*** Rachmaninovs onbekende eerste pianosonate opnemen houdt aangaande vergelijkingsmogelijkheden en concurrentie, weinig risico in. Met pianomuziek van  Ravel is dat enigszins anders. De eerste cd van de Nederlandse pianist Hannes Minnaar getuigt daarvan.

*** Rachmaninovs onbekende eerste pianosonate opnemen houdt aangaande vergelijkingsmogelijkheden en concurrentie, weinig risico in. Met pianomuziek van  Ravel is dat enigszins anders. De eerste cd van de Nederlandse pianist Hannes Minnaar getuigt daarvan.

Hannes Minnaar

De Zeeuwse organist en pianist Hannes Minnaar (°1984) werd geboren in Goes op het schiereiland Zuid-Beveland, in de provincie Zeeland, en  groeide op in de oester- en mosselgemeente, Yerseke.  Op z’n tiende verhuisde hij naar Emmeloord in de Noordoostpolder, in het noorden van de provincie Flevoland. Na de middelbare school studeerde hij aan het conservatorium in Amsterdam piano bij de legendarische pianopedagoog Jan Wijn (°1934), en orgel bij Jacques van Oortmerssen (°1950). Als pianist won hij prijzen in Rotterdam (Pianodriedaagse, 1999), het Prinses Christinaconcours (2003), Genève (2de prijs, 2008),  en Brussel (2010, derde prijs Koningin Elisabeth Wedstrijd). Herinnert U dat hij toen in Brussel  indruk maakte met zijn vertolking van het weinig gespeelde 5e pianoconcerto van Camille Saint-Saëns. De Rus Denis Kozhukhin won toen de wedstrijd.

De ons voorliggende en voor u beluisterde cd werd opgenomen in de bekende kerk Westvest in het mooie Schiedam, in 1907 ontworpen door de Delftse hoogleraar Henri Evers. In de kerk worden vaak cd’s opgenomen omwille van de "mooie ambiance, schitterende akoestiek en  interessante architectuur". De aan de kerk verbonden  Stichting Westvest 90 heeft als doelstelling de instandhouding van dit Rijksmonument en draagt zorg voor restauratie, groot onderhoud en het beheer. Sinds 1999 organiseert de stichting er kamermuziekconcerten en bemiddelt in het verhuur van het gebouw voor andere culturele evenementen en cd-opnamen.

Titanensonate

Minnaars uitvoering van Rachmaninovs halfprogrammatische Titanensonate uit 1907 mag passioneler gespeeld worden maar mag zeker gehoord worden. Rachmaninov baseerde zich voor deze sonate op Faust van Goethe, waarbij de drie bewegingen correspondeerden met de personages van Faust, Gretchen en Mefistofeles. De componist/pianist woonde toen in Dresden. Waarom Hannes Minnaar koos voor deze onbekende compositie en trouwens niet echt een meesterwerk, voor een eerste cd? Wel, omdat hij met deze sonate glansrijk afstudeerde als pianist. Dat dit niet altijd een reden is, bewijst echter zijn interpretatie  wanneer ik ze vergelijk met deze van Alexis Weissenberg, Boris Berezovsky, John Ogdon, Olli Mustonen, Howard Shelley, Idil Biret, Leslie Howard of Vladimir Ashkenazy. Ook eens doen en goed luisteren.

Ravel ja en nee

Zijn uitvoering van Ravels Sonatine en diens Miroirs mist enigszins verfijnde transparantie en spiritueel, ragfijn spel. Het klinkt helaas niet “délicieusement archaïsante” en “l’expression d’une sensibilité moderne” ontbreekt.

De nachtvlinder die rond een lichtbron fladdert en licht met schaduw verwart in “Noctuelles”, klinkt te toccata-achtig. De merel uit het Bos van Fontainebleau in het melancholische “Oiseaux tristes”  klinkt nog het best, maar de Barcarole/Arabesque van “Une barque sur l'océan” moet mediterraner. Het “Jeux de Buffon” van “L’homme d’âge mûr usant d’artifices vains pour conquérir le cœur d’une jeune femme” in het guitige “Alborada del gracioso”,  mag speelser en lichtvoetiger, en de gerepeteerde noten kunnen veel beter. Deze in de Rachmaninov sonate ook, trouwens. “La vallée des cloches”  mag nog veel innemender. Als het dan toch over pianisten van in de buurt gaat, verkies ik onze eigenste Jean-Claude Van de Eynden (°1948), die zestien jaar oud was toen hij in 1964 met zijn eerste Liszt-concerto, als jongste laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd bekroond werd. Yevgeni Moguilevsky won toen met Rach 3.

Ook Ravels subtiele Sonatine uit 1903-1905 moet ‘Franser’ gespeeld worden. De eerste beweging waarvan het openingsthema gevarieerd en getransformeerd wordt in de twee andere bewegingen, klinkt te gehaast en te gejaagd.  Het menuet, eerder een wals, moet eleganter. De uiterst virtuoze finale “Animé” is voor een pianist een echte tour de force. Arpèges, polyritmiek, snelle ostinati, riskante intervallen en het conflict van beide handen in een snel tempo heeft Hannes Minnaar wel begrepen. Maar om dit alles om te toveren tot de unieke sonore wereld van Ravel, is, vrees ik, nog wat lectuur nodig van Léon-Paul Fargue, Marcel Marnat, Roland-Manuel, Colette, Cortot, Jankélévitch, e.a. Hannes Minnaar moet goed nadenken over het typisch Raveliaans onderscheid tussen structuur, karakter en expressie, en hij moet nog wat meer aandacht besteden aan de toccataschriftuur van Rameau en Couperin. Onze Belgische dichter José Bruyr schreef ooit over Ravels Sonatine, ‘nulle part ne sera plus parfait cet équilibre entre un état d’âme mélancholique et une lucidité sereine de la forme’. De bescheiden naam laat het niet vermoeden maar de Sonatine is één van Ravels mooiste en belangrijkste pianocomposities. Zeker weten.

“Miroirs” moet meer vanuit de verschijningen gespeeld worden,  vanuit de gedachte die Louis Aguettant zo treffend omschreef als “l’âme qui semble vivre derrière les apparences”. “Miroirs” slaat immers op weerspiegeling of reflexie. De Engelsen hebben dit goed begrepen wanneer ze de titel niet vertaalden als “Mirrors” maar wel als “Reflexions”. Ravel haalde overigens de titel bij Shakespeare, meer bepaald uit diens Julius Ceasar,  wanneer  Cassius in de tweede scène van de eerste akte, aan Brutus vraagt, of hij zijn gelaat kan zien, waarop  Brutus antwoordt, “No, Cassius; for the eye sees not itself, But by reflection, by some other things.” Een spiegel is immers een object « pour qu'une image s'y forme par réflexion », zegt men in het Frans. Bien évidemment.