**** Op 24 november was ze nog in België. Met een concert in de Opéra Royal de Wallonie-Liège, en een programma waarmee ze haar te verwachten sterktes toonde: barok en belcanto. Op deze cd toont Joyce DiDonato zich van een heel aparte kant. De Amerikaanse mezzo vertolkt Into the Fire, een liedcyclus speciaal voor haar en het Brentano Quartet gecomponeerd door haar landgenoot Jake Heggie. Het is een hommage aan de ondergewaardeerde Franse kunstenares Camille Claudel. Daarnaast enkele liederen van Richard Strauss en Claude Debussy in bewerking voor strijkkwartet.

De hele cd lang genieten we van de volle rijkdom van de diverse timbres van DiDonato’s stem. Prachtig is bijvoorbeeld haar vertolking van Ach, Lieb, ich muss nun scheiden of haar wonderlijk hoge pianissimi in de slotfrase van Die Nacht. Het is even wennen aan de begeleiding door strijkkwartet, maar de verschillende klank geeft anderzijds een ander accent aan de vocale vertolking die je met vernieuwde aandacht doet luisteren naar deze overbekende liederen van Richard Strauss. Bovendien is de bewerking door Misha Amory (altvioliste van het kwartet) en Mark Steinberg (eerste violist van het kwartet) zo stijlgetrouw Strauss, dat ze herinnert aan intieme en verfijnde strijkerspassages in Strauss’ opera’s als Capriccio.

Tussen de liederen van Richard Strauss en Claude Debussy, speelt het Brentano kwartet een uiterst sfeervol Adagio van de Belgische componist Guillaume Lekeu. De Trois chansons de Bilitis van Claude Debussy vertolkt DiDonato en het Brentano Quartet in een bewerking van Jake Heggie, wat een mooie opstap biedt naar de compositie van hemzelf, Camille Claudel: Into the Fire. In deze subtiele Debussy-liederen accentueert de delicate strijkersklank het sensuele karakter van de liederen die DiDonato met hoog “Pelléas et Mélisande”-gehalte en verleidelijke virtuositeit zingt.

Pure weemoed

De cyclus gewijd aan het tragische leven van de ondergewaardeerde kunstenares Camille Claudel, die in 1943 vereenzaamd stierf in een psychiatrische instelling, wisselt tussen enerzijds DiDonato’s vocale dramatische kracht als uiting van de wanhoop van de kunstenares die in haar tijd als vrouw moest vechten voor haar recht kunstenares te zijn, en anderzijds de diepe ontroering van de trieste levensloop als veronachtzaamde en uiteindelijk afgewezen minnares van Auguste Rodin. Diep ontroerend is La Petite Châtelaine: een lied over het kind dat Claudel niet mocht hebben, en bezongen wordt als een kind dat enkel overblijft als een “kind van steen”. Een cyclus waarin de muzikale verfijning pure weemoed ademt en die eindigt met een epiloog, waarin de reciterende zanglijn op een bodem van zachte strijkers terugblikt op het trieste leven van de kunstenares. Een waardevol werk dat zeker een ontdekking verdient en dat DiDonato met haar intense kunst uitstekend verdedigt.

Dit recital is bovendien een live-opname gemaakt in de beroemde Wigmore Hall in Londen, waar het kennerspubliek de vertolking op enthousiast applaus onthaalt. De opname is gemaakt in december vorig jaar en DiDonato en het Brentano Quartet geven in die context een Silent Night van Franz Xaver Gruber mee als bisnummer. Een suggestie voor onder de kerstboom?


  • WAT: Into the Fire. Live at Wigmore Hall. Strauss, Lekeu, Debussy, Heggie
  • WIE: Joyce DiDonato (mezzosopraan) & Brentano Quartet [Mark Steinberg & Serena Canin (viool), Misha Amory (altviool) Nina Lee (cello)]
  • UITGAVE: Erato 0190295642198