*** Musique en Wallonie is zo’n schatkist voor Belgische componisten en uitvoerders zoals Phaedra dat is in Vlaanderen. Hun drie recente opnamen presenteren werk van Eugène Samuel-Holeman (1863-1942), César Franck (1822-1890) en Joseph Jongen (1873-1953). Van de drie is enkel César Franck een goede bekende in de wereld van de klassieke muziek. Het is dus beslist lovenswaardig dat Musique en Wallonie aandacht besteedt aan de twee tijdgenoten Samuel-Holeman en Jongen, twee vertegenwoordigers van het fin-de-siècle in België. De cd met Mélodies van Joseph Jongen wordt aangekondigd als het eerste volume van een Intégrale des mélodies. Dat belooft en ze smaakt inderdaad naar meer.

De cd kreeg als titel het wat geheimzinnige Entrevisions. Deze benaming, “een glimp opvangen”, is ontleend aan het lied op tekst van Charles Van Lerberghe. De poëzie waarop de liederen gebaseerd zijn, biedt inderdaad niet steeds een eenduidige betekenis en leunt aan bij de dromerigheid en het fragiele van het symbolisme. Jongen is eerder bekend van instrumentale muziek (kwartet, symfonie). Toch componeert hij tussen 1890 en 1948 zowat 55 liederen voor stem en piano. Daarna stokt zijn muzikale productie wegens een ernstige existentiële crisis. Sarah Defrise onderscheidt in dit liedoeuvre drie periodes: de Franse romantiek (1890-1900), de post-wagneriaanse stijl en invloed van Debussy (1902-1914) en het synthetisme à la Jongen.

Sensualiteit en subtiliteit

Dat Jongen vooral een componist van het intieme en verstilde is, bewijst de opname in haar totaliteit. De zangstijl van Defrise stemt daar uitstekend mee overeen. Ze zingt met zeer veel gevoeligheid en het is jammer dat haar stem soms wat scherpe hoge sopraanklanken heeft, wat des te meer opvalt in het tamelijk reciterende karakter van het openingslied Les Chrysanthèmes. In sommige liederen stoort de egaal schrille klank als monotoon, bijvoorbeeld in Pourquoi?. Maar de sensualiteit en subtiliteit van de vertolking maakt veel goed. Haar middenregister is zachter, zoals in de inzet van Après un rêve, een lied dat druipt van heerlijk vertolkte melancholie. In Ferveur printanière klinkt passie, maar zo oprecht dat pathetiek ver weg is. De poëzie van de vertolking wordt bovendien uitstekend ondersteund door de zeer geraffineerde pianobegeleiding van Craig White.

De teksten van de liederen zijn meestal ontleend aan symbolistische auteurs, waaronder ook de Belgische dichters Franz Hellens en de reeds genoemde Charles Van Lerberghe. Daarnaast staat op deze cd ook een reeks liederen op tekst van Armand Silvestre, die we kennen als dichter van onder andere Gabriel Fauré. Deze liederen zijn – naast enkele andere op de cd – een plaatpremière. Dit maakt zeker mee het belang uit van deze opname. Bovendien is Sarah Defrise niet alleen de zangeres, maar tevens ook auteur van de tekst in het inlegboekje – die bovendien ook in het Nederlands is vertaald. Daarin schrijft ze over haar opzoekingswerk, wat de opname extra interessant maakt om vertrouwd te worden met het oeuvre van Joseph Jongen. Eigenlijk al een prestatie op zich en zeker mee een factor om uit te kijken naar het vervolg van de Intégrale des mélodies van Joseph Jongen.


  • WAT: Entrevisions. Intégrale des mélodies, vol. I, met muziek van Joseph Jongen (1873-1953)
  • WIE: Sarah Defrise (sopraan) en Craig White (piano)
  • UITGAVE: Musique en Wallonie (MEW 1993) – website (klik hier)
  • FOTO: © sarah-defrise.com