Wat mogen we verwachten van de carrière van een musicus na het winnen van de Koningin Elisabethwedstrijd? Juist, het allerbeste. Zo geschiedde met de Letse violiste Baiba Skride (° 1981).

Wat mogen we verwachten van de carrière van een musicus na het winnen van de Koningin Elisabethwedstrijd? Juist, het allerbeste. Zo geschiedde met de Letse violiste Baiba Skride (° 1981).

Voor een eerste CD bij een prestigieus label hoort een prestigieus concerto moet men gedacht hebben. En inderdaad, voor zo’n gelegenheid  is het Vioolconcerto van Johannes Brahms uit 1878 meer dan geschikt. Baiba speelt het fantastisch. Samen met het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm, nu o.l.v. de Finse violist/dirigent Sakari Oramo (° 1965), heeft ze met haar briljant klinkende Stradivarius (meer bepaald de “Wilhelmj” uit 1725), deel uitmakend van  de renstal van Nippon, een wondermooie uitvoering vastgelegd van één van de meest ontroerende composities ooit. Ik kan u  meteen al zeggen dat het helemaal niet hoorbaar is dat het een live-opname betreft, (opgenomen in 2009, in de grote concertzaal van Stockholm). Op zich al een prestatie. Brahms’ innemende, muzikale generositeit is Baiba op het lijf geschreven. Haar uiterst doordacht en beheerst vioolspel, zowel haar vier vingers links als haar pols, schouder, boven- en onderdarm van haar rechterarm, waarmee ze het “rechterpedaal” van de viool, nl. de strijkstok, hanteert,  zijn in een perfecte harmonie en balans gecombineerd. Komt daarbij het transparante, sonoor uitgebalanceerde orkest van Sakari. Hij zorgt voor een verrassend verfrissende klank van Brahms’ bij wijlen toch wel forse orkestpartij. Naast het aanhouden van de perfecte tempi, beluisteren we een goed afgemeten samenspel met alle aandacht voor de blazers, zowel voor het bronstig koper als voor het naald- en draadspel van hobo’s en klarinetten. Een heerlijke ervaring waarvoor dank.

Sakari laat zijn strijkers in Brahms’ meeslepende melodieën zingen. Niet alleen omdat hij zelf violist is waardoor hij goed weet wat strijken is,  maar omdat hij het gewoon is van het thuis te horen. Hij is nl. gehuwd met een sopraan. En er is nog meer goed nieuws. Tot dezelfde uitgave behoort nl. nog een tweede CD. Jawel, ook Brahms maar dan de uitvoering, overigens bewust op een andere viool, opgenomen in 2010 in de mooie, moderne August-Everding-Saal in München,  van de versie voor viool en piano die violist Joseph Joachim in 1871 (de eerste tien) en vervolgens in 1880 (de overige elf) realiseerde van Brahms’ 21 Hongaarse dansen uit 1858-1869. Baiba speelt in deze samen met haar  één jaar jongere zus Lauma. Een echte aanrader. Ga maar eens meteen naar Track 4 om het naar goulash smakend, zwoel dubbelspel van Baiba te proeven. In haar ragfijne, paprikakleurige  tremolo hoor je haar zo de kummel toevoegen en neemt ze je mee naar de poesta om er  de voorbij rennende racka’s, puli’s  en komondors te bewonderen. Overheerlijk. En uiteraard klinkt de overbekende 5de dans door de beide zussen overweldigend dansant en aanstekelijk. Uitleg over de werken verneemt u in het bijbehorend boekje via een interview met Baiba. Heel interessant. Ze weet waarover ze speelt. Afgerond? Een must.