***** Deze zoveelste opname van de mooiste en aangrijpendste liedcyclus van het hele liedrepertoire trekt uiteraard de aandacht door de vertolker, Jonas Kaufmann, een van de absolute toptenoren van het ogenblik. Logisch dat hij zich ook nog eens wil bewijzen in het liedgenre en hij pakt hier het zwaarste proefstuk aan, Schuberts “Winterreise”.

***** Deze zoveelste opname van de mooiste en aangrijpendste liedcyclus van het hele liedrepertoire trekt uiteraard de aandacht door de vertolker, Jonas Kaufmann, een van de absolute toptenoren van het ogenblik. Logisch dat hij zich ook nog eens wil bewijzen in het liedgenre en hij pakt hier het zwaarste proefstuk aan, Schuberts “Winterreise”.

 

Jonas Kaufmann is een tenor die een ruim repertoire aankan, van Verdi over Massenet tot Wagner. Niet elke zanger beschikt over de gave om met goed resultaat zoveel verschillende stijlen te vertolken, erin te schitteren zelfs. In zijn opname van Schuberts “Die schöne Müllerin” was de stem nog uitgesproken hoger en lyrischer (opname 2009, Decca 4781528). Kaufmann heeft door de jaren heen een baritonale diepte gekregen die hem iets on-gaaf geeft, wat goed past voor “Winterreise”, deze ijskoude tocht getekend door ontgoochelde liefde, door eenzaamheid, pijn en uitzichtloosheid.

 

Opera-epiek met liednuance

 

Hoewel Kaufmann in de bijlage bij de cd schrijft dat het emotionele gebeuren van Winterreise een meditatief effect op hem uitoefent, duurt het toch even voor zijn vertolking de innerlijkheid weergeeft die Schubert zo intens in zijn liederen legt. We herkennen in Kaufmann de operazanger die elk lied als een verhaaltje vertelt. Zijn vertolking is episch, het tweede lied “Die Wetterfahne” is een bijtend verhaal. Hij schildert het gebeuren, geeft uiting aan boosheid, is haastig en gejaagd.

 

Kaufmann legt een ontzettende variatie in de stem, klinkt bezwerend (“meiner Liebsten Haus”), legt eigen accenten, verhevigt zijn expressie om zijn wanhoop kracht bij te zetten. In “Der greise Kopf” versterkt de stem uit onmacht in “auf dieser ganzen Reise”. “Irrlicht” is het eerste lied waarin we iets intiems bespeuren, vooral in de eerste twee strofen. Zijn we aanvankelijk wat ontgoocheld door de bittere stem die toch niet echt ontroert, geleidelijk weet Kaufmann ons aan te grijpen door de vervreemding van de Wanderer een aspect van waanzin mee te geven. Zo geeft hij “Täuschung” een prachtig verstilde, angstige sfeer mee, “Der Wegweiser” zingt hij star zoals de verstarde noten op de notenbalk en in “Das Wirtshaus” klinkt hij echt als de “müde Wanderer”: je hoort de vermoeidheid in de interpretatie.

 

Helmut Deutsch

 

Helmut Deutsch gaat mee in dezelfde evolutie. Lijkt hij me aanvankelijk bijna routineus en onverschillig, naargelang de cyclus vordert, gaat Deutsch heel gevoelig en genuanceerd spelen. Alle monotonie is gebannen en als Deutsch “Der Leiermann” inzet, krijg je kippenvel van bij de eerste toets. Kaufmann toont in dit slotlied nogmaals zijn verregaande woordinterpretatie die deze opname tot een must maakt voor elke liedliefhebber. Neen, ze kan de vertolking van Ian Bostridge of Christoph Prégardien (om bij de tenoren te blijven) niet vervangen of wegvegen, maar ik zal Kaufmann met zijn eigen accenten en schrapende stemtimbre graag ter afwisseling beluisteren. En wat was ik graag vanavond, 6 mei 2014, in München naar zijn live-concert – het laatste van de tournee met Winterreise – gaan luisteren!