** Een zangeres die je enorm apprecieert horen in een foute rol: het is pijnlijk. Natuurlijk is Carmen zo’n fetisjrol, waar elke mezzo van droomt en zich wil aan wagen, maar als het personage niet bij je (artistieke ?) persoonlijkheid past, blijf je er beter af. Vreemd dat iemand als Magdalena Kozena zich toch door de populariteit laat vangen.

** Een zangeres die je enorm apprecieert horen in een foute rol: het is pijnlijk. Natuurlijk is Carmen zo’n fetisjrol, waar elke mezzo van droomt en zich wil aan wagen, maar als het personage niet bij je (artistieke ?) persoonlijkheid past, blijf je er beter af. Vreemd dat iemand als Magdalena Kozena zich toch door de populariteit laat vangen. Of door haar echtgenoot, die natuurlijk wel een dirigent is die het stuk op een flamboyante manier uit het orkest kan halen.

Haar eerste aria “L’amour est un oiseau rebelle” geeft al meteen te horen dat ze niet in haar element is: hoeveel moeite Kozena ook doet erotisch-spannend te klinken, het lukt haar niet. Je hoort gewoon dat dit type rol haar niet ligt en dat ze forceert om de rol tot haar type te maken, met desastreus resultaat. Haar stem die zo mooi kan zijn, klinkt onecht en onder druk. Het valt nog meer op in “Près des remparts de Séville” of in het trio met Mercédès enFrasquita. Ofwel krijgt ze een soort tremolo op haar stem of de stem klinkt droog, verliest alle glans. Ze lijkt wel een loeiende Carmen als ze haar Tralala- aria aanzet waarmee ze Zuniga uitdaagt. Ze sleept met de stem (slot bedr. I), ze doet van alles om maar een beetje de stijl te pakken te krijgen, maar er is niets wat haar vertolking redt! Wat jammer voor een zangeres die als murano-glas zo fijn kan klinken en zeker dramatisch kan zijn in repertoire dat voor haar past. Dat heeft ze al bewezen in Mozart of Händel, zelfs in Vivaldi.

Jonas Kaufmann is des te krachtiger viriel, alsof hij haar droge tremoloklanken en geforceerde sensualiteit wil verhelpen. Jonas Kaufmann geeft hier eens te meer een illustratie van zijn all-round dramatisch talent. Zijn stem kan smachtend verliefd klinken en zijn aria in het tweede bedrijf “La fleur que tu m’avais jetée” is een ideale vertolking. Hij evolueert naar de razend ontgoochelde macho-geliefde klaar om een moord te plegen. Zijn stem is steeds in overeenstemming met de inhoud die hij moet vertolken.

Genia Kühmeier valt op als een Micaëla met frisse sopraanstem.

Het orkest is briljant en Simon Rattle profiteert van zijn vertrouwdheid met de Berliner Philharmoniker om elke finesse uit Bizets fantastische partituur te halen. Het slot van het tweede bedrijf is als vuurwerk, een fel contrast met de stille kamermuzikale Entr’acte die naar het derde bedrijf leidt. De dreiging van Don José spat uit het orkest op het einde van het derde bedrijf, om maar deze voorbeelden te noemen. Voor het orkest wil ik best vijf sterren geven…

Maar daarmee is dan het belangrijkste over deze Carmen-opname wel gezegd. Bas-bariton Christian van Horn is niet echt overtuigend als Zuniga en u vraagt zich af hoe het met Escamillo zit? Wel deze toréador is volgens mij een ramp! Hoewel hij een mooie cv heeft, kan de Letse bas-bariton Kostas Smoriginas me helemaal niet overtuigen. Bovendien is zijn Frans vreselijk, wat we trouwens ook van Kozena kunnen zeggen.  Als u nog geen mooie Carmen in uw discotheek hebt, kan ik u deze toch niet echt aanraden. Het EMI-label heeft Carmen-opnamen in zijn cataloog, waar u meer zal van genieten: Gheorghiu, Alagna, Hampson o.l.v. Plasson EMI 7243 5 57434 2 en Victoria de Los Angeles, Gedda, Nivolaï o.l.v. Sir Thomas Beecham 7 49240 2.