*** Het zou eigenlijk best leuk zijn: een reeks cd’s met uitsluitend het beste werk van elke componist, het liefst door hemzelf gekozen… Dat kan natuurlijk niet, om de eenvoudige reden dat de allergrootste componisten leefden in ver vervlogen tijden – en het ons dus niet meer kunnen vertellen – en bovendien lang voor de technologie om uitvoeringen te bewaren bestond.

*** Het zou eigenlijk best leuk zijn: een reeks cd’s met uitsluitend het beste werk van elke componist, het liefst door hemzelf gekozen… Dat kan natuurlijk niet, om de eenvoudige reden dat de allergrootste componisten leefden in ver vervlogen tijden – en het ons dus niet meer kunnen vertellen – en bovendien lang voor de technologie om uitvoeringen te bewaren bestond.

Gelukkig zijn er de partituren, al of niet met opgegeven details qua uitvoering, en zijn er grote musici – dirigenten en solisten – om die keuze in onze plaats te maken. Bij hedendaagse componisten lijkt het eenvoudiger. Laat hen kiezen wat ze nu echt het beste vinden van hun eigen werk en zo komen we al een heel eind ver. Maar ook dat is minder eenvoudig dan op het eerste gezicht lijkt. Het wordt “wikken en wegen” en dat brengt ons bij de cd met muziek van Wilfried Westerlinck met als titel Libra.

Libra is het zevende teken in de astrologie, afgeleid van het sterrenbeeld Weegschaal en wordt beschouwd als een extrovert, mannelijk en positief teken. En hoewel mannen van Mars komen (…) staat Libra onder invloed van Venus. Wilfried Westerlinck is geboren op 3 oktober 1945, een volbloed Weegschaal dus. Tijdens een kort gesprek vertelde hij dat “het beste van” ook een afwegen was van reeds bestaande opnamen die de technische criteria van vandaag doorstaan. En uit ervaring weten wij dan weer dat muziek van eigentijdse Vlaamse componisten schandalig (!) weinig wordt uitgevoerd.

“Geen gewone”, wordt vaak gezegd van Wilfried Westerlinck, maar kan dat niet van alle componisten gezegd worden? Van de stachanovist Bach, via de gekke geniale Mozart tot de monomaniakale Wagner… Net daarom zijn het de genieën en godenkinderen van wie we zo veel houden!

Voor mij is muziek opiaat dat iemand echt tot mens verheft. Meer filosofie hebt u bij deze niet nodig.

U kent intussen mijn drie criteria voor goede muziek: interesse opwekken (zodat we iets bijleren), boeien (zodat onze aandacht gespannen blijft) en ontroeren (kippenvel, weet u wel). En het aandeel van de uitvoerder is daarbij niet gering. De hobosolo van Piet Van Bockstal is pal in de roos; zo ook het klarinetspel van Guy Gérard, basklarinet door Jan Guns, fluit door de veel te vroeg gestorven Paul Vanwolleghem of cello door Birgit Erichson. En daarmee hebben we de 5 van de 9 stukken eigenlijk al ‘gekwoteerd’: Avondlied voor hobo solo, Goezo-Aubade voor klarinet en percussie, Aquarel I voor fluit solo, Voor het Kasuga-heiligdom in Nara voor basklarinet en percussie, Canto II voor cello solo… zijn onvervalste pareltjes van ontroerende, boeiende en interessante muziek die (indien nog nodig) bewijzen dat er na pakweg 1970 nog altijd zeer melodieuze muziek geschreven wordt en wel in onze eigen kontreien.

Met Drie Koraal Fanfares blijven we bij de blazers: het zijn drie gevarieerde  stukken van zeer uiteenlopende oorsprong (verjaardagsgeschenk, opdracht, herinnering aan… Baltimore, enz.), uitgevoerd door het Annapolis Brass Quintet.

Landschappen II voor strijkorkest is het tweede van een reeks composities met die titel. Zoals vaak bij Westerlinck zit ook dit werk boordevol contrasten die – hoe kan het anders – op elkaar inwerken en dat maakt het dan weer boeiend. I Fiamminghi onder leiding van Rudolf Werthen in betere doen. Hoewel de technische kwaliteit  hoorbaar gedateerd is, redt de muzikaliteit deze uitvoering van de vergetelheid.

Elegie van de zee en van de liefde voor kamerorkest werd geschreven voor het orkest van de Belgische Radio, anno 1975. Hierin werden fagotten en hobo’s weggelaten en komt een elektrische gitaar de kleuren van vibrafoon, celesta en harp versterken. Dit is het moeilijkste stuk, omdat de melodie dan wel driemaal terugkeert, in verschillende orkestraties, maar volledig ‘gedeformeerd’ wordt. Het orkest kwijt zich zeer behoorlijk van zijn taak maar ook hier schiet de opnametechniek van toen te kort, afgetoetst aan onze moderne, verwende oren.

Hoewel Metamorfose voor orkest nog ouder is (1971), in feite het oudste werk op deze cd, komt het technisch aanvaardbaar uit de verf. Frédéric Devreese dirigeert de Antwerpse Filharmonie in het eerste en enige werk voor groot orkest dat Wilfried Westerlinck schreef. Het is gebaseerd op een 12-tonenreeks die nochtans niet strikt gevolgd wordt, maar als basis dient voor (telkens) verdere ontwikkeling. Westerlinck weet wel wat een orkest zoal vermag, maar blijft – wat ons betreft – vooral een man van minzame miniaturen.