Gouden Label Begin dit jaar las ik in een nieuwjaarswens: “We leggen de lat zo hoog, dat we er vanzelf onderdoor kunnen lopen”. Voor een Gouden Label  bij Klassiek-Centraal leggen we de lat zo hoog mogelijk en toch… slaagt pianist Pierre-Laurent Aimard (°1957) er telkens in erover te wippen en met een ruime marge bovendien.

Gouden Label Begin dit jaar las ik in een nieuwjaarswens: “We leggen de lat zo hoog, dat we er vanzelf onderdoor kunnen lopen”. Voor een Gouden Label  bij Klassiek-Centraal leggen we de lat zo hoog mogelijk en toch… slaagt pianist Pierre-Laurent Aimard (°1957) er telkens in erover te wippen en met een ruime marge bovendien.

Een solorecital van deze Franse pianist is altijd een beetje reizen… tot in de uithoeken van wat op de piano mogelijk is. Als twaalfjarige (!) ging hij in de leer bij Yvonne Loriod en maakte zo uit eerste hand kennis met het werk van haar man Olivier Messiaen ( 1908-1992). Niet toevallig is Aimard een van de leidinggevende Messiaen-vertolkers. Hij won de Olivier Messiaen Wedstrijd in 1973 en dat werd het begin van een internationale carrière. Namen als Boulez, Celibidache, Ozawa, Mehta, Sinopoli, Nagano prijken aan de sterrenhemel die Aimard als het ware omhelst. De lijst met prijzen voor optredens overal ter wereld en voor opnames (o. a. bij Deutsche Grammophon) is bijzonder indrukwekkend. Voor de ‘kleine’ geschiedenis, nou ja kleine… is Aimard docent aan het Conservatoire National van Parijs, aan de Musikhochschule van Keulen, artistiek directeur van het Aldeburgh Festival in Engeland. Hij geeft solorecitals, treedt op met de meest befaamde orkesten en dirigeert aan de piano het Chamber Orchestra of Europe. Say no more.

De man is bovendien de charmante bescheidenheid zelf, gaat minzaam om met de pianostemmer en met de jongen of het meisje dat voor hem bladzijden draait. Want tot ieders verbazing speelt Aimard praktisch altijd van het blad. Niet op zicht natuurlijk. De partituur dient alleen als ‘steun’ want de man speelt bijzonder trefzeker. We hebben hem nog nooit één noot weten missen. En steun ofte houvast is zeker niet overbodig met partituren van Kurtág, Stroppa en Messiaen. Hoewel we ons niet kunnen voorstellen dat laatstgenoemde nog veel geheimen heeft voor Aimard.

Het programma vanavond is zeer gevarieerd maar heeft volgens professor Mark Delaere een groot dagboekgehalte. Het lijkt wel of sommige pagina’s van de muziek alleen voor intimi en niet voor buitenstaanders bedoeld waren. Dat is eigen aan veel romantische composities maar Bunte Blätter van Robert Schumann (1810-1856) is bijna letterlijk een dagboek. “Een soort Face Book avant la lettre” (M. Delaere).

Eerst luisteren we naar een selectie uit Játékok (Spelen) van György Kurtág (°1926). Ook dit zijn ‘flarden’ herinneringen aan een afscheid, of opgedragen stukjes voor een verjaardag of hommages aan een geliefde. Bijzonder puik gebracht, hoewel – wat niemand hoeft te verbazen – het enige tijd duurt voor het publiek ‘ingewerkt’ is in deze materie.

Na Schumann opnieuw Kurtág en een eerste keer Franz  Liszt (1811-1886). Twee relatief korte stukken: Unstern! Sinistre. De piano klinkt zes minuten lang als een beiaard met niets dan dodenklokken… Kippenvel… Dan Les Jeux d’eau à la Villa d’Este, een vrolijke waterval (de titel) uit Années de Pèlerinage III. In acht minuten wordt een totaalbeeld gecreëerd, een verre voorafspiegeling van wat Debussy en Ravel hiermee later zouden aanvangen. De vreugde sprankelt van het podium de zaal in.

Met Tangata manu van Marco Stroppa (°1959), een compositie uit 1995, zitten we tegen het einde van de 20e eeuw aan. Terwijl Liszt in zijn Jeux d’eau vooral in de discant van de piano evolueert, is Stroppa over het hele toetsenbord actief, van laag tot hoog. Het lijkt af en toe ook wel een waterval, bevat elementen van Liszt, Ravel en Messiaen maar is een hommage aan Luciano Berio (1925-2003). Het ‘thema’ is een mythe uit de Paaseilanden waarbij vier goden zoeken naar het ei van een zeezwaluw. We vertelden het u al: Aimard is altijd een beetje reizen.

De laatste twee composities vanavond zijn dan ook een beetje ‘coming home’. Met Légende nr. 1 van Liszt: François d’Assise (La prédication aux oiseaux) is… Messiaen niet ver uit de buurt en met een selectie uit de Préludes, Deuxième Livre van Claude Debussy (1862-1918) neemt Aimard ons mee in de wijde natuur met: Brouillards (mist), Bruyères (heide), Clair de Lune (manenschijn) en om te eindigen zelfs een Feu d’Artifice (vuurwerk).

“Voor dit soort avonden doen we het”, fluisterde ik professor Mark Delaere in het oor. Hij knikte en glimlachte instemmend.

Een Gouden Label voor het concert én een Gouden Label voor de dubbel-cd met ongeveer hetzelfde, maar ruim aangevulde programma: The Liszt Project (Liszt, Bartók, Berg, Messiaen, Ravel, Scriabin, Stroppa, Wagner. (DGG 4779439)