**** Het Franse label Alpha  voorziet in de toekomst de uitgave van l’Intégrale de la musique de chambre van Gabriel Fauré (1845-1924). Van wat een reeks van vijf cd’s moet worden, is nu de eerste cd verschenen en wel met Fauré’s  composities voor cello en piano.

**** Het Franse label Alpha  voorziet in de toekomst de uitgave van l’Intégrale de la musique de chambre van Gabriel Fauré (1845-1924). Van wat een reeks van vijf cd’s moet worden, is nu de eerste cd verschenen en wel met Fauré’s  composities voor cello en piano.

Wie Franse kamermuziek zegt, denkt meteen aan Fauré. Niet dat het bij hem  over een oeuvre gaat zoals bij Dvorak of Brahms, of omdat het over een hele serie strijkkwartetten zou gaan, maar omdat de kamermuziek in de Franse 19de eeuw eerder dun bezaaid was. Bij Fauré wordt de hoofdmoot gevormd door 4 sonaten, 2 pianokwintetten, twee pianokwartetten en slechts één strijkkwartet, waarvan de meeste gecomponeerd werden tussen 1917 en 1924, zijn latere periode dus. Daarnaast gaat het vooral om kleinere gelegenheidswerken (pièces de genre) voor viool of cello met pianobegeleiding, légères et charmantes. Heel mooie muziek. Trouwens, alles van Fauré is heel mooi. Denk maar aan zijn Mélodies (zijn liederen dus) op gedichten van Verlaine bvb., en aan zijn Nocturnes, Barcarolles en Impromptus voor piano-solo. Om het maar niet te hebben over zijn orkestwerken en zijn Requiem.

Op de cd staan zeven composities voor cello en piano en het Trio op.120 in haar oorspronkelijke versie voor klarinet, cello en piano. Deze versie is een ontdekking want meestal speelt men de versie voor viool, cello, en piano, als een echt pianotrio dus. Dat Fauré’s Sicilienne op. 78 uit 1893 ontbreekt, is dan weer spijtig. Op de recente cd van Iris van Eck, cello en Kemal Gekic, piano (Music & Vision home), is ze wel mee opgenomen. De Sicilienne is nochtans oorspronkelijk gecomponeerd voor cello en niet voor viool. De versie op viool is daarentegen veel bekender, dat is waar.

Wie speelt ? Wel, Éric Le Sage, François Salque en Paul Meyer. Pianist Éric Le Sage, die het geluk had geboren te worden in Aix-en-Provence (°1964), is laureaat van verschillende wedstrijden  (Porto, Zwickau,  Leeds). Hij won de grand prix du disque de l'Académie Charles-Cros, een Victoire de la musique classique, de Prix Caecilia en is vooral bekend geworden door zijn opname voor BMG van de integrale pianomuziek van  Francis Poulenc. Daarnaast is hij de oprichter van het Festival international de musique in het paradijselijke  Salon-de-Provence, "Musique à l'Empéri", omdat de concerten er doorgaan op de binnenhof van het Château de l'Empéri. Cellist François Salque speelde vijf jaar bij het Ysaye kwartet en is docent aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs en klarinettist Paul Meyer hoef ik u waarschijnlijk niet meer voor te stellen. Deze klarinettist uit Mulhouse (° 1965) is nu misschien wel de beroemdste klarinettist van zijn generatie ter wereld. t’Zal niet veel schelen. Het moet mij echter  van het hart dat de twee cellosonaten van Fauré niet behoren tot zijn boeiendste muziek. Wel om uit te voeren, niet om te beluisteren. Het is alsof de inspiratie tot mooie melodieën hem ontbrak, hoewel het harmonisch aspect van die werken, in de piano dus, zeker gehoord mag worden. Neen, mijn voorkeur blijft uitgaan naar de Elegie, de Romance, de Sérénade, Papillon en uiteraard de Berceuse. De Romance uit 1894, die dezelfde geest ademt als Fauré’s mélodie “Soir” en zijn Nocturne uit Shylock (1889),  werd oorspronkelijk voor cello en orgel gecomponeerd. Fauré was immers maître de chapelle (chef de chœur) en organist van de Madeleine in Parijs. De Berceuse is weliswaar oorspronkelijk voor viool gecomponeerd, werd opgedragen aan Hélène Depret,  en is door de Belgische violist Ovide Musin (1854-1929), in 1880 in Parijs in première gespeeld. Musin was nog concertmeester geweest van het toenmalig « Kursaalorkest » van Oostende, ten tijde van dirigent  Jean-Baptiste Singelée (1812-1875),  De ontroerende Élégie is  in 1883, op vraag van de uitgever Hamelle, oorspronkelijk voor cello en piano gecomponeerd maar werd in 1890, op vraag van de dirigent Édouard Colonne (1838-1910), door Fauré zelf georkestreerd. Fauré componeerde zijn elegie voor de cellist Jules Loëb. Hoogtepunt van de cd is het wondermooi, céleste Andantino uit het Trio, gecomponeerd in 1922 door de 77-jarige Fauré en opgedragen aan de echtgenote van de toenmalige Franse eerste minister Maurice Rouvier. Qua stemming, even herfstachtig als het Adagio uit het klarinetkwintet uit 1891 van Brahms. Niet te missen. Daarvoor alleen al mag de cd niet ontbreken in uw collectie. Overigens, het Andante uit de 1ste  cellosonate op. 109 is ook heel mooi. Meer elegisch dan hemels, maar ook heel  mooi. Luister maar eens.

Waar en wanneer, voor wie en door wie, en eventueel waarom Fauré de werken heeft gecomponeerd leest u in het interessant, bijbehorend boekje. De tekst is immers van Nicolas Southon, musicoloog en universiteitsprofessor, die wij kunnen  kennen van France-Musique en van het prestigieuze tijdschrift Diapason, en die conseiller en rédacteur is van de édition critique des Œuvres complètes de Gabriel Fauré (Bärenreiter). Vandaar.

De cellocomposities van Fauré brengen ons o.a. naar Saint-Raphaël (1ste cellosonate), Aix-les-Thermes (2de cellosonate), Genève (Romance) en Annecy-le-Vieux (Trio). Bezoek die plaatsen in het gezelschap van wat lectuur van Guy de Maupassant en muziek van Fauré, en U zal onvergetelijke momenten beleven. De cellocomposities brengen ons ook in contact met cellisten als Adolf Rehberg, Louis Hasselmans (de kleinzoon van harpist Jozef Hasselmans die nog in Antwerpen werd geboren), met wiens zuster de pianiste Marguerite, Fauré een intieme relatie had, André Hekking (in de familie Hekking speelden een vader, twee zonen en een neef allen cello), de reeds genoemde Jules Loëb en Pablo Casals (1876-1973) voor wie Fauré in 1908 zijn Sérénade componeerde. Ook komen we in contact met de Frans-Amerikaanse componist Charles Martin Loeffler, aan wie Fauré zijn cellosonate op. 117, met het arrangement van Fauré’s Chant funéraire voor harmonieorkest als Andante), opdroeg.

De cd werd in maart 2011 in het auditorium (MC 2) van het Maison de la Culture in Grenoble opgenomen. Ik zie uit naar de vier volgende cd’s want dan komen o.a. de pianokwartetten, de pianokwintetten en de tweede vioolsonate, opgedragen aan…Koningin Elisabeth van België. Merci. Encore.