Blandine Rannou (klavecimbel) **** – Nicholas Angelich (piano) ***

Johann Gottlieb Goldberg was leerling van J.S. Bach en de jonge beschermeling van Graaf von Keyserlingk. Laatstgenoemde leed aan slapeloosheid (zo ken ik er nog)… 

Blandine Rannou (klavecimbel) **** – Nicholas Angelich (piano) ***

Johann Gottlieb Goldberg was leerling van J.S. Bach en de jonge beschermeling van Graaf von Keyserlingk. Laatstgenoemde leed aan slapeloosheid (zo ken ik er nog) en bestelde, volgens Bachbiograaf Johann Nikolaus Forkel in 1740, bij Bach de befaamde aria met variaties die Goldberg moest spelen achter een gordijn in de kamer van de graaf. Dit werk vormt in feite het vierde en laatste deel van de Clavier-Übung en bestaat uit een aria (bij begin en einde) en 30 variaties (30+2=32). Pittig detail: het thema zelf is 32 maten lang, verdeeld in 2 delen van 16 maten, elk met 2 frases van 8 maten, frases die op hun beurt kunnen onderverdeeld worden in 2 geledingen van 4 maten. Genoeg kabbalistiek.

Aan die Goldbergvariaties, zoals het werk vrij snel de geschiedenis is ingegaan, hebben heel wat pianisten, klavecinisten en bespelers van andere klavieren een flinke kluif. Wij zijn gewoon dol op dit werk en tellen iets meer dan een dozijn verschillende uitvoeringen in onze cd-teek. Dat gaat van de “oerversie” van Glenn Gould uit 1955 tot zijn digitale versie in 1982 (nog steeds op vinyl) via uitvoeringen op klavecimbel door Gustav Leonhardt, Bob van Asperen en Céline Frisch, een versie voor strijkerstrio, eentje voor orgel door de onvolprezen Jean Guillou, de fantasie die de onverbeterlijke fratsenmaker Uri Caine ervan gemaakt heeft en memorabele monumenten op ‘grand’ piano door Rosalyn Tureck (een zeldzame keer met elke herhaling in de partituur) , Murray Perahia, Martin Stadtfeld of nog de jazzy visie van Keith Jarrett.

We houden u niet langer in spanning. Twee nieuwe edities liggen te wachten op een nauwlettende beluistering: één door Blandine Rannou op klavecimbel en één door Nicholas Angelich op piano.

Ook Blandine Rannou getroost zich de moeite (!) alle herhalingen uit te voeren, zodat het album meteen 2 cd’s vult. Rannou neemt de aria zeer traag (die kreeg Graaf Keyserlingk zeker in slaap), maar bij de eerste variatie tuimelen alle engelen in razend tempo uit de hemel. Leuk. In de variaties waar dat voorgeschreven staat, worden ook de 2 manualen gebruikt. Spreekt vanzelf eigenlijk en dat voegt nog meer kleur toe aan het al zeer brede palet. Zoals vaak in bijna elke muziek – dus ook bij Bach – is het allermooiste te horen in “brokjes” adagio. Variatie 25 is zo’n typisch voorbeeld daarvan.

Nicholas Angelich meteen. Deze Amerikaanse pianist (°1970) leerde op zijn vijfde piano spelen van zijn eigen moeder en gaf zijn eerste concert toen hij amper zeven was. In het gezelschap van een Amerikaans kamerorkest speelde hij toen het pianoconcerto KV 476 van Mozart. Amper 13 werd hij toegelaten tot het Conservatoire National Supérieur van Parijs, als leerling van Aldo Ciccolini, Yvonne Loriod en Michel Beroff. Laat zich raden: hij won zowat overal prijzen, onder meer op het International Klavierfestival van de Ruhr. In 2002 kreeg hij de Young Talent Award. Hij trad op met de meest befaamde orkesten onder de meest befaamde dirigenten en liet in het seizoen 2010-2011 een onuitwisbare indruk na met  het Concerto voor de linkerhand van Maurice Ravel, begeleid door het Royal Scottish National Orchestra o.l.v. Stephane Deneve.

Deze begaafde solist maar ook kamermuzikant (o.a. met violist Renaud en cellist Gauthier Capuçon) is wellicht de aangewezen persoon om (slaap)kamermuziek als de Goldbergvariationen te vertolken.

De opname klinkt een beetje donker… wat deze muziek eigenlijk ten goede komt. Angelich begint ‘braafjes’ met de aria maar ook hij ontbindt duivels (geen engeltjes deze keer) bij variatio 1. In de variaties met 2 manualen wordt het een beetje ingewikkeld en is de lectuur niet meer zo glashelder als bij de aanvang. Hierin is een klavecimbel duidelijk beter. Maar in variatie 25 (ter vergelijking met Blandine Rannou) ontvouwt zich een prachtig palet.

Vergelijken met om het even wie uit onze collectie – en met Glenn Gould al helemaal – is eigenlijk onzin. Wat elke muzikant zo ‘speciaal’ maakt is… het karakter van de muziek zelf. Daarom heet dat ook interpretatie. Er bestaat mijns inziens geen ideale uitvoering… vandaar de ultieme ‘variaties van de variaties’ die Keith Jarrett en Jean Guillou zich veroorloofden, om maar te zwijgen over Uri Caine.

Twee maal verschillend, ook deze keer. En twee keer een prima prestatie. Als u het ons vraagt: haal minimum 2 versies in huis, één op klavecimbel en één op piano.