**** Waarom Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) zo vaak tussen de plooien van de muziekgeschiedenis valt, is enerzijds een raadsel en anderzijds min of meer begrijpelijk. Als jongen van elf – hij had toen al de knepen van viool en piano en muziektheorie onder de knie –  begon hij al te componeren. Hij verbaasde Goethe en oogstte de bewondering van Cherubini met zijn begaafdheid. 

 

**** Waarom Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) zo vaak tussen de plooien van de muziekgeschiedenis valt, is enerzijds een raadsel en anderzijds min of meer begrijpelijk. Als jongen van elf – hij had toen al de knepen van viool en piano en muziektheorie onder de knie –  begon hij al te componeren. Hij verbaasde Goethe en oogstte de bewondering van Cherubini met zijn begaafdheid. 

Meesterwerken

Om een aantal meesterwerken is Mendelssohn natuurlijk wel bekend. Ein Sommernachtstraum (geïnspireerd op A Midsummer Night’s Dream van Shakespeare) – geschreven als 17-jarige; het befaamde Vioolconcerto nr. 2 in e (het nr. 1 uit zijn prille jeugd is zeg maar helemaal vergeten); de Symfonie nr. 3 “Schotse” en de oratoria Elias en Paulus (waaruit zijn vertrouwdheid blijkt met Handel). Zeer knap zijn het Octet voor strijkers in Es, opus 20; het Strijkkwartet in f, opus 80 en een hele rist werken voor piano solo. Mendelssohn is natuurlijk de geschiedenis in gegaan als de man die de Mattheuspassie van J.S. Bach uit de vergetelheid haalde en in Berlijn (1829) zelf dirigeerde.

Legendarisch

Laten we echter niet vergeten dat Mendelssohn een van de meest legendarische pianisten-improvisatoren was van zijn tijd, met een faam die de hele 19de eeuw zou meegaan. Maar, drama, zo u wil: je zal maar tijdgenoot zijn van giganten als van Beethoven, Schumann, Chopin, Brahms en Liszt. Volgens zeer geleerde mensen bevat de pianomuziek van Mendelssohn niet de vernieuwingen van de sonates van van Beethoven, noch de fantasie van Schumann of de introspectieve romantiek van Chopin en Brahms of de bovenmenselijke technische bravoure van Liszt. Dan heb ik de neiging Mitterrand te citeren: Et alors?

Felix was de kleinzoon van de filosoof Moses Mendelssohn, groeide op in Berlijn en kreeg naast muzikale vorming ook teken- en schilderles en was zeer vertrouwd met literatuur. Een veelzijdige knaap dus die, zoals gezegd, op zijn elfde begon met kleine opera’s te schrijven… Waarmee ik bedoel dat zijn werk, vooral dat voor piano, veel beter verdient dan matige bekendheid. De vijf bundels Lieder ohne Worte, bijvoorbeeld, behoren tot de parels van de pianoliteratuur.

Bescheiden grootmeester

Je zou bijna denken naar het voorbeeld van Mendelssohn, is Howard Shelley een bescheiden grootmeester. In onze contreien verschijnt pianist en dirigent Howard Shelley niet zo vaak voor het voetlicht, maar zowat alle Britse orkesten kennen hem en hij is geregeld gastdirigent bij de London Mozart Players en de Camarata Salzburg (om er maar twee te noemen). Hij maakte opnamen bij Chandos, EMI en Hyperion. Bij dit laatste label gaf hij het complete oeuvre voor piano van Sergej Rachmaninov uit, de indrukwekkende chronologisch gerangschikte en even complete collectie pianosonates van Muzio Clementi, een hele rist romantische pianoconcerto’s en (als dirigent) de complete symfonieën van Louis Spohr.

Volume 1 van The Complete Solo Piano Music van Felix Mendelssohn bevat het ‘klassieke’ Capriccio in fis, opus 5, waarvan Rossini (in het Frans) beweerde: “Ça sent la sonate de Scarlatti”. Scarlatti is niet ver maar Clementi ook niet. Bij Shelley straalt de “Freude am Spielen” zo de huiskamer binnen.

Ook bij de Pianosonate in E,  opus 6 – eveneens een jeugdwerk dus – hebben we een leuk citaat. Niemand minder dan Robert Schumann zei: “De rechterhand doet je denken aan van Beethoven, met de blik opwaarts als naar een heilige; de linkerhand aan Carl Maria von Weber, met wie een mens al wat gemakkelijker kan praten”. Vier aaneengesloten delen die subliminaal toch ook aan van Beethovens Sonate nr. 28 refereren.

In Sieben Charakterstücke, opus 7, zwalpt Mendelssohn als het ware tussen Bach en van Beethoven. Mooie melodieën die Shelley met veel Fingerspitzengefühl tot hun recht laat komen.

Het eerste boek Lieder Ohne Worte (zo zijn er vijf met zes stuks per boek, behalve het laatste dat er acht telt) is een intiem dagboek van een romantisch toondichter. Je blijft luisteren naar deze boeiende bladzijden, soms mysterieuze, vaak geladen, nooit oppervlakkige, zeer veelzijdige ‘ontspanningsmuziek’ van het hoogste gehalte. Opvallend is de trefzekerheid van Shelley. Geen enkele noot wordt ‘weggemoffeld’. Het spel van een doorgewinterde en fijngevoelige muzikant.