**** In zijn nieuwste opname neemt Philippe Jaroussky een van de meest geliefde muzikale iconen voor zijn rekening: Orfeo, de zanger die zijn geliefde Euridice uit de dood terughaalt. Hij schuift daarbij een beetje vooruit in de tijd, van barok naar klassiek. Uiteraard is het zijn zoveelste glanspartij.

Christoph Willibald Gluck staat in de muziekgeschiedenis bekend als de componist van de Reformopera. Hij had er genoeg van dat zangers met versieringen uitpakten enkel om te pronken met de vocale acrobatieën van hun stem en wilde dat elke buiging en verkleuring een dramatische betekenis had en de psychologie van het personage tekende. Orfeo ed Euridice is daarbij een referentiewerk. Gluck werd daarbij geholpen door zijn librettist, de Napolitaan Raniero de Calzabigi, die vertrouwd is met de “tragédie lyrique” van Lully en Rameau.

Het mythologische verhaal van de geliefden Orfeo en Euridice is uiteraard bekend, met het tragische slot dat Orfeo niet kan weerstaan aan de verleiding te kijken of zijn geliefde hem inderdaad volgt uit de onderwereld en haar een tweede keer verliest. In de versie van Gluck is er naar de operatraditie van die tijd een “lieto fine”, een happy end: de geliefden worden beloond voor hun absolute trouw en Amor staat hen toe samen de Hades te verlaten.

Bij de creatie in Wenen in 1762 werd Orfeo gezongen door een alt-castraat, Gaetano Guadagni. Nu wordt de partij meestal bezet met een mezzo of alt, of heel vaak, en zoals in het geval van deze opname, met een contratenor. Jaroussky stelt dat de legendarische figuur van Orfeo een zanger speciaal fascineert. “Hij is half-mens, half-god en hij zet de kracht van zijn stem in om de Furiën voor zich te winnen als hij de onderwereld betreedt. Het geeft het personage een verschillende dimensie tegenover andere operarollen. Als de stem Orpheus’ goddelijke aspect verklankt, dan is zijn menselijk aspect vertegenwoordigd in zijn twijfel.”

Onweerstaanbaar knap

Dat Jaroussky een van de talentrijkste contratenorstemmen van het ogenblik is, daar kan niemand aan twijfelen. De manier waarop hij op deze opname ook de steeds intensere emoties van Orfeo verklankt, is bewonderenswaardig. Van het moment dat zijn klaagzang in de eerste scène het koor onderbreekt met de smachtende uitroep Euridice, ben je in de ban van zijn tragiek. Je voelt de spanning die hem drijft om zijn geliefde terug te winnen. Het ijle van zijn extreem hoge stem versterkt het treurende, maar durft in de eerste scènes wel eens neigen naar monotonie. In de aria in de vijfde scène Che puro ciel, che chiaro sol is de stem even puur als de hemel die ze beschrijft. Er klinkt intense treurnis en angst al heeft deze perfecte contratenorstem voor mij ook vaak iets gekunsteld. Vanaf de zesde scène als Orfeo, vergezeld van Euridice de weg uit de Hades aanvat, is de vertolking onweerstaanbaar knap. Je leeft mee met de spanning en de angst van Orfeo, met zijn gedwongen pseudo-onverschilligheid en met het onbegrip van Euridice. Wat daar aan kleur in de stem gelegd wordt, legt accent op de woorden en verhevigt de betekenis, bijvoorbeeld in de beroemde aria Che farò senza Euridice. Gluck zoals hij het zich gedroomd heeft, vermoed ik.

Ook de twee andere vertolkers zijn uitstekend. Emöke Baráth heeft een egale hoge stem met veel expressiviteit. Ze brengt het verhaal tot leven en je gelooft in haar waarschuwing. Amanda Forsythe is teder en fragiel als Euridice. Daarnaast is het Coro della Radiotelevisione Svizzera prachtig, met een heerlijke harmonie tussen de verschillende stemmen en met veel interactie met de solisten. Zoals te verwachten speelt het orkest I Barocchisti onder leiding van Diego Fasolis snedig en ritmisch, maar met veel raffinement. De instrumenten hebben vaak een concerterende rol met de stem en zo worden ze vaak als het ware mee acteurs in het verhaal, wat bijvoorbeeld sterk tot uiting komt in de aria Che puro ciel. Koor en orkest hebben zeker een belangrijk aandeel in het totale resultaat van de opname. De kwaliteit van de opname is op zich zo sterk dat het er nauwelijks toe doet dat Fasolis en Jaroussky hier gekozen hebben voor de versie die twaalf jaar na de creatie gespeeld werd in Napels in 1774. Euridice heeft een andere aria in de zesde scène Tu sospiri…ti confondi, die het originele Che fiero momento vervangt en de coloratuursopraan Anna de Amicis Buonsollazzi moest dienen. Ook werd het duet Vieni appaga il tuo consorte gewijzigd, zij het niet door Gluck zelf. Zo heeft Erato in zekere zin met deze opname een primeur van Glucks Orfeo ed Euridice. Wie de opera in deze versie live en scenisch wil zien in regie van Robert Carsen, kan terecht in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs en de Opéra Royal in het paleis van Versailles.


  • WAT: Christoph Willibald Gluck (1714-1787) | Orfeo ed Euridice
  • WIE: Philippe Jaroussky, Amanda Forsythe, Emőke Baráth, I Barocchisti o.l.v. Diego Fasolis, Coro della Radiotelevisione Svizzera
  • UITGAVE: Erato 0190295707941