Grote namen schaarden zich achter de realistie van een cd met werk van Giuseppe Antonio Brescianello (1690-1758). De Schola Cantorum Basiliensis, de universiteit voor oude muziek van de muziekacademie Basel, WDR3 en Glossa zetten hun schouders onder het project 

Grote namen schaarden zich achter de realistie van een cd met werk van Giuseppe Antonio Brescianello (1690-1758). De Schola Cantorum Basiliensis, de universiteit voor oude muziek van de muziekacademie Basel, WDR3 en Glossa zetten hun schouders onder het project dat voor uitvoering werd toevertrouwd aan La Cetra Barockorchester Basel geleid door David Plantier en Václav Luks.

Sinfonia’s, concerti, een ouverture en een chaconne staan op de zilveren schijf geregistreerd.

Giuseppe Antonio Brescianello was een tijdgenoot, wel enkele jaren jonger, van de grote barokmeesters Bach, Händel, Telemann, Rameau en anderen die we hun namen zo uit het hoofd noemen. Brescianello zegt de meeste mensen minder of helemaal niets. De Italiaanse hofkapelmeester in Württemberg schreef enerzijds zo Italiaans als maar mogelijk maar hij maakte ook duidelijk in meerdere werken dat hij de Franse barok, weliswaar met wat Duitse invloeden, in de vingers had. Al die verschillende elementen komen in de cd aan bod. Op zich is het een interessante en boeiende samenstelling en bloemlezing uit het werk van een minder bekende naam.

Waarom schrijf ik in de titel ‘Een zenuwzieke’? Wie de uitvoering hoort, zou gaan denken dat Brescianello een vervelende spring in het veld moet geweest zijn die hakkend en takkend in alle wispelturigheid van de ene hoek naar de andere sprong. Een kerel die je geen rust gunde, agressief en elkeen opjagend. En als hij niet zo was? … Juist, of hij zo was, vind je niet te lezen. Nog maar eens hebben we hier een uitvoering die met de laatbarok (is het nog wel barok?) te maken heeft maar wel met die pedante hedendaagse speelwijze van, onder meer, barokmuziek. Het wordt eigenlijk bah rock! waardoor elk barokken vergulsel verroest ijzer wordt. Dreunend en snijdend jagen de bespelers van historische instrumenten de muziek door de ether. Daar kan ik niet van houden en het is moeilijk volhouden zo’n cd tot op het einde te beluisteren. Liefhebbers van deze uitvoeringspraktijk, zeg maar het levenswerk van Giovanni Antonini, zullen deze cd met gejuich onthalen. Zelf kan ik er absoluut niet tegen. Is het een verschil in smaak of scheelt er toch wel meer dan ‘wat’ aan dit soort uitvoeringspraktijk?