*** Een cd met niet alleen Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin, maar ook met een Schöne Müllerin van een andere componist? Dat willen we wel eens horen. Tenor Markus Schäfer en pianist Tobias Koch geven ons de kans Ludwig Berger en zijn versie van Die schöne Müllerin te ontdekken. Boeiend!

*** Een cd met niet alleen Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin, maar ook met een Schöne Müllerin van een andere componist? Dat willen we wel eens horen. Tenor Markus Schäfer en pianist Tobias Koch geven ons de kans Ludwig Berger en zijn versie van Die schöne Müllerin te ontdekken. Boeiend!

Het “gesellschaftliche Liederspiel” Die schöne Müllerin ontstond voor huiselijk musiceren in 1816 in Berlijn. Deze grotendeels geïmproviseerde Schöne Müllerin werd in 1818 door de Berlijnse componist Ludwig Berger (1777-1839) tot een echte compositie verwerkt. Vijf van de tien teksten die hij op muziek zette, zijn aan Wilhelm Müller ontleend, de dichter die we kennen van de liedcycli van Franz Schubert. Zijn gedichten werden in 1821 en 1824 gebundeld in “Gedichte aus den hinterlassenen Papieren eines reisenden Waldhornisten” en het is bekend dat Schubert uit die bundels putte voor zijn cycli Die schöne Müllerin en Winterreise.

Klankrijk en vloeiend

Interessant dat een andere romantische componist en tijdgenoot van Schubert die gedichten al tot liederen verwerkte voor ze echt tot het literaire domein zijn gaan behoren. De liederen van Berger zijn hoofdzakelijk eenvoudige strofische liederen en de pianobegeleiding is schilderend. Die wordt hier trouwens klankrijk en vloeiend door Tobias Koch op pianoforte vertolkt. Wie ondertussen weet dat ik voor liedbegeleiding van het romantische repertoire een uitgesproken voorkeur heb voor de zachte kamermuzikale klank van de pianoforte, zal zich niet verwonderen dat Tobias Koch voor mij het grote pluspunt is van de opname – samen dus met de ontdekking van Bergers liederen. Leuk is bijvoorbeeld om in Rose, die Müllerin Schuberts Mit dem grünen Lautenbande te herkennen of Trockne Blumen in Müllers trockne Blumen. Ook het slotlied Des Baches Lied is uiteraard gelijk aan het bijtende slotlied Des Baches Wiegenlied van Schuberts Die schöne Müllerin. Bij Berger is het evenzeer een heel aangrijpend lied, hoofdzakelijk in reciterende stijl, en daarin is Markus Schäfer op zijn best.

Want bij Markus Schäfer knelt toch wel het schoentje. De tenor heeft van nature een mooi en licht timbre, maar de stem klinkt onvast en gortdroog. Niets glans, geen kleurschakering, waardoor in lange lettergrepen de zang geregeld monotoon wordt (vb “Sonne” in Morgengruss). Kwartnoten zijn niet gebonden, zodat het klinkt alsof hij naar de noten hapt: een lelijk effect. Opvallend is dat in woorden als “Wasser” of “Räder”. Bij een forte passage (bijvoorbeeld in Schuberts Am Feierabend) durft hij wel eens roepen om de felheid in de stem te krijgen. In zijn voordeel pleit dat zijn tekstinterpretatie mooi is. Zodoende behoort een lied als Danksagung an den Bach tot de mooiste. Bovendien is zijn dictie uitstekend, zodat je bij aandachtig luisteren alles kan verstaan, wat zeker een pluspunt is bij een cd die in het inlegboekje geen teksten afdrukt.