Nominatie Gouden Label – Deze cd verscheen reeds enkele maanden geleden, maar uiteindelijk is elk tijdstip geschikt voor het beluisteren van religieuze muziek, temeer omdat deze opname zeker de aandacht waard is. Het gaat immers over twee weinig bekende werken in een vertolking van bij ons met het Vlaams Radiokoor en Brussels Philharmonic.

Zowel van het Stabat Mater als van het Requiem zitten er veel beroemdere exemplaren in het repertoire dan het Stabat Mater van Francis Poulenc en het Requiem van Alfred Desenclos. De ontdekking op deze cd is daarom des te boeiender. Hervé Niquet wilde met deze werken zijn Requiemreeks afsluiten. Die ligt hem als Frans dirigent heel nauw aan het hart. In de cd-toelichting verklaart hij dat de Franse muziek hem beter dan welke andere ook als “eigen” aanvoelt. Door zijn afkomst en opleiding behoort ze als het ware tot zijn biotoop. Geen loze woorden, want de cd bewijst dat hij er ook in slaagt zijn intens aanvoelen van deze muziek over te brengen naar de zangers en muzikanten.

Francis Poulenc componeerde het Stabat Mater in 1950 na de dood van zijn vriend Christian Bérard. Hij plande eigenlijk een Requiem, maar na een bezoek aan de pelgrimsplaats Rocamadour koos hij voor de middeleeuwse tekst van het Stabat Mater. Het werk is gekenmerkt door vloeiende modulaties, die het verhaal van het verdriet van de moeder bij de dood van haar zoon emotioneel verklanken. Ontroering en verfijning zijn de sleutelwoorden van deze uitvoering door het Vlaams Radiokoor en Brussels Philharmonic. Een eerste hoogtepunt is het derde deel voor a capella-koor, O quam tristis. In Quis est homo klinkt een uitdagende kreet: wie zou onbewogen kunnen blijven?! De soliste Marion Tassou – die slechts in drie delen voorkomt – zingt een zeer aangrijpend Vidit suum. De toon is vooral smekend en intiem, behalve in de vraag naar verlossing Inflammatus et accensus die in zijn felheid bijna de kracht van het dies irae uit een requiem heeft. Het gaat tenslotte ook over de “dag des oordeels”. Het deel herinnert ook sterk aan het ijzingwekkende slot van Poulencs Dialogues des Carmélites. Na een dramatisch Paradisi gloria volgt een sereen Amen. Een opname die verfijnde klankkleuren met gepast contrast combineert.

Dezelfde toon wordt feilloos voortgezet in het al helemaal onbekende Requiem van Alfred Desenclos. Dit werk komt zelfs niet voor in de nochtans uitgebreide en zeer interessante Kroniek van het Requiem, in redactie van Pieter Bergé uitgegeven in 2011. Het Requiem van Alfred Desenclos kende een lange ontstaansperiode. Voor het eerst vermeld in 1956, ging het pas in 1963 in première, zo leren we uit het verhaal van de zoon van de componist in het cd-boekje. Het is vooral een troostend stuk dat gespreid is over een zacht tapijt geweven op de milde weemoedige tonen van het orgel. Met die mooie orgeltoon begint trouwens het werk, opgenomen in de Jezuïetenkerk in Heverlee. Zelfs het Libera me met de dies irae-passage wordt niet heftig noch beangstigend. Het is eerder bezwerend monotoon. Het Radiokoor zorgt in de deskundige en gevoelig-smedende handen van Niquet voor een uitvoering die erom vraagt te luisteren in concentratie en rust.

Een laatste plus: de cd is door Evil Penguin eens te meer superverzorgd uitgegeven in hard karton met viertalige toelichting (dus ook in Nederlands).


  • WAT: Francis Poulenc (1899-1963) – Stabat Mater || Alfred Desenclos (1912-1971) – Requiem
  • WIE: Vlaams Radiokoor en Brussels Philharmonic o.l.v. Hervé Niquet – Marion Tassou (sopraan) – François Saint-Yves (orgel)
  • UITGAVE: Evil Penguin – EPRC 0032