**** Muziek die een en al gezelligheid oproept: met het feestelijke eindejaar in het verschiet, verdient deze cd dus zeker onze aandacht. De Poolse tenor Piotr Beczala wekt op zijn debuut voor Deutsche Grammophon het hartverwarmende repertoire van diens overleden collega Richard Tauber terug tot leven.

**** Muziek die een en al gezelligheid oproept: met het feestelijke eindejaar in het verschiet, verdient deze cd dus zeker onze aandacht. De Poolse tenor Piotr Beczala wekt op zijn debuut voor Deutsche Grammophon het hartverwarmende repertoire van diens overleden collega Richard Tauber terug tot leven.

De Poolse tenor Piotr Beczala hoorden we lang geleden (2001!) in de Munt in de kleine partij van de Italiaanse zanger in Der Rosenkavalier van Richard Strauss, een regie van Christophe Loy gedirigeerd door Antonio Pappano. Ondertussen maakt hij als lyrische tenor carrière in de grote operahuizen van de wereld. Voor zijn debuut-cd bij Deutsche Grammophon wilde hij hulde brengen aan een van de grootste lyrische tenoren van de eerste helft van de twintigste eeuw: Richard Tauber. Tauber maakte naam als belcantozanger, maar schakelde op een gegeven moment in zijn loopbaan over naar operette en filmmuziek. Sommige componisten zoals Franz Lehár en Robert Stolz schreven partijen op zijn stem geënt. Dat gegeven fascineert Beczala bijzonder en heeft hem nog extra gestimuleerd het repertoire van Richard Tauber terug tot leven te wekken.

Gekunsteld

De vocale charme van de Oostenrijkse zanger die tijdens de nazi-periode naar Engeland uitweek en in 1948 in Londen op 56-jarige leeftijd overleed, is legendarisch. Beczala stelde een mooie keuze samen uit het repertoire dat hij meest zong en de cd begint en eindigt dan ook met Lehár, beide stukken uit Das Land des Lächelns. Het eerste fragment zingt Beczala in de Engelse versie, “You are my heart’s delight” (“Dein ist mein ganzes Herz”) en het bezorgt de cd zijn titel. Beczala benadert heel mooi het stralend-lichte timbre van zijn model, slaagt erin de smachtende toon van de romantische operette op te wekken en zijn stem te kleuren in “sehnsuchtsvolle” jaren dertig-stijl. Zijn stem blijft wat achteraan in de keel klinken en heeft dat tikkeltje gekunstelde dat eigenlijk wel past bij de sfeer van de stukken. Aangezien hij uiteraard niet dezelfde stem heeft als de fantastische tenor, gaat hij wat voorzichtiger om met de kleurrijke aria’s en durft hij niet zoveel variëren tussen zacht en krachtig, misschien uit vrees de juiste klank kwijt te geraken.

Dat Piotr Beczala het er toch wel heel goed van af brengt, horen we in de gedurfde confrontatie tussen de twee stemmen in “Du bist die Welt für mich”. In “Lippen schweigen” laat niemand minder dan Anna Netrebko haar sensuele stem losbarsten. Beczala kan me zeker bekoren met deze cd vol toppers van Lehar, Emmerich Kalman, Stolz en enkele anderen. De cd verscheen al deze zomer, maar verdient met de feestdagen in het verschiet zeker aandacht, want het is perfecte muziek om in een gezellige sfeer te komen. Laat Piotr Beczala met “La mia bella Napoli”, “Ich küsse Ihre Hand, Madame” en andere charmeliederen maar ons hart verwarmen. Het orkest swingt lustig mee.