156