***** Het label Aeon gaf een meer dan opvallende cd uit met orkestcomposities van Tristan Murail, één van de belangrijkste vertegenwoordigers van spectrale muziek. De drie werken dateren van na 1985 en werden nooit eerder opgenomen.

***** Het label Aeon gaf een meer dan opvallende cd uit met orkestcomposities van Tristan Murail, één van de belangrijkste vertegenwoordigers van spectrale muziek. De drie werken dateren van na 1985 en werden nooit eerder opgenomen.

Tristan Murail (°1947), de zoon van de bekende schilder en dichter Gérard Murail, studeerde economie en Noord-Afrikaans Arabisch en studeerde van 1967 tot 1972 compositie bij Olivier Messiaen. Tijdens zijn vormingsjaren waren zijn voorbeelden Xenakis, Giacinto Scelsi en vooral Ligeti. Hij gaf les in computermuziek aan het  conservatorium in Parijs en compositie aan het IRCAM (het Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique). In 1973 werkte hij samen met Michaël Lévinas (jawel, zoon van) en Roger Tessier, oprichter van het Ensemble l'Itinéraire dat zich toelegde op het gebruik van elektronica en computerondersteunde compositie. Tessier liet zich onder meer inspireren door teksten van Cioran en door de schilderijen van Nicolas de Staël. Bij Murail  resulteerde dit in  composities als La Dérive des continents en Les Nuages de Magellan. Van 1997 tot 2011 was hij docent compositie aan de Columbia University in New York.

Door het volgen van een workshop bij het Ircam, toen geleid door Pierre Boulez, begon Murail computers te gebruiken om zich in akoestische fenomenen te verdiepen. In “Désintégrations” horen we bijvoorbeeld het opeenstapelen van instrumentale geluiden en synthetische klanken. Zijn muziek bereikte stilaan het stadium van uiterst verfijnde fragmentatie, zuivere articulatie, en onvoorspelbaarheid. Zijn Sept paroles pour chœur, orchestre et électronique, gecomponeerd in opdracht van de NPS ZaterdagMatinee, Radio France en van het  Ircam, ging in 2010 in het Concertgebouw van Amsterdam in première  o.l.v. … (onze) Marin Alsop.

Hugues Dufourt (°1943) studeerde piano en compositie aan het conservatorium van Genève, maar was in de jaren ’60  ook student van de superieure intellectueel Gilles Deleuze, de auteur van L'Anti-Oedipe, het eerste deel van zijn Capitalisme et schizophrénie. Hij leerde bij hem Hume, Nietzsche, Proust, Bergson en Spinoza kennen. Dufourt nam deel aan concerten van het ensemble Musique du temps in Lyon, werd componist en in 1968 hoofd van de muziekprogrammering van het Théâtre de la Cité in Villeurbanne, geleid door de schrijver, regisseur en acteur Roger Planchon. Deleuze publiceerde in die tijd Logique du sens. Ook doceerde  Dufourt filosofie aan de universiteit van Lyon. Hij nam deel aan de activiteiten van het Ensemble l'Itinéraire en richtte in 1977 met Alain Bancquart en Tristan Murail  het collectief voor instrumentaal onderzoek en  geluidssynthese op: le Collectif de recherche instrumentale et de synthèse sonore. Bancquart was de man van micro-intervallen (kwart en zestiende tonen) in een neo-seriële aanpak. Het belang van Dufourt was dat hij in 1979 de term “musique spectrale” bedacht. Gérard Grisey verkoos weliswaar de term “musique  liminal” om zijn gedachten over muzikale tijd weer te geven. Dirigent van dienst Pierre-André Valade heeft trouwens met het Orkest van Luxemburg enkele bijzondere cd’s (bij Timpani) opgenomen met onder meer Le cyprès blanc en Surgir van Hugues Dufourt.

De pioniers

De eerste componisten die spectrale muziek componeerden waren de Roemenen  Iancu Dumitrescu (°1944) en Horaţiu Rădulescu (1942-2008), en dit vanuit de erfenis van de Roemeense volksmuziek, die van nature reeds gelijkaardige  spectrale aspecten bevat, de Byzantijnse muziek en de wetenschappelijke verkenning van de harmonische componenten van het fenomeen geluid als golfverschijnsel. Ook de Japanse componist Toshiro Mayuzumi (1929-1997), die in 1958 in zijn Nirvana Symphony voor koor en orkest het akoestisch geluid van Boeddhistische klokken analyseerde en reproduceerde, behoorde tot de pioniers. Spectrale muziek is gebaseerd op de ontdekking en verkenning van de aard van muziektimbre en de spectrale ontleding van geluid. Timbre of klankkleur is het sonoor resultaat van een grondtoon en boventonen plus verschil-frequenties. Composities als Ligeti’s Atmospheres, Stimmung van Karlheinz Stockhausen, Iannis Xenakis’ Metastase, Mutations en Trois mouvements newtoniens for tape van Jean-Claude Risset (leerling van André Jolivet) of Stria van John Chowning, zijn door hun ambivalentie harmonie-timbre, typische voorbeelden. Dit geldt ook voor de werken van Giacinto Scelsi, Per Norgard  of Friedrich Cerha. Spectrale muziek poogt om met een orkest of met een instrumentaal ensemble de tijdelijke veranderingen van geluid te synthetiseren. Met behulp van microtonale technieken weet of poogt spectrale muziek het continue proces van transformatie van het materiaal in de tijd te vatten. Tristan Murail, Gérard Grisey, Hugues Dufourt en Michaël Levinas gebruiken technieken uit de analyse-synthese van de computer om de details van het timbre weer te geven. Zij bereiken dat door toepassing van spectraalanalyse, frequentiemodulatie, ringmodulatie en amplitudemodulatie van geluid. Dufourt bracht dit alles in verband met de samenstelling van golven zoals in een spectrum. Voor geluid is ruis immers een continu spectrum en zijn tonen lijnspectra.

Le Partage des eaux

Le Partage des eaux bestaat uit natuurlijke en andere geluiden. De geanalyseerde geluiden zijn afkomstig van natuurlijke fenomenen: een golf breekt zachtjes en er is terugslag (un effet de ressac). Ze inspireren en vormen de sonoriteit van de compositie, soms direct, door de verwerking van de geanalyseerde gegevens, soms figuurlijk, als metafoor. Murail is de analist van statische en dynamische, akoestische fenomenen. De titel Le Partage des eaux kan men op verschillende manieren interpreteren. Metaforisch (de akoestische analyse van bewegingen van water), geografisch (de lijn die water verdeelt) en psychologisch (de scheuringen in het leven). Het is de  dynamische, spectrale analyse van het geluid van een  brekende golf. Heel vertraagd, wordt de golf het melodisch-harmonisch element. De branding, zoals blijkt uit de spectrale analyse, horen we drie keer. Het bevat meestal aquatische ritmen en amplitude van  bewegingen, zoals bijvoorbeeld het  geluid  van spatten op zeer verspreide en uiteenlopende hoogten. De derde keer belandt de branding op een breed orkestraal spectrum, waardoor het harmonisch stabiliseert en het een nostalgische kwaliteit uit de verte krijgt. Het resterend deel van de muzikale structuren, deze  vanuit de metaforische benadering en andere  van meer abstracte oorsprong, leidt vaak tot krachtige orkestrale bewegingen. Het beluisteren van Le Partage des eaux is een sonore synthese geworden. Een bijzondere ervaring.

Contes Cruels

Contes Cruels, naar verhalen van Auguste Villiers de l'Isle-Adam (1838-1889), is gecomponeerd voor twee elektrische gitaren en klein orkest. De tweede gitaar is een kwarttoon hoger gestemd. Beide gitaren worden elektronisch verwerkt, in het bijzonder door modulators, echo's en vervormingen. De gitaren spelen soms solo of bieden soms akoestische modellen die worden nagebootst of becommentarieerd door het orkest. De vorm van de compositie lijkt op een reeks verhalen die in elkaar overgaan volgens een multi-paradigmaprogrammeertaal. Er is echter geen uitgesproken, programmatische intentie en de muzikale verhalen vertellen geen specifiek verhaal. Aan het begin van de compositie, en op een aantal andere momenten, spelen de gitaren een motief gebaseerd op de woorden “Er was eens”. Dit motief wordt gekenmerkt door ringmodulatie: een heel bijzonder geluid dat  vaak door het orkest wordt herhaald. Ringmodulatie, het vermenigvuldigen van twee hoogfrequente signalen  heeft effectief de rol van een soort signaal, wat wijst op verandering van het verhaal in deze doordachte, fictieve vertelling. Eén van die wrede verhalen van Villiers de l'Isle-Adam is getiteld “Het geheim van de oude muziek”. Het is het bizarre verhaal over een Chinese muzikant die een slaginstrument bespeelt, bestaande uit een groot aantal vaste klokken rondom een centrale as, waarbij het zeer moeilijk is om het rinkelen te voorkomen. De Chinese  speler wordt ingehuurd om een solo te spelen in een werk van een progressieve componist. Zijn aandeel bestaat uit het uitvoeren van… crescendi van stilte. Aan het eind van het concert protesteert de muzikant publiekelijk tegen de vernieuwing van muziek. Hij wordt zo boos dat hij op de grote trom valt, hij het vel scheurt en  er in verdwijnt. De aandachtige luisteraar zal humoristische verwijzingen horen naar dit verhaal.

Sillages

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Kyoto-Community Bank, die jaarlijks een opdracht geeft aan een Japans componist, lanceerde de bank een project genaamd de Kyoto Symphonic trilogie. Dit bestond uit drie orkestwerken van componisten uit drie continenten, Toru Takemitsu voor Azië, de Canadees Raymond Murray Schafer – de man achter het World Soundscape Project – voor Amerika, en Tristan Murail voor Europa. De drie stukken moesten geïnspireerd zijn door Kyoto. Ze werden gecreëerd op 9 en 10 september 1985 in Kyoto en in Tokio, onder leiding van Seiji Ozawa. Murail koos en mediteerde over het beeld en het symbool van de rotstuin/zentuin van de boeddhistische Tempel van de Vreedzame Draak in Kyoto. Dit resulteerde compositorisch in Sillages, een enigszins abstracte titel verwijzend naar groeven of voetafdrukken, achtergelaten in het water, zand en grind. De tuin gebruikt immers zand om met rimpels en patronen het effect van water te creëren. Er zijn verschillende verklaringen over de betekenis van deze tuin. Met name door hun centrale element, een rots omgeven door grind waarin concentrische cirkels worden getekend, voor Murail een kosmologisch visioen van werelden geworpen in de ruimte die wordt vervormd door dezelfde massa's van deze werelden; raadselachtige tekeningen die een soort kracht van lijnen oproepen door vervorming van de ruimte. De groeven op de grond worden als het ware aangetrokken door rotsmassa's, waardoor hun contouren veranderen. Op deze analogie berust grotendeels de structuur van zijn compositie. Grote sonore massa's, blokken akkoorden, trekken de evocatieve muziek aan, vervormen duur, veroorzaken versnellingen en vertragingen. De muziek is een constante fluctuatie. Momenten van rust en momenten van verwachting katalyseren de komende orkestrale kracht. Buitengewoon doordacht. 

La vague qui brise

Schoenbergs Klangfarbenmelodie is bij Murails Mélodie de timbre geworden, een sonore fantasmagorie, de materialisatie van de energie van de muzikale schriftuur, de dynamische, spectrale analyse du son de la vague qui brise. De lijn die de  golven van een toon onderscheidt van de  golven van water is opgeheven. Buitengewoon.

De gitaristen Wiek Hijmans, uit het milieu van Christian Wolff en Theo Loevendie,  en Seth Josel zijn gevormd aan de Manhattan School of Music in New York. Dirigent Pierre-André Lavande is specialist van hedendaagse muziek, het Nederlands Radio Filharmonisch Orkest is dat ook en het BBC Symphony Orchestra is dat gedeeltelijk ook. Wil ik maar zeggen dat u zich met deze cd in bijzonder goed gezelschap bevindt, zowel compositorisch, opname technisch als interpretatief. Een aanrader.