***** Een cd getiteld naar het laatste lied dat erop staat: het is niet zo gebruikelijk. Maar Elsa Dreisig en haar pianist Jonathan Ware hebben er een perfect verantwoorde verklaring voor. De cd is samengesteld met liederen van Richard Strauss, Sergei Rachmaninov en Henri Duparc. Hij is opgevat als een reis doorheen de poëzie van deze drie componisten, van dageraad naar zonsondergang. De reis is intens en supergevoelig. Zo voel je het als luisteraar tenminste aan.

De artiesten kwamen op het idee Strauss, Rachmaninov en Duparc met elkaar te verenigen omdat ze vonden dat ze zich alle drie laten inspireren door een diep gevoel voor de menselijke stem en voor de poëzie. Hun programma moet de band tussen hen duidelijk maken. Het kernwerk waarrond de liederen gegroepeerd zijn, is (uiteraard) de Vier letzte Lieder van Strauss, die niet als een doorlopende cyclus gezongen wordt, maar verspreid ligt tussen liederen uit 6 Romances (opus 38) van Rachmaninov en een aantal van de mooiste liederen van Duparc. De inhoud bepaalt de volgorde van de liederen. Zo staat bijvoorbeeld Droom van Rachmaninov na Beim Schlafengehen van Strauss.

Dat het project ontstaan is uit een gezamenlijk idee, voel je sterk aan in de uitvoering waarbij zangeres en pianist perfect op dezelfde golflengte zitten. Ze vertolken met supergevoeligheid een intieme en intense reis doorheen de tijd, doorheen het leven. Ze leven zich diep in de emoties in. Zo horen we in Duparc tristesse en zachte erotiek uitmondend in een suggestie van de eenheid van liefde en dood in Extase, krijgt September van Strauss zo’n tedere intonatie dat de rust hoorbaar is, krijgt Rachmaninov een stem die je onderdompelt in magie en teder verlangen. In Im Abendrot, het slotlied van de Vier letzte Lieder van Strauss, suggereert de stem van Dreisig een slepende moeheid die ook verwijst naar een bangelijke eenzaamheid in de dood. De leeuwerik die in de orkestversie van de liederen zo helder ten hemel stijgt, krijgt hier van Jonathan Ware een wonderlijk zachte klank in de pianotoetsen, die vooruitwijst naar de hoop van het laatste lied van het programma: Morgen. Nooit eerder zette dit lied zo zacht in, bedremmeld, als ontwaken uit een droom van stille verwachting en illusoire hoop.

Deze programmatische benadering maakt zeker al duidelijk dat de cd knap in elkaar zit en van het beluisteren een aparte beleving maakt. Natuurlijk kan het bevreemdend zijn die ultieme cyclus van Richard Strauss uit elkaar te halen, maar als het met zoveel respect en inzicht gebeurt, komt het zelfs verfrissend over.

Voeg daarbij dat Dreisig een uniek mooie hoge sopraanstem heeft. Zoals ik eerder al in de recensie van Miroirs haar stem als “ijzig hoog” omschreef (januari 2019), geldt dat ook hier. Haar stem heeft onovertroffen belcanto-kwaliteit die bijvoorbeeld in de slotstrofe van Strauss’ Frühling een diversiteit van kleuren vertoont. Bovendien klinkt alles legato zonder ooit een snokkende overgang. Jonathan Ware gaat totaal mee in de betoverende gevoeligheid.

Een cd waarin verlies en dood verbonden zijn met de gedachte aan een nieuwe dageraad, en duisternis met licht van een nieuwe zonsopgang. Een prachtige gedachte om een liedprogramma rond te bouwen.


  • WAT: Morgen. Liederen van Richard Strauss (1864-1949), Sergei Rachmaninov (1873-1943) en Henri Duparc (1848-1933)
  • WIE: Elsa Dreisig (sopraan), Jonathan Ware (piano)
  • UITGAVE: Erato 0190295319489