*** Geen beter geschikt ogenblik dan Allerzielen om te luisteren naar een requiem… In mijn jeugd allicht een overdosis gekregen – door het begeleiden van misschien wel honderd begrafenisplechtigheden – moet ik natuurlijk niet ver zoeken naar de oorsprong van mijn bijzondere fascinatie voor het genre. Maar ook al lijkt het thema ‘dodenmis’ misschien wat ‘monotoon’: niets is minder waar.

*** Geen beter geschikt ogenblik dan Allerzielen om te luisteren naar een requiem… In mijn jeugd allicht een overdosis gekregen – door het begeleiden van misschien wel honderd begrafenisplechtigheden – moet ik natuurlijk niet ver zoeken naar de oorsprong van mijn bijzondere fascinatie voor het genre. Maar ook al lijkt het thema ‘dodenmis’ misschien wat ‘monotoon’: niets is minder waar.

Het oudste genre

Het requiem in al zijn facetten is uitvoerig beschreven. U vindt er heel wat over op het internet. Eén van de meest interessante (en vlot leesbare) referenties is: De geschiedenis van het requiem door Albert van der Zeijden (Tijdschrift over de dood nr. 5 – 1995). In Dies Irae – Kroniek van het requiem onder de redactie van Pieter Bergé (Leuven University Press) lezen we dat het requiem of de dodenmis “een van de oudste en langst overlevende genres uit de westerse muziekgeschiedenis” is en dat “vanaf 1450 heel wat grote componisten zich hebben laten inspireren tot het schrijven van magistrale dodenmissen”.

Let wel, niet alle requiems zijn dodenmissen. Twee niet liturgische meesterwerken zijn het imposante Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms (1833-1897) en het beklijvende War Requiem van Benjamin Britten (1913-1976). In het wondermooie Requiem van John Rutter (°1945) mengt de componist zowel Latijn als Engels, maar de rode draad is wel degelijk de gregoriaanse ritus, net zoals in de Messa da Requiem van Giuseppe Verdi (1813-1901) die dan wel een mis is… maar door critici soms als een “halve opera” beschouwd wordt. Het Dies irae laat dan ook al de toorn Gods op u los. Het verhaal rond het Requiem van W.A. Mozart (1756-1791) is overbekend en ook al bleef het onafgewerkt, het is een van de mooiste requiems uit de geschiedenis.

Hoop of vertwijfeling

Ook zijn niet alle dodenmissen een en al treurnis en varieert de muziek tussen totale vertwijfeling wegens het verlies van een dierbare en de hoop op een hiernamaals. Meestal heerst een grote sereniteit, zoals bij Jean Gilles (1668-1705) en André Campra (1660-1744) maar ook de nauwelijks verholen wanhoop bij Marc Eychenne (°1933) of regelrechte verschrikking bij  Loris Tjeknavorian (°1937).

Dit brengt ons bij twee Franse componisten, Gabriel Fauré (1845-1924) en Francis Poulenc (1899-1963), die beiden een magnifiek én hoopvol requiem schreven.

Eerstgenoemde schreef zelf over zijn requiem (dat tussen 1888 en 1900 in niet minder dan drie versies werd uitgegeven: “Mijn Requiem drukt geen angst voor de dood uit. Iemand noemde het ooit een wiegenliedje voor de dood. Maar zo zie ik de dood ook, als een blijde verlossing, een verlangen naar blijdschap hierboven, eerder dan een pijnlijke ervaring”.

Puntgaaf

Een recente uitvoering van dit Requiem staat onder leiding van Hervé Niquet (°1957). Deze Franse dirigent gooit de jongste tijd hoge ogen als dirigent van grote koren en orkesten ter wereld en het is niet zonder enige trots dat intendant Gunter Broucke hem heeft kunnen ‘strikken’ voor het Vlaams Radio Koor (op de hoes en in het bijbehorend boekje het Flemish Radio Choir). Naast een rist activiteiten verbonden aan opera (Parijs) en oprichter van Le Concert Spirituel (gespecialiseerd in grote Franse motetten uit de 17de en 18de eeuw) is hij ook een begenadigd tenor, maar of hij daar nu nog de tijd voor heeft… Zijn interpretaties van o.a. Handel, Haydn, Mozart en Rossini werden in 2004 bekroond met een Edison Award.

We horen hier Fauré’s Requiem in de originele versie voor gemengd koor en kamerorkest: het Vlaams Radiokoor en de Brussels Philharmonic Soloists.

In zijn eerste versie wou Fauré jongens als sopranen “in plaats van oude geiten die nooit liefde gekend hebben” (sic) maar anderzijds kon hij de rijke en diepgelovige weduwen – lees: zij die af en toe zorgden voor de nodige centen – niet negeren. Dit argument snijdt geen hout meer, hoewel ik uitvoeringen mét kinderstemmen iets ‘pakkender’ vind. Ergo, we hebben dan wel te doen met een puntgave uitvoering maar die je net niet bij de keel grijpt.

Toetje

Op dezelfde cd staan ook twee werken van Charles Gounod (1818-1893). Het Ave Verum en Les Sept Paroles de Notre Seigneur Jésus-Christ die – met permissie – niet het niveau halen van Fauré en van ander werk van Gounod. Waarom niet gekozen werd voor het nochtans zeer knappe Requiem in C van Gounod is mij een raadsel. Het betekent niet dat zowel het Ave Verum en de Sept Paroles… wegwerpmuziek zouden zijn. Verre van. Het Vlaams Radiokoor komt hier volledig tot zijn recht en dat zal allicht de keuze bepaald hebben.