***** Het vooraanstaand label Pan classics bracht vier opvallende cd’s uit met Oostenrijkse, religieuze  barokmuziek. Een gelegenheid om componisten als Hochreither en Aumann te ontdekken en te genieten van de authentieke klank van de jongens/Sängerknaben  van St. Florian nabij Linz. Heel bijzonder.

***** Het vooraanstaand label Pan classics bracht vier opvallende cd’s uit met Oostenrijkse, religieuze  barokmuziek. Een gelegenheid om componisten als Hochreither en Aumann te ontdekken en te genieten van de authentieke klank van de jongens/Sängerknaben  van St. Florian nabij Linz. Heel bijzonder.

Stift Sankt-Florian is een prachtige, rijk gedecoreerde abdij met een school en een bibliotheek van de reguliere kanunniken van Sint-Augustinus, de Kongregation der österreichischen Augustiner-Chorherren. De kloosterkerk (Stiftsbasilika), gewijd aan de Hemelvaart van Maria, is tussen 1686 en1751 herbouwd en heeft daarom een rijk barok interieur met een orgel dat bespeeld werd door Anton Bruckner. Gunar Letzbor en zijn ensemble Ars Antiqua Austria zijn  specialisten van Oostenrijkse barokmuziek. Gedurende de afgelopen jaren hebben ze o.a. feestelijke meerkorige missen van Romanus Weichlein, Benjamin Ludwig Ramhaufsky en Joseph Balthasa Hochreither herontdekt, uitgevoerd en opgenomen. Nu hebben ze daar o.a. Georg Muffats prachtige “Missa in labore requies” aan toegevoegd. De compositie is de enige overgebleven kerkmuziek van Muffat en is overweldigend van klank, diepgang en melodische vindingrijkheid. Door zijn meerkorigheid in de traditie van de Salzburgse missen, verklankt de buitengewoon muzikale weelde de bijna grenzeloze materiële rijkdom van de prins-bisschoppen van weleer.

De vier cd’s bevatten muziek van componisten die in de Oostenrijkse Hoogbarok verbonden waren aan kloosters en kerken in  Kremsmünster, Salzburg, Nonnberg, Lambach en Sankt Florian. De vier cd’s bevatten de opnamen van requiems van Aumann en Hochreither, een Te Deum van Aumann, missen van Hochreither en Muffat en een oratorium uit 1731 van Johann Joseph Fux. Het bijzondere aan het recent ontdekte oratorium van Fux is dat inhoudelijk de mythe van Andromeda en Perseus in verband wordt gebracht met het lijden van Christus en dat muzikaal de solo partijen gezongen worden door jongens van het schoolkoor van het klooster.

Op de cd met het requiem van Franz Joseph Aumann wordt zijn religieuze muziek afgewisseld met twee bewegingen voor trombones van Anton Bruckner, organist van Sankt Florian. Ander hoogtepunt is de uitvoering van een 24 stemmige mis voor twee Vokalchöre en drie Instrumentalchöre van Georg Muffat. Omwille van het ruimtelijk effect van de vijf koren  bleek de Domkerk van Gurk  in Karinthië voor de opname van Muffats “Missa” een ideale locatie te zijn. De twee koren zijn rechts en links van een denkbeeldige middenas te horen, net als de strijkers en houtblazers, terwijl de trompetten op een verhoogde locatie in het midden majestueus klinken. Op die manier hoort men dat dit monumentaal werk het hoogtepunt is binnen het genre, enkel vergelijkbaar met Bibers “Missa Salisburgensis”. De andere opnamen werden gemaakt in de Augustiner Chorherrenstift Sankt Florian zelf. Op alle vier cd’s wordt het jongenskoor, voorbereid door Franz Farnberger,  begeleid door Ars Antiqua Austria (opgericht in 1995 in Linz) en staat het geheel o.l.v. barokviolist Gunar Letzbor.

Barokke weelde

De jongste van de vier componisten Franz Joseph Aumann (1728-1797) trad in 1753 toe tot de reguliere kanunniken van St. Florian, waar hij twee jaar later benoemd werd tot koorleider. Hij wijdde zich daar met speciale liefde en zorg aan de  geestelijke en wereldlijke muziek van het Stift en zijn vele composities hadden verreikende invloed op de Oostenrijkse kerkmuziek. Hij componeerde voornamelijk missen, psalmen, requiems, motetten, litanieën, offertoria  en oratoria maar ook divertimenti en andere instrumentale stukken (waaronder strijkkwintetten en symfonieën). Zijn muziek was beïnvloed door de Venetiaanse en Napolitaanse school en de Weense klassieken. In de 19de eeuw werd zijn muziek door Anton Bruckner zeer gewaardeerd. Bruckner was van 1855 tot 1848 nl. organist van St. Florian en nam de composities van Aumann als voorbeelden voor zijn studie van contrapunt. In het requiem hier opgenomen wordt de luisteraar geconfronteerd met de barokke weelde. De opname markeerde het begin van een langdurige samenwerking tussen Ars Antiqua Austria, Gunar Letzbor, de St. Florianer Sängerknaben en het label Pan Classics.

Joseph Balthasar Hochreither (1669-1731) kwam uit een muzikale Salzburgse familie. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren naar verluidt meer dan 40 jaar zanger en korist in de kathedraal van Salzburg. Omdat Hochreither sinds 1681 op de middelbare school als Rudimentista ex Capella ingeschreven was, is ook zijn lidmaatschap van het Salzburger Kapellhaus  gedocumenteerd. Hoofd van deze beroemde school was vanaf 1684 Heinrich Ignaz Franz von Biber, die daarom de leraar van Hochreither moet zijn geweest. Hochreither werd benoemd als organist aan het Benedictijner klooster in Nonnberg alvorens zijn positie voor het leven in Lambach in 1694, waar hij bleef tot 1721. Hochreither werd daarna benoemd tot kathedraal kapittel organist in Salzburg.

Prachtige toonschildering

In 2002 kreeg het archief van de abdij van Lambach een andere locatie en werd het gemoderniseerd. De werken van de  getalenteerde huiscomponist Hochreither trokken onmiddellijk de aandacht van de archivaris. De eerste editie van een grootschalige mis (Missa ad multos Annos – 1705) werd uitgegeven en vervolgens opgenomen op cd door Gunar Letzbor. Gemotiveerd door de majestueuze schoonheid van dit herontdekt werk, wilde Ars Antiqua Austria graag verder composities van Hochreither bekend maken bij het grote publiek en nam daarom zijn Requiem uit 1712-1717 en zijn Missa Jubilus sacer op. Deze mis is Hochreithers meesterwerk. Een prachtige toonschildering viert de grootsheid van God, dansante, volkse  ritmen verrukken de ziel en tedere, introspectieve passages (bijvoorbeeld in het Benedictus) stimuleren meditatie en gebed.  Waarschijnlijk werd Hochreither vanaf 1694 opvolger van Benjamin Ludwig Ramhaufskis (ca.1631-1694) als organist en koorleider in Lambach. Daar streefde hij naar een verbetering van de kwaliteit van de muziek. Bijna alle composities van Hochreither voor Lambach zijn bewaard. Bijzonder zijn de drie grote feestelijke missen "Missa ad multos Annos" (1705, voor de zegen van abt Maximilian Pagls), de "Missa Genethliaca" (1705) en zijn "Missa festa Jubilus sacer" (1731). Stilistisch zijn Hochreithers werken in de traditie van de Zuid-Duitse-Oostenrijkse Hoog barok en laten ze echo's van de sacrale muziek van Biber en Muffat horen.

Typische komma intonatieverschil

Het oratorium “Germanicum de Passione”, gecomponeerd in 1731, is het enige oratorium in de Duitse taal door de Weense hofcomponist Johann Joseph Fux. Het werk werd lang als verloren beschouwd. Afgezien van een handgeschreven tekstboek in de abdij van Kremsmünster, bleken geen andere bronnen bewaard gebleven. In 2004 kon een partituur van de abdij van  Ottobeuren, eerder ten onrechte toegeschreven aan Antonio Caldara, worden geïdentificeerd als het Fux oratorium. Dit meesterwerk is nu voor de eerste keer opgenomen door Gunar Letzbor, zijn ensemble Ars Antiqua Austria en de solisten van het koor St. Florian. De oude mythe van Andromeda en Perseus werd door de librettist/acteur Heinrich Rademin geïnterpreteerd als een allegorie van de Passie van Christus. De dochter (Andromeda) moet verzoening brengen voor de ijdelheid van haar moeder (Cassiopeia). Ze wordt uiteindelijk bevrijd door Perseus en meegenomen als zijn vrouw. In de christelijke interpretatie betekent dat de vergeving van de erfzonde door de dood van Jezus Christus en zijn huwelijk met de menselijke ziel, waarnaar het finale koor duidelijk verwijst. Deze monumentale compositie is eens te meer het overtuigend bewijs, dat Fux een van de beste contrapuntisten van zijn tijd was.

Los van de immense kwaliteit van de engelenstemmen van de jongens in de koren van de Anglicaanse kerk, zingen ook de jongens van het internaat van St.Florian, ondanks die typische komma intonatieverschil,  alsof hun leven ervan afhangt. U voelt de bezieling en hun onschuldig enthousiasme en u hoort vooral hun eerlijke, oprechte en doorleefde overtuiging. Dit staat garant voor de meest oorspronkelijke klank van de geloofskracht van de magistrale, Zuid-Duitse contrareformatorische barokmuziek.

Elke cd is daarenboven voorzien van de teksten en heel interessante achtergrondinformatie, geschreven door dirigent Gunar Letzbor, decaan/vicaris Ferdinand Reisinger en specialist van Oostenrijkse Barokmuziek Peter Deinhammer die eerder over Joseph Balthasar Hochreither schreef.