**** In de Renaissance zong men, begeleid op de lirone en de lira da braccio, liederen ter ere van Orfeo en Apollo. Le miroir de musique heeft op hun nieuwe cd een bloemlezing samengesteld.

**** In de Renaissance zong men, begeleid op de lirone en de lira da braccio, liederen ter ere van Orfeo en Apollo. Le miroir de musique heeft op hun nieuwe cd een bloemlezing samengesteld.

Rond 1600 ontstond in de aristocratische kringen van Noord-Italiaanse steden de Seconda pratica als tegenhanger van de Prima pratica of stile antico. Deze nieuwe pratica of stile moderno van Giulio Caccini uit zijn Le nuove musiche (1602) verving de oude, complexe polyfonie en kwam aan de basis te liggen van de barokke basso continuo-praktijk. Dat niet enkel Monteverdi deze praktijk beoefende wordt aangetoond door deze nieuwe cd.

De composities voor solozang met instrumentale begeleiding behoren tot bundels (libri) canzona’s, frottola’s, laudi sprituali, madrigalen en chansons. De klank van de historische strijkinstrumenten in combinatie met de kwaliteit van de stemmen is prachtig. De strakke, gestreken tonen van de lira da braccio, hét instrument dat in de Renaissance gelieerd was aan Orfeo en Apollo, harmonieert wonderwel met de stem van de tenor Giovanni Cantarini. Luit en lirone (lira da gamba), samen met de stem van sopraan Maria Cristina Kiehr, scheppen een bijzondere, intieme, huiselijke  sfeer. Wanneer de tenor in de rol van pastore (herder) de poëzie declameert is dat een welkome afwisseling. De monodische stijl met begeleiding van lirone van rond 1600 leidde immers tot het ontstaan van de eerste favola’s, dramma’s per musica en rappresentazioni (eerste operagenres) in recitatieve stijl.

Op de cd staan 17 composities. Drie zijn anoniem, de andere zijn van de hand van de 16de eeuwse en vroeg 17de eeuwse componisten Demofonte, Tromboncino, Dammonis, Fogliano, Corteccia, D'India, Saracini, Striggio, Caccini, Razzi, della  Viola en  Arcadelt. En hoewel een zekere eentonigheid de cd niet vreemd is, (jammer dat er geen dansen opgenomen zijn ter afwisseling), bieden de 17 composities een mooie bloemlezing van de vroeg Italiaanse monodische kunst. De Lauden “Pianzeti, christiani” en “Vengo a te, madre Maria” geven een mooi beeld van de rijke instrumentale schriftuur en de gecombineerde, rustieke klank van de luit, lirone en viool nodigen uit tot een goed glas wijn bij het knetterend haardvuur. Volgt u de teksten in het bijhorend boekje, krijgt u de bijzondere, literaire meerwaarde.