Nominatie Gouden Label – Met deze integrale Aida-opname heeft Antonio Pappano een regelrechte meesterzet gedaan. Hij inspireert niet alleen zijn eigen koor en orkest tot de meest genuanceerde emoties, maar heeft bovendien uitgelezen solisten als partners. Je zet de cd op en wordt betoverd door de muziek. Een must voor elke operaliefhebber.

Nominatie Gouden Label – Met deze integrale Aida-opname heeft Antonio Pappano een regelrechte meesterzet gedaan. Hij inspireert niet alleen zijn eigen koor en orkest tot de meest genuanceerde emoties, maar heeft bovendien uitgelezen solisten als partners. Je zet de cd op en wordt betoverd door de muziek. Een must voor elke operaliefhebber.

Van het zachtste pianissimo tot het hevigste crescendo: Aida is een opera die zo’n breed scala van dynamiek toelaat, meer zelfs, vraagt. De zachte inzet van het eerste bedrijf of het koor in de tempel aan het begin van het derde neemt Pappano telkens met een subliem pianissimo, hij dwingt je de oren te spitsen. Daartegenover staan scènes met een uiterste felheid en kracht zoals het koor van de krijgers in Ritorna vincitor of de passage in het vierde bedrijf als Radames als verrader (“traditor”) beschuldigd wordt. Wat een kracht gaat daar van uit. Ook in het net daaraan voorafgaande duet tussen Radames en Amneris zindert het orkest vreesaanjagend: het zijn scènes die je bijna als een film aan je ziet voorbijtrekken. De slotkoren van het eerste en tweede bedrijf zijn indrukwekkend, maar nooit zomaar luid. In de hevigste dynamiek slaagt Pappano erin het orkest toch steeds tot nuance te inspireren, nu eens juichend, dan militant of angstwekkend. Het orkest leeft mee met de emotie van de personages, het drukt spanning uit, passie of poëzie. Een voorbeeld? De intro van de hobo tot de Nijlaria van Aida (“O patria mia”) in het derde bedrijf is pure poëzie. De prachtige stem van Anja Harteros speelt er ongelooflijk mooi op in.

Natuurlijk expressief

Met Anja Harteros heeft de opname een van de beste Verdi-sopranen van het ogenblik. Ze heeft een zuiver en helder timbre, wat haar stem heel aangenaam maakt, maar ze is ook heel expressief en blijft altijd natuurlijk. Hoge, lang aangehouden noten zijn loepzuiver en haar pianissimi zijn subliem. Haar duetten zijn stuk voor stuk hoogtepunten in de opera, of het nu dat met haar vader is in het derde bedrijf, de duetten met Radames, of de confrontatie met Amneris in het tweede. In dit laatste evolueert ze van trots en zelfverzekerd naar angstig als ze beseft dat ze zich heeft blootgegeven. En telkens krijgt de scène een ijzingwekkende ondersteuning van het orkest. De slotaria van de opera “O terra addio” zingt ze verfijnd, zacht, sereen. Triest en gelukkig tegelijk.

Ekaterina Semenchuk heeft een mezzo-timbre met een dramatische diepte die ze helemaal in overeenstemming met haar personage van Amneris nu eens mysterieus laat klinken, dan weer duister, passend bij haar boosaardige bedoelingen en valsheid. Een knappe vertolking.

Pure poëzie

Jonas Kaufmann een ideale Radames noemen is bijna een tautologie. Hij is nu eens de heroïsche veldheer, dan weer klinkt hij smachtend als geliefde. Zijn stemcontrole is fenomenaal. Het duet met Amneris in het vierde bedrijf is grandioos. Zijn beheerste woede tegen haar en overtuigde liefde voor Aida straalt gewoon uit zijn stem (en uit het orkest!). In het fatale afscheid ten slotte, op het einde van de opera, is hij een en al verdriet. Samen met Anja Harteros maakt hij van de slotscène van de opera pure poëzie.

Ook de andere partijen zijn perfect gecast. Ludovic Tézier is een Amonasro met autoriteit en charisma, zoals een vader is bij Verdi. Met zijn stevige stem past ook hij in de dramatische spanning van de opera. Erwin Schrott zingt de hogepriester Ramfis met diepe, indrukwekkende basstem.

Pas na veertien jaar is er een nieuwe integrale opname van Aida. Onder leiding van Antonio Pappano bruist ze van engagement en dramatiek. Koor, orkest en solisten geven tot in alle details het beste van zichzelf. Pappano is de stuwende gids. De opname is in Opéra Magazine al bekroond als “de plaat van het jaar”. Het zal u niet verwonderen dat ik ze voor een Gouden Label van Klassiek Centraal nomineer.