*** Met de verwaarloosde muziek van Joseph Ryelandt als voorwerp is het opnamehuwelijk tussen het De la Haye-ensemble en Toccata Classics als een match made in heaven. Het allereerste volume uit wat een uitgebreidere reeks moet worden, is een overwegend veelbelovende start, maar vertoont ook enkele pijnpuntjes.

*** Met de verwaarloosde muziek van Joseph Ryelandt als voorwerp is het opnamehuwelijk tussen het De la Haye-ensemble en Toccata Classics als een match made in heaven. Het allereerste volume uit wat een uitgebreidere reeks moet worden, is een overwegend veelbelovende start, maar vertoont ook enkele pijnpuntjes. 

Eigenlijk is dit een uitzonderlijk schijfje. Dat merk je al meteen aan de hoes. Includes first recordings, lezen we in de linkerbenedenhoek. En inderdaad: de opnamen van de muziek van Joseph Ryelandt zijn wellicht op één hand te tellen. Met deze cd willen zowel Toccata Classics als het De la Haye-ensemble daar verandering in brengen. Het Londense label aims to bring […] neglected treasure to the public waiting for the chance to hear it, en plant meteen een reeks uitgaven over deze vergeten Brugse componist. Het allereerste volume, dat in de Antwerpse Studio C tot stand kwam, presenteert een ruime selectie aan werken die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gecomponeerd: een periode waarin de toekomstige directeur van het stedelijk conservatorium zich bijna uitsluitend aan kamermuziek wijdde. Voor zowel de cellosonate als de twee vioolsonates op dit album geldt dat deze nooit eerder werden opgenomen. Over een unique selling proposition gesproken. Deze drie sonates worden met enkele kortere stukken aangevuld: een canon voor pianotrio, een romance voor viool en piano en – als toepasselijke afsluiter – een nocturne voor het duo cello-piano.

Roem is als een bloem …

2015 was voor Joseph Ryelandt een feestjaar. Het De la Haye-ensemble, genoemd naar de vroeggestorven Lierse kunstschilder Raymond de la Haye (1882-1914), heeft er met concerten in onder meer Hasselt, Lier, Leuven, Kortrijk en (uiteraard) Brugge mede voor gezorgd dat de vijftigste verjaardag van diens overlijden niet onopgemerkt voorbij is gegaan. En precies dat dreigde te gebeuren. Want ondanks een zeer divers en omvangrijk oeuvre raakte de muziek van deze telg uit een Franssprekende bourgeoisfamilie in verdrukking. Volgens de auteurs van het omstandig gedocumenteerde, tweetalige (EN-NL) cd-boekje – Jan Dewilde en Koen Buyens – had dit veel zo niet alles met Ryelandts houding tegenover het modernisme te maken. Hij liet de nieuwe stijlrichtingen bewust aan zich voorbijgaan, met een gebrek aan waardering tot gevolg. Niet dat hij daar ook maar even om maalde, getuige een televisie-interview in het programma Ten huize van … (1959): “You know how it is: after twenty years you become outdated, after 100 years you’re popular again. Fame is a flower that blooms only on gravestones!” U fronst de wenkbrauwen bij dit citaat in het Engels? Dan bent u niet alleen. Vreemd genoeg werd de tekst van het inlegboekje niet integraal in het Nederlands opgenomen. En voor de Franse versie kan u op het internet terecht, al blijkt de link niet te werken. Het is uiteindelijk detailkritiek, want aan deze uitgave werd zeker zorg besteed.

Hoog tijd nu om in de muziek zelf te duiken. Alvorens de sonates te gaan beluisteren, bieden het zogeheten Canon en Trio en de twee ééndelige werken op deze plaat de mogelijkheid om alvast een eerste indruk op te doen. En u weet hoe belangrijk die vaak is. Het korte openingsstuk is meteen ook de enige keer dat we violist Hans Cammaert, cellist Daan De Vos en pianist Bart Meuris samen te horen krijgen. De Canon, naast een ietwat schools Andante toch vooral een zorgeloos mooi klinkend cadeautje voor drie van Ryelandts acht kinderen, is zeer goed in balans. Alle stemmen zijn op hun beurt prominent aanwezig, dragen bij aan een transparante samenklank en creëren door de dynamiek al snel een eerste aangrijpend moment. Ook in de Romance heb je nooit het gevoel dat de woedende oorlog echt in Ryelandts composities binnendringt. In plaats van deze te evoceren, zoals in bijvoorbeeld de 20ste-eeuwse Russische muziek wel vaker gebeurde, is dit innige stuk (Adagio) veeleer geschikt om het krijgsgewoel te verdringen. Precies honderd jaar na datum geeft het duo Cammaert-Meuris er een meer dan bevredigende lezing van. Zowel de empathie als intensiteit waarmee wordt gemusiceerd, straalt door de soms gloedvolle frasen heen. Lyriek en drama worden net als de tempoaanduidingen genuanceerd in de verf gezet. Helaas durft de viool – een Francesco Verzella, zo leert het cd-boekje – in de hogere registers weleens genepen klinken: een euvel dat ook tijdens het concert bij Loge 35 – nu reeds twee jaar geleden – sporadisch opdook. De zangerige melodie van de overwegend ontspannen Nocturne ten slotte wordt door de cello zowel broos als met meer diepgang geformuleerd (Lentement). De musici evolueren nauwlettend samen tot op het punt waar de tonen subtiel wegsterven.

Bij het nekvel

De drie sonates op dit album zijn stuk voor stuk een ontdekking waard, ook al hebben ze hun historische deugdelijkheid tijdens de voorbije eeuw maar ternauwernood kunnen bewijzen. Vooral de ingenieuze vijfde vioolsonate laat een meeslepende en robuuste indruk na. De openingsmaten, door Meuris met veel aplomb tot resoneren gebracht, grijpen je meteen bij het nekvel. Cammaerts intrede moet in vigoureus engagement beslist niet onderdoen. Van Lento gaat het plots naar een gedreven Allegro vivace, doorspekt met heerlijke, melancholische reminiscenties en een contemplatief tweede thema. Het duo laveert zeer kundig van het ene naar het andere gemoed, wisselt daarbij de dynamische pieken en dalen met elkaar af en houdt er een niet aflatende sturm und drang op na. In het lieflijke, maar bij aanvang te fijnbesnaarde samenspel van het Andante sostenuto gaat de storm slechts voor even liggen, want ook de theatrale finale wordt als een pittige rollercoaster neergezet (Allegro con fuoco). Talrijk zijn de accenten, snedig de articulatie en abrupt het fors aangezette slot. Dan ging Ryelandt in de vierde vioolsonate een minder uitgesproken avontuurlijke toer op. Het zijn vooral de doorvoelde dialogen uit de intieme trage beweging (Adagio) die in dit evenzeer driedelige werk weten te charmeren. De beide hoekdelen worden daarentegen door enkele minpuntjes ontsierd. Zo zijn de twee muzikanten in het Allegro moderato te weinig op elkaar betrokken. De viool klinkt ook hier bijwijlen pijnlijk hees of opvallend scherp, zowel tijdens de begin- als de slotmaten van de levendige finale bijvoorbeeld (Allegro non troppo). En in datzelfde opgewekte deel stelt de baspartij de discant nu en dan in de schaduw, hetgeen toch niet de bedoeling van de toetsenist kan zijn. Neen, dit is jammer genoeg geen onverdeeld succes.

Dan wordt het onderbewuste van Ryelandts ziel – die, zo lezen we wederom in het inlegboekje, door de muziek naar eigen zeggen tot uitdrukking werd gebracht – een stuk beter gediend in diens tweede cellosonate. De enige kanttekening is de enigszins gebrekkige balans tijdens het pizzicato van het onschuldige openingsdeel (Allegretto), dat voor het overige nochtans wel met veel wederzijds begrip voorbijtrekt. Het zwaartepunt ligt hoe dan ook in een boeiend middendeel, dat door de tempovariaties een appel doet aan de alertheid van beide tenoren. Samen met zijn kompaan slaagt Meuris erin om de verschillende karakters van deze beweging met veel overtuiging tot klinken te brengen: bovenal plechtig, maar ook opzwepend en zelfs even berouwvol. De Vos intoneert te allen tijde gevat, zonder in overbodige opsmuk te vervallen, en laat zijn cello prachtig zingen en lamenteren. In het afsluitende rondo (Allegro moderato) wakkert de piano het vuur nog een laatste maal aan, hierin speels doch kordaat bijgetreden door de cellist.  

Deze cd is een overwegend veelbelovende start van wat sowieso een unieke reeks aan Ryelandt-opnamen moet worden. Het is een alles bij elkaar geslaagd pleidooi voor een schromelijk verwaarloosde landgenoot.