***** Als iemand me zou vragen welke opname van Winterreise ik zou aanraden, dan behoort deze zeker tot de favoriete kanshebbers. Finley zet zijn baritonstem verfijnd en met vastheid in. Er klinkt nooit een greintje onzekerheid, wel intense innerlijkheid. Zijn timbre past bij de treurigheid van de cyclus. Zijn Duitse dictie is perfect, de emoties beheerst maar toch aangrijpend. Kortom een modeluitvoering.

***** Als iemand me zou vragen welke opname van Winterreise ik zou aanraden, dan behoort deze zeker tot de favoriete kanshebbers. Finley zet zijn baritonstem verfijnd en met vastheid in. Er klinkt nooit een greintje onzekerheid, wel intense innerlijkheid. Zijn timbre past bij de treurigheid van de cyclus. Zijn Duitse dictie is perfect, de emoties beheerst maar toch aangrijpend. Kortom een modeluitvoering.

 

Hyperion is een droomlabel voor kamermuziek en lied. Niet verwonderlijk: het heeft – om bij het genre van het lied te blijven – Graham Johnson bij zijn muzikanten, gewoonweg de beste Schubertexpert van de wereld, die bovendien ook al ettelijke andere integrale liedseries heeft gepresenteerd bij dit label (Schumann, Brahms, Fauré). Maar een 37-delige Schubert-editie met Graham Johnson en een schare knappe liedzangers – waarin uiteraard ook een Winterreise zit als volume 30 met Matthias Goerne – belet Hyperion niet nieuwe Schubert-opnamen te maken met andere uitstekende zangers van het moment, zoals Gerald Finley.

 

Regelrecht doodsverlangen

 

Deze opname is in vergelijking met de opname met tenor Jonas Kaufmann, die hier onlangs aan bod kwam, eerder een “traditionele” uitvoering, zonder uitgesproken excentrieke accenten. De tekstinterpretatie is evenwel zeer expressief, totaal vrij van enige overdrijving, nergens geforceerd. Julius Drake volgt de zanger heel oplettend en een woord als “sacht” krijgt zijn gelijke waarde in de piano. “Rückblick” is echt als een herinnering, in “Frühlingstraum” klinkt “Wann halt’ich mein Liebchen im Arm” verlangend, als een droom. Daar tegenover vertolkt Finley “Wie weit noch bis zur Bahre” (in “Der greise Kopf”) als een regelrecht doodsverlangen, net zoals bij “eine Strasse” die “Keiner ging zurück” in “Der Wegweiser”. In het voorlaatste lied “Die Nebensonnen” interpreteert Finley “Im Dunkeln wird mir wohler sein” als een verzoening met de dood. De linkerhand in de piano in “Der Leiermann” klinkt doorheen het hele lied als een zachte doodsklok.

 

Finley en Drake volgen zeer trouw de aanwijzingen in de partituur (leise, stark, etwas bewegt, …) maar dit maakt de uitvoering allesbehalve schools, integendeel. Het maakt ze juist heel gevoelig en genuanceerd, met groot respect voor wat Schubert wilde uitdrukken. Zo brengen ze van lied tot lied de rijkdom en finesse van Schuberts liedcyclus tot uiting waarbij ze de luisteraar tegelijk steeds meer aangrijpen door de eenzaamheid, de triestheid en het ijzige mysterie van deze Winterreise. Aan het einde blijf je verstild achter van pure ontroering.