Nominatie Gouden LabelSharing the heart of music is hun nobele motto, en zoiets veronderstelt natuurlijk dat men als ensemble tot de kern van de muziek doordringt. Op hun nieuwste cd met als titel Solitude zijn het de heren Mendelssohn en Weinberg wiens zielenroerselen op de meest intense wijze worden blootgelegd. Om het in filmmusicaltermen uit te drukken: It’s electrifying!

Maar het Dudok Kwartet Amsterdam heeft voor zijn of haar luisteraars doorgaans nog meer in petto. Of wat dacht u van een uitgekiend programma met de allures van een concertoptreden. Op hun eerste twee albums – Métamorphoses en Labyrinth – werden de kwartetten van Ligeti fraaitjes aan de Weense Klassieken gekoppeld. Nog minder conventioneel was de muziek van Brahms (enkele stukken oorspronkelijk voor piano solo) en Bach (canons tot acht stemmen) die er als bijzonder toemaatje bovenop kwam. Nu is er dus hun derde cd, getiteld Solitude en wederom uitgegeven door Resonus Classics, en het viertal heeft zich in de opbouw van dit schijfje zowaar overtroffen. Tussen het laatste kwartet van Mendelssohn (1847) en de derde worp van Mieczysław Weinberg (1944) duikt plots een vanuit Vlaams oogpunt bekend werkje op: Mille regretz van ‘onze’ vroegmoderne polyfonist Josquin des Prez. Het arrangement is van Dudok-cellist David Faber. De impact in het geheel van de opname simpelweg subliem. En de oorspronkelijke tekst van het chanson sluit mooi aan bij het thema eenzaamheid dat als een rode draad de verschillende werken verbindt. Zo ook het vijfstemmige madrigaal waarmee Solitude afsluit: Moro lasso van de laat-renaissancistische Carlo Gesualdo. “Een muzische boetedoening”, zoals het in het lezenswaardige inlegboekje wordt genoemd, door een getormenteerd componist die zowel zijn eerste vrouw als haar geliefde vermoordde. De verklanking door de geïsoleerde dader levert allesbehalve een grote klapper op, maar wel een allerlaatste proeve van beklijvend samenspel dat uitblinkt in overleg en, vooral, een sprekende sonoriteit. Ook met slechts vier spelers …

Referentiemateriaal

Het Dudok Kwartet Amsterdam opent de cd met het laatst voltooide meesterwerk van Felix Mendelssohn. Onder uitvoerders is diens opus 80 vandaag misschien wel zijn meest populaire strijkkwartet – je komt het als concertganger regelmatig tegen. En ook op plaat is deze compositie reeds goed gediend – alleen al op de website van ArkivMusic worden 29 opnames opgedist. Waarom dan toch deze keuze? De titel boven het serene Adagio en de beeltenis in viervoud op de cd-cover vormen de sleutel. Want een rouwende Felix schreef dit “Requiem voor Fanny” ter nagedachtenis van zijn recent overleden zus. Het verlies vindt zijn neerslag in een kwartet waarvan de rusteloze hoekdelen, welja, boekdelen spreken. De leden van het Dudok Kwartet maken er (razend)snelle rollercoasters van die op een schitterende manier de energie van een live-uitvoering evoceren. Er zijn niet alleen de precies beklemtoonde stormwinden van het Allegro vivace assai, of het dolgedraaide slot waarin de eerste viool tot tweemaal toe op superieure wijze vingerbrekende toeren moet uithalen (Allegro molto). Bovenal heerst er in beide bewegingen een voortdurende drive, en dat mede door kleine spelingen en figuurtjes van vier musici die op het exacte moment hun zeg(je) doen. De spanning is daardoor van begin tot eind te snijden. Alleen de wrange berusting van het Adagio biedt nog even enig soelaas. Zeker daar is de balans perfect. Zijn de fraseringen gloedvol. En de o zo subtiele fluctuaties op het vlak van dynamiek maken het helemaal af. Tot slot nog iets over het snedig geaccentueerde scherzo, dat in media res begint (Allegro assai). De middenstemmen doen daar meer dan eens bijzonder puik werk om, als waren ze een draailier, de muziek helemaal op te naaien. Het is absoluut geen detail, maar draagt wezenlijk bij aan de bezwerende kwaliteiten van dit deel. Een korte conclusie dient zich prettig aan: een nieuwe opname van het opus 80 is niet meer nodig. Vergelijken is ook al geen echte must. Dit is sowieso referentiemateriaal.

Wat volgt is dus Desprez en twee heerlijke minuten aan serene introspectie. Het contrast met de razernij uit Mendelssohns finale of de frenetieke start van Weinbergs derde strijkkwartet is even welgekomen als gigantisch, en mist zijn uitwerking niet. Net als bij Mendelssohn is ook deze muziek van Weinberg ingegeven door verlies: zijn ouders en zus overleefden de Tweede Wereldoorlog niet. En ook in dit geval getuigt de opname van alertheid, empathie en inzicht. Zeker in het openingsdeel (Presto) moeten de strijkers bij de pinken zijn om de onvoorspelbare stortvloed aan muzikale ideeën te vertolken. Met succes. In het daaropvolgende Andante sostenuto klinkt de begeleiding zo hecht dat het wel één instrument lijkt. Het thema dat plots in de eerste viool doorbreekt (2:20), is van een quasi-volmaakte schoonheid en wordt met ontzettend veel gevoel gestreken. Dit is een indringende beweging die blijft plakken. Het monothematische slotstuk laat daarentegen een vluchtiger indruk na (Allegretto). Een vleugje ironie is niet ver weg, alsof Weinbergs goede vriend Shostakovich om de hoek komt piepen. De standaard voor de integrale strijkkwartetten van Weinberg werd door het Quatuor Danel reeds met succes gezet. Maar het Dudok, dat aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie nog bij Marc Danel studeerde, laat je met nieuwe oren naar dit werk luisteren, en houdt op die manier een krachtig pleidooi voor een al even krachtig kwartet.

Met ook nog de schriele Elegie uit Shostakovich’ Twee Stukken voor strijkkwartet (1931) als encore, die wederom stijlvol afsteekt tegen de kleurenpracht van een Gesualdo, is dit allesbehalve een licht verteerbaar albumpje geworden. Solitude heeft een donkere rand, maar fonkelt door de kwaliteit van de uitvoeringen als een diamant. Klassiek Centraal voegt daar graag nog een gouden gloed aan toe. Eenzaamheid was nooit zo fijn.


  • WIE: Dudok Kwartet Amsterdam [Judith van Driel (viool), Marleen Wester (viool), Marie-Louise de Jong (altviool) en David Faber (cello)]
  • WAT: Felix Mendelssohn (1809-1847) – Strijkkwartet in f (opus 80) | Josquin des Prez (ca. 1450-1521) – Mille regretz (arr. David Faber) | Mieczysław Weinberg (1919-1996) – Strijkkwartet nr. 3 in d (opus 14) | Dmitri Shostakovich (1906-1975) – Elegie (uit de Twee Stukken voor strijkkwartet) | Carlo Gesualdo (1566-1613) – Moro lasso (arr. David Faber)
  • UITGAVE: Resonus Classics (RES 10215)
  • FOTO CREDIT: © Marco Borggreve