** Pianistenpaar Claire Chevallier en Jos van Immerseel brengt een cd uit voor piano vierhandig met elf Hongaarse Dansen van Johannes Brahms, drie Noorse dansen van Edvard Grieg en acht Slavische dansen van Antonin Dvorák.

De keuze voor deze nationale dansen ligt voor de hand. De hier voorgestelde werken werden geschreven tussen 1878-1891 en de componisten hadden alle drie sterke fascinatie met de roots van hun nationale muziek. Brahms maakte talrijke bewerkingen van de zigeunermuziek die hij in de Weense koffiehuizen hoorde, Grieg had een sterke band met de natuur en cultuur van zijn land. Ook in Dvoráks werk spelen volksaard en volkscultuur een belangrijke rol. Bovendien kon muziek voor piano vierhandig zich in die tijd in een zeer grote populariteit verheugen zowel bij professionele- als amateur pianisten.

Dat deze nationalistische invalshoek niet altijd tot de interessantste en origineelste muziek leidde, is een zwakke kant van deze cd. Dit is toch wel muziek met een hoog salonmuziekgehalte, zeker niet zonder verdienste, je herkent wel de hand van de meesters, maar wie Brahms’ pianomuziek een beetje kent, moet toch toegeven dat het hier wel enigszins behelpen is. Hetzelfde geldt voor de Noorse dansen van Grieg. Met de Lyrische Stücke in het achterhoofd – allemaal miniatuur meesterwerkjes zeker in de uitvoering van Walter Gieseking – is het hier gepresenteerde toch wel van een minder gehalte. Van Dvorák – hoewel geen pianocomponist – kennen we ook wel beter werk.

Chevallier en Van Immerseel doen er wel alles aan om de luisteraar te overtuigen. Ze zijn uitstekend op elkaar ingespeeld en schromen niet om waar nodig flink in de toetsen te grijpen, maar vergis ik me of had het toch nog wel wat swingender en pittiger gekund?

Deze muziek heeft wat extra’s nodig en daar ontbreekt het naar mijn smaak aan in deze uitvoering. Het is allemaal verantwoord, netjes, maar niet erg meeslepend. Dan zijn tweeëntwintig nationale dansen wel een beetje veel van het goede.

Like it or not, deze cd is in ieder geval vanwege het gebruikte instrument een bezoek aan het internet of de platenzaak waard. Het is een Bechstein uit 1870: een parallel bespande vleugel die in tegenstelling tot haar meer gangbare en goedkopere kruissnarige zus een veel transparanter  en ook zachter klinkende baskant heeft. Een plezier om de boventonen uit de diepte naar boven te horen kruipen.

Maar door het mindere volume in het laag heb je ook meteen een probleem: de balans tussen hoog en laag is niet altijd evenwichtig. Je zou af en toe eens een steviger bas willen horen in de begeleiding en wat minder melodie! Bewuste keuze of een manco in de opname? Of moeten onze door Steinway bedorven oren hier gewoon mee leren leven?

De opname is gemaakt in het Concertgebouw te Brugge, zo te horen in een lege Grote Zaal. Dat heeft als nadeel dat deze opname wel erg ruimtelijk en hol klinkt waardoor de muziek het broodnodige intieme kamermuzikale karakter ontbeert dat zo bij deze muziek hoort.

Conclusie

Dit is een CD die zijn weg naar de echte (thuisspelende) pianoliefhebbers wel zal weten te vinden, zeker ook door die interessante Bechstein, maar die mij toch teveel op mijn honger laat zitten waar het repertoire, uitvoering en opname betreft.


  • WAT: Nationale dansen van Dvorák, Grieg en Brahms
  • WIE: Claire Chevallier & Jos van Immerseel
  • UITGAVE: CD ALPHA 282