Eén van de meest legendarische kwartetensembles van de tweede helft van de 20ste eeuw heeft een nieuwe cd uit. Het Arditti Quartet heeft de Complete String Quartets van de nu 77-jarige, Engelse operacomponist Harrison Birtwistle  opgenomen. Ook al is de “muziek” niet om aan te horen en gaat het om slechts twee composities.

Eén van de meest legendarische kwartetensembles van de tweede helft van de 20ste eeuw heeft een nieuwe cd uit. Het Arditti Quartet heeft de Complete String Quartets van de nu 77-jarige, Engelse operacomponist Harrison Birtwistle  opgenomen. Ook al is de “muziek” niet om aan te horen en gaat het om slechts twee composities, de cd  is alweer een primeur en alweer een mijlpaal in de geschiedenis van de uitvoering van  eigentijdse muziek. Hoe dan ook.

Het ensemble werd in 1974 opgericht  door vier al dan niet joods-Engelse jongens die nog maar net goed twintig waren, Irvine Arditti, John Senter, Levine Andrade en Lenox Mackenzie. Dit kwartet heeft ondertussen, weliswaar met wisselende bezetting, al meer dan 180 opnamen (vinyl en cd’s) gerealiseerd. In die mate zelfs dat hun discografie onderverdeeld wordt in Arditti Quartet Series op het label Montaigne (42 cd’s sedert 1991), hun ‘All-Arditti’ CD’s op diverse Labels, hun Recordings of Individual Works en hun Live Recordings on Documentation Discs  en  hun eerste Vinyl Recordings. Stel u voor!

Leden van het kwartet gaven als specialisten van hedendaagse of eigentijdse muziek, les aan de Darmstädter Ferienkurse (Internationale Ferienkurse für Neue Musik, opgericht in 1946), en samen specialiseerden ze  zich in de uitvoering van hedendaagse muziek. Tal van heel bekende componisten componeerden speciaal werk voor hen. Ze kregen verschillende keren de Deutsche Schallplatten Preis en wonnen in 1999 en 2002 een  Gramophone Award voor de beste opname van hedendaagse muziek. Eentje kregen ze voor hun uitvoering van werk van Elliott Carter (°1908) en eentje kregen ze voor hun cd met werk van Harrison Birtwistle. Deze laatste was een Teldec-opname van Birtwistle’s “Pulse Shadows”, Meditations on Paul Celan voor sopraan, strijkkwartet en snsemble (twee klarinetten en contrabas) uit 1989-1996 met medewerking van de Amerikaanse sopraan Claron McFadden en het Nash Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Deze cd heeft een extra historische waarde omdat Claron McFadden ook de première van “Pulse Shadows” heeft gezongen, april 1996, in de Queen Elizabeth Hall in Londen. Het verband tussen deze cd en de nieuwe cd die ik hier voorstel is, dat “Pulse Shadows” eigenlijk een combinatie was van twee composities. Eén daarvan, nl. 9 Movements”,  is op deze nieuwe cd opgenomen. “Pulse Shadows” was een combinatie van Birtwistle’s  “9 Settings of Celan voor sopraan, twee klarinetten, altviool, cello en contrabas” uit  1989–96, en van zijn “9 Movements for string quartet” eveneens uit dezelfde periode.

En dan Siemens

De internationale Ernst von Siemens Musikpreis wordt sedert 1972, jaarlijks uitgereikt door de  Beierse Akademie der schönen Künste,  in opdracht van de  Ernst von Siemens Stiftung. Tot de adviescommissie behoren sedert 2011 de componisten/dirigenten Beat Furrer, Helmut Lachenmann, Wolfgang Rihm en Peter Ruzicka (°1948), professor aan de  Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. Naast hen beslissen de musicoloog Hermann Danuser (van de Humboldt-Universität zu Berlin) en de Kultuurmanagers Thomas Angyan (Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen), Ilona Schmiel (Beethovenfest Bonn) en Nikos Tsouchlos (Megaro Mousikis in Athene) wie in aanmerking komt voor de prijs. Mocht bvb. de naam Beat Furrer (°1954) u niets zeggen, moet u weten dat deze Professor für Komposition aan de Kunstuniversität van Graz, naast Matthias Henke, Renate Liesmann-Baum en Christian Scheib, één van de mannen was achter de organisatie van het Duitse “Netzwerk Neue Musik”. Dit was een reusachtig project, een Förderprojekt der Kulturstiftung des Bundes,  in 15 verschillende Duitse steden, tussen 2008 en 2011, ter bevordering van eigentijdse muziek. Het project moest het wel doen met een overheidsbudget van maar… € 8 miljoen euro! Naast € 10 miljoen  verzamelde zelffinanciering wel te verstaan…Die Duitsers toch, hé?

Het Arditti Quartet kreeg die prestigieuze prijs in 1999 voor hun lifetime achievement, hun „musikalisches Lebenswerk”. Ze kwamen daardoor op de prestigieuze lijst die in ’74-’75 begon met de eerste prijswinnaars Britten en Messiaen. Birtwistle zelf kreeg de prijs in 1995, (na hem kwam trouwens Maurizio Pollini) en net voor Arditti, werd de prijs toegekend aan György Kurtág. Na hen ging de eer naar Mauricio Kagel. Om u maar een idee te geven in welk gezelschap ze zich bevinden. Het kwartet bestaat nu uit de violisten Irvine Arditti (jawel, nog steeds sedert 1974!) en Ashot Sarkissjan, de altist Ralf Ehlers en de cellist Lucas Fels.

Complete Works?

Een grappige titel want het gaat over slechts  twee composities. Maar daar daar is reden voor.

Birstwistle is blijkbaar maar tot het besef gekomen dat men met een strijkstok kan strijken, op zijn 56ste. Dat komt omdat hij tot dan toe hoofdzakelijk componeerde voor houtblazers en percussie en, als er al strijkers in zijn werken voorkwamen, hij die liever getokkeld hoorde. Birtwistle verkoos plucked strings boven bowed strings. Eigenlijk paste dat goed bij het image van deze Orphic composer. Een componist/zanger met de lier of de harp. Het is dan ook helemaal geen toeval dat de meest besproken en daardoor meest bekende compositie van Birtwistle, zijn opera “The Mask of Orpheus” (1986) was.

Houtblazers (woodwinds) en harp hebben de werken van Birtwistle altijd gedomineerd vanaf de goat-song, “Tragoedia” (ondanks de aanwezigheid van een strijkkwartet) (1965), tot de orkestwerken Melencolia I (1976) en Endless Parade (1987). Een eerste, schuchtere poging om echt voor strijkers te componeren was in 1980, toen hij zijn Klarinetkwintet componeerde en in 1984, wanneer hij dertien solostrijkers samenbracht in Still Movement. In 1988 schonk hij de wereld zijn “Four Songs of Autumn”. Dit was zijn eerste keer met strijkkwartet,weliswaar een compositie voor sopraan en strijkkwartet. Pas in zijn “late fifties”, bezondigde Birtwistle zich aan all-string chamber Music. Door zijn contact met het Arditti Quartet, begon hij in  1991 aan een een heus strijkkwartet. Deze Tailor-made composition voor het Arditti Quartet, zou uiteindelijk uitgroeien tot zijn “9 Movements for String Quartet”. Aanleiding was het eerste van de drie Stukken voor strijkkwartet uit 1914 (Trois pièces pour quatuor à cordes, reduction pour piano à quatre mains par moi, IStr.) van Igor Stravinsky. Diens aanpak van de vier instrumenten als onafhankelijke, ostinato-achtige objecten, waarbij Stravinsky bvb. op een gegeven moment vraagt aan de tweede violist en de altist om hun  instrumenten  te willen vast houden als een cello, ten einde een bepaald pizzicato te kunnen spelen, beviel Birtwistle wel. In navolging van Stravinsky componeerde hij naar eigen zeggen “un-quartet-like things”. Zeker weten, Harrison.

„Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts

wir trinken dich mittags der Tod ist ein Meister aus Deutschland

wir trinken dich abends und morgens wir trinken und trinken

der Tod ist ein Meister aus Deutschland sein Auge ist blau

er trifft dich mit bleierner Kugel er trifft dich genau

ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete

er hetzt seine Rüden auf uns er schenkt uns ein Grab in der Luft

er spielt mit den Schlangen und träumet der Tod ist ein Meister aus Deutschland

dein goldenes Haar Margarete

dein aschenes Haar Sulamith”

Eerst componeerde hij in 1991 één enkel “Movement for String Quartet”. Aanleiding was de negentigste verjaardag van Alfred Schlee (1901-1999), de directeur van de Weense uitgeverij Universal Edition die sedert haar ontstaan in 1901, uitgroeide uit tot een van de meest toonaangevende uitgeverijen van eigentijdse (klassieke) muziek. Deze compositie zou onder de naam “Frieze 1” de eerste van de negen bewegingen worden.  In 1993 voegde Birtwistle twee andere kwartetbewegingen toe. Deze werden uiteindelijk de Fantasias 2 en 4, die de 4de en 7de beweging zouden worden van de negen bewegingen. In 1995 besliste Birtwistle uiteindelijk het aantal uit te breiden tot negen. Op den duur moet men toch weten wat men wil, niet? Dit idee kwam voort uit zijn beslissing om zes nieuwe toonzettingen van gedichten van Paul Celan, toe te voegen aan zijn  reeds bestaande drie. Bedoeling was om deze twee composities, Celan-compositie en de negen bewegingen, met elkaar te verweven, wat gebeurde bij uitvoering van het eerder geciteerde “Pulse Shadows”. Het onderscheid tussen Fries of weefsel en Fantasia, schuilt in twee soorten beweging. Naar eigen zeggen gaat het in die stukken over “two ways of moving through time”, gaat het over “two ways of attempting to portray music’s relationship to time passing”. Wel, wel.

De Fantasias zijn impulsief terwijl in de Friezen, de vier partijen zich in een overigens  exhilaratingly fast tempo, meer lineair ontplooien (more lineair in their unfolding) als een opeenvolging van objecten. De paradoxale combinatie van beweging en stilstand of movement and stasis. “Pulse” staat dan weer voor ritme, maar Birtwistle bedoelt menselijk ritme, onze hartslag met name. “Shadow” plaatst de mythologically en pre-history minded composer Birtwistle, dan weer tegenover “Shade”. Menselijke vorm zonder menselijke inhoud, begrijpt u? Schaduw, schim, geest, volgt u? Goed gevonden, hé?

“Pulse Shadows”, twee samengevoegde woorden. Het ene woord gericht naar het leven, het andere, weg van het leven. Weet dat bij uitvoering er meer dan vier stoelen op het podium moeten staan. Dit om de uitvoerders toe te laten, tegen het eind van de uitvoering, zich van elkaar te verwijderen, van elkaar los te maken,  door op andere stoelen te gaan zitten. Birtwistle haalde zijn ideeën uit de voorbestemde positionering van het noodlot in het beroemde gedicht “Die Todesfuge” (nederl. vert. “Sirene”), van Paul Celan (1920-1970), een gedicht uit zijn bundel “Der Sand aus den Urnen” uit 1948. Dat gedicht begint met de woorden “Schwarze Milch der Frühe wir trinken sie abends wir trinken sie mittags und morgens, wir trinken sie nachts, wir trinken und trinken”, en in dat gedicht staat de  beanstigende, bewaarheide  profetie, „der Tod ist ein Meister aus Deutschland“. Vandaar de programmatische inhoud en de naam van de laatste beweging, “Todesfuge-Frieze 4”. Een beeld van de fuga maar dan zonder woorden, eerder de geest van de fuga als  dans van de dood, the very borders of life. Alstublieft. Voilà. Pffff…

In de marge wil ik vlug eens opmerken dat, mocht u niet houden van de “muziek” van Birtwistle, u nog altijd terecht kan bij de muziek van zijn generatiegenoten Alexander Goehr, Justin Connolly, Peter Maxwell Davies, Nicholas Maw, Richard Rodney Bennett, Cornelius Cardew, Colin Mawby, David Bedford Andrew Carter, Jonathan Harvey  of John McCabe. Eens proberen want ik kan u verzekeren dat er nogal wat andere muziek te ontdekken valt bij deze componisten. Wil ik maar zeggen dat u zich niet hoeft blind te staren op de halfzachte Birtwistle en dat u niet hoeft te denken dat zijn “muziek” representatief zou zijn voor zijn generatie Engelse componisten. Geloof mij.

In de jaren ’70, begin jaren ’80, woonde Birtwistle op het Schotse eiland Raasay, een visserseiland dat deel uitmaakt van de Binnen-Hebriden, gelegen tussen het eiland Skye en het Schotse vasteland. Dit godverlaten eiland werd gebruikt voor sheep farming en de dichter Sorley MacLean (1911-1996) werd er geboren. Er wonen omzeggens geen mensen maar wel veel otters. ’t Is toch  iets. Oospronkelijk moet er wel muziek geweest zijn, muziek gespeeld op de Gaelic clàrsach, een soort harp, a wire-strung harp. Dit ontvolkte eiland was in 2007 de inspiratiebron voor Birtwistl’s “Tree of Strings”. Het strijkkwartet verklankt het desolate eiland door onverwachte stiltes, als uitdrukking van leegheid. De conventionele halfcirkel van het strijkkwartet wordt ook hier omringd door lege stoelen, presence encircled by absence. De vier objecten/instrumenten  produceren plotselinge attacca’s, zacht contrapunt, herhaalde signalen en hollen ongecoördineerd, krijsend achter elkaar aan om elkaars staart te grijpen. Waanzinnig lelijk. Niet om aan te horen, maar uitgesproken eigentijds, hedendaags, ter ere van de liefhebber, want die mag deze cd zeker niet missen om heel veel te beluisteren. Succes.