**** In een barokke design-outfit kijkt Marie-Nicole Lemieux ons op de cover van de cd vastberaden en boos aan. Een blik die overeenstemt met de stemming van de aria’s die ze ons aanbiedt.

**** In een barokke design-outfit kijkt Marie-Nicole Lemieux ons op de cover van de cd vastberaden en boos aan. Een blik die overeenstemt met de stemming van de aria’s die ze ons aanbiedt.

Het is een keuze uit 18de eeuwse opera met enkele minder bekende parels: vroeg werk van Mozart, enkele fragmenten van Haydn en Gluck en een aria van de recent terug onder de aandacht gebrachte Carl Heinrich Graun. Repertoire dat de contra-alt als gegoten zit en dat nog enkele partijen bevat uit het einde van de castraat-era zoals Farnace uit de vroege Mozart Mitridate, re di Ponto, de aria Ombra felice en Sesto en Montezuma van Graun.

Van bij de eerste aria bekoort ons haar indrukwekkende altkleur en haar enorm register. Of ze nu heel laag of hoog zingt, haar timbre blijft vol en warm. De coloratuur is vloeiend en nooit kakelend. In woede laat ze de stem krachtig voluit gaan, maar bij de enkele aria’s over verlies en afscheid (Haydn, L’isola disabitata), zingt ze droef en ingehouden. Ze klinkt gekweld (barbaro tormento in Mozarts aria Ombra felice), klinkt als een donderslag (Jupiter, lance la foudre – Gluck).

Lemieux slaagt erin de emotionele impact van de aria perfect in de vocale klank van haar stem te leggen. Ook haar vertolking van de bekende aria Che farò senza Euridice is aangrijpend. Haar vocale “kunstjes” komen nergens als puur technische hoogstandjes over, waar dit repertoire ook niet meer mee gediend is. Die maniëristische stijl hoort eerder in de barok thuis.

Labadie volgt haar flexibiliteit mooi met zijn orkest, dat de wisselende emoties expressief ondersteunt. Enkel de speelse Cherubino tussen die tragische rollen, vind ik wat misplaatst en te zwaar op de hand. Toch is dit een zoveelste Lemieux-opname die Naïve met trots aan zijn catalogus kan toevoegen, of is het omgekeerd?