*** Het orgel – koningin der muziekinstrumenten – wordt tegenwoordig vaak eerder als stiefmoeder behandeld dan als ’majesteit’. De cd-producties met exclusief orgelmuziek zijn uiterst zeldzaam. Een radioprogramma met focus op het orgel werd definitief (?) naar de archieven verbannen – door een vreemde keuze vanwege programmadirecteuren en andere nethoofden – en op tv is het helemaal onbestaande…

*** Het orgel – koningin der muziekinstrumenten – wordt tegenwoordig vaak eerder als stiefmoeder behandeld dan als ’majesteit’. De cd-producties met exclusief orgelmuziek zijn uiterst zeldzaam. Een radioprogramma met focus op het orgel werd definitief (?) naar de archieven verbannen – door een vreemde keuze vanwege programmadirecteuren en andere nethoofden – en op tv is het helemaal onbestaande…

Specialisten

Daar zijn allicht min of meer verklaarbare redenen voor. Dat orgelmuziek voer zou zijn voor specialisten is een drogreden. Zijn we niet bijna allemaal als Vlaamse katholieke jongeren voor het eerst met muziek in contact gekomen via het orgel dat we elke zondag voor, tijdens en in het beste geval ook na de mis konden horen? Luisteren was de volgende stap die velen niet maakten. Jammer.

Feit is wel dat een beetje orgel alleen echt goed klinkt in een kerk of in een (serieuze) concertzaal. Maar u weet allicht dat de orgels van het Paleis voor Schone Kunsten en van het Conservatorium in Brussel al jaren staan te verkommeren.

Ook de beste klankinstallatie met joekels van luidsprekers geeft slechts een soort afgietsel van de echte ervaring in situ. Maar wie gaat anno 2014 nog naar de kerk? Men schaamt er zich bijna voor. Iemand zei me zelfs eens: ik ga nooit een kerk binnen, zelfs niet voor de architectuur. Maar de jongste tijd klinkt er in kerken ook schitterende muziek door allerlei ensembles, van strijkkwartetten tot symfonische orkesten, van solorecital met zanger tot de grote koorwerken (J.S. Bach om er maar één te noemen) die nota bene in de eerste plaats voor de eredienst in de kerk bedoeld waren.

Geschiedenis

Het hoeft niemand te verbazen dat het ‘kleine’ Vlaanderen ‘grote’ meesters heeft voortgebracht in o.a. schilderkunst en niet minder in muziek: componisten zowel als uitvoerders en instrumentenbouwers. Die kregen vaak van koningshuizen en vorsten van alle slag opdrachten of traden in vaste dienst bij een van die mecenassen. Dat waren nog eens tijden dat een koning of prins-bisschop een orgel liet bouwen in plaats van een zeiljacht te kopen…

In de 16de en 17de eeuw waren Zuidnederlandse orgelbouwers (waartoe ook Noord-Frankrijk en het prinsbisdom Luik behoorden) zelfs de ‘norm’ in Europa. De families Mors, Brebos en Langhedal zwierven uit naar het noorden maar Filips II deed een beroep op Gillis Brebos om vier orgels te bouwen voor het Escorial in Madrid.

Tot de Luikse school behoorde Wilhelm Robustelly (1718-1793), leerling en opvolger van de broers Jean-Baptiste en Jean-François Le Picard (uit Picardië).

Robustelly was geen kneusje. Buiten het grote instrument in de abdij van Averbode leverde hij ook middelgrote instrumenten, vooral in het Brabantse, met name in Wezemaal, Leuven, Langdorp, Herent, Wakkerzeel en Sint-Truiden.

Varietas

Om het ten behoeve van de luisteraar niet te saai te maken (een optie die we met gemengde gevoelens begroeten) koos de vzw De Kroon op het Werk voor een recital op het mooie Robustelly-orgel van Langdorp met afwisselend stukjes voor orgel solo en duo’s met mezzosopraan.

Peter Breugelmans (°1966) studeerde orgel en klavecimbel aan het Conservatorium van Antwerpen bij Stanislas Deriemaeker en Jos Van Immerseel. Voortgezette studies volgden bij Jean Boyer in het Noordfranse Lille en masterclasses bij Gustav Leonhardt, Harald Vogel en Jacques van Oortmerssen. Van 2006 tot 2012 was Breugelmans stadsorganist van Leuven en hij doceert tegenwoordig in Brasschaat en in Leuven.

Maaike Van Steenbergen studeerde piano en kamermuziek aan het Conservatorium van Antwerpen maar kreeg ook zangles van Liane Jespers en Mireille Capelle. Ze trad op in belangrijke producties als Messiah van Handel, solocantates van J.S. Bach, G.F. Telemann, Scarlatti, Buxtehude, enzovoort én in opera’s van Handel (Alcina, Rinaldo, Julio Cesare), Rossini (Barbier van Sevilla, Cenerentola), Mozart (La clemenza de Tito, Cosi fan tutte) en Monteverdi (Incoronazione di Poppea). Een visitekaartje om u tegen te zeggen.

Reis door Europa

Het programma op de cd is een reis door Europa: naar de landen waar het tussen de 15de en de 18de eeuw eigenlijk “te doen” was op het vlak van orgelbouw en compositie voor het instrument (hier even afstand nemend van het toch wel belangrijke gebied van wat nu het verenigd Duitsland is – jammer, maar je kan niet alles hebben).

Om in de sfeer te komen: een viergelui met het Salve Regina op de klokken van de Sint-Pieterskerk in Langdorp.

Op de afwisseling orgel solo en duo met mezzosopraan gaan we niet verder in. Het is best evenwichtig gedoseerd en een zeer aangename kennismaking met beide virtuozen in hun vak.

We houden ook niet van alle orgelstukjes en precies daarom is het jammer dat niet nog méér variatie werd opgenomen door… ook over de Rijn een blik te werpen. Maar daar had je natuurlijk andere belangrijke orgelbouwers… die niet passen in een project over Robustelly.

Grote lijnen

De grote lijnen voeren ons in de eerste plaats langs de Nederlanden, met Peeter Cornet, Constantijn Huygens en Jan-Pieterszoon Sweelinck uit het schakelmoment tussen 16e en 17de eeuw. 

Vervolgens zitten we in Spanje, met Pablo Bruna, José de Torres Martínez-Bravo en drie anonieme stukjes uit de latere helft van de 17de eeuw.

Met mooie pagina’s uit Fiori Musicali en Primo Libro d’Arie Musicali van Girolamo Frescobaldi (1583-1964) zitten we vanzelfsprekend in Italië, met als toetje de Fantasia I van Johann Jacob Froberger 1616-1667), geboren in Stuttgart maar uitgeweken en overleden in Montbéliard, Frankrijk.

Een logische overgang naar het laatste land in het rijtje: Frankrijk.

De belangrijkste bard in deze context is natuurlijk François Couperin (1668-1733). Van hem uit de Messe à l’usage des Couvents: Elévation, Tierce en Taille en tot slot het volledige Gloria voor orgel solo. Zeer mooi en boeiend vertolkt. 

Tussen beide brokken Couperin figureren drie stukjes van Michel l’Affilard (1658-1708), uit Principes très faciles pour bien apprendre la musique (uit 1694): Courante, Passacaille en Canaries en rondeau. ’t Is maar wat je “facile” noemt: drie pareltjes waarin Maaike Van Steenbergen schittert, hierbij ondersteund door een (hier eerder) discreet orgel.