**** Yvonne, dochter van Emmerich Kálmán, vermeldt dat haar vader “von seinen Kompositionen dieses Stück der Oper am nächsten kommt und daß diese raffinierte Musik einmalig in seinen Melodien sei”. Is dit zo?

Het einde van de Grote Oorlog betekende tevens het afsluiten van de zilveren era van de operette (1900-1920) en zo brak het bronzen of (eerder oneerbiedig door sommigen uitgedrukt) het blikken tijdperk van dit genre aan. Componisten moesten andere wegen bewandelen en nieuwe stijlvormen introduceren omwille van de opkomende concurrentie van de plaatopnames en de filmindustrie, tevens wegens de veranderende smaak. Emmerich (Imre) Kálmán (Siófok 1882 – Parijs 1953) had voor 1917 reeds grote successen geboekt met bijvoorbeeld Der Zigeunerprimas (1912) en Die Csárdásfürstin (1915). Nu kende hij een beduidend vernieuwende en snelle evolutie. Samen met zijn librettisten Julius Brammer (1877-1943) en Alfred Grünwald (1884-1951) klaarde hij deze klus op een onnavolgbare wijze in zijn nieuwe werk Die Bajadere (1921). Beide auteurs schreven samen overigens ook teksten voor Edmund Eysler, Franz Lehár, Leo Fall en Oscar Straus.

Met bajadere (uit het Portugees bailadeira : danseres) werden Indische danseressen bedoeld die zowel godsdienstig als wereldlijk hun kunsten opvoerden. Beroemd is de ballade van Goethe Der Gott und die Bajadere (1797), maar in de 19de eeuw evolueerden ze eerder tot lichte meiden. De Franse componiste Louise Héritte-Viardot (1841-1918) schreef een cantate voor solisten, koor en orkest: Die Bajadere.

Het verhaal speelt zich af in Parijs rond 1920. De eerste akte begint bij het einde van een voorstelling van La Bayadère in het Théâtre du Châtelet. De steractrice is Odette Darimonde die door prins Radjami van Lahore wordt bemind. Deze wil haar onmiddellijk huwen, maar ze wijst hem af. De prins roept de hulp in van een jongeman die Marietta, wil inpalmen, Napoléon de St. Cloche. Wordt Odette toch betoverd door de hynose van de prins? In de tweede akte bevinden we ons in het paleis van de prins die Odette vertelt dat ze aan zijn verleidingen zal toegeven. Napoleon mag huwelijksgetuige zijn en Marietta wil scheiden van haar man, Louis-Philippe. Tijdens de huwelijksceremonie ontwaakt Odette uit haar betoveringstrance, maar Radjami belooft haar dat ze op een dag toch zal liefhebben. We bevinden ons in de derde akte in een Parijse bar. Napoleon en Marietta zijn getrouwd, maar deze laatste vindt hem even vervelend als Louis-Philippe, die inmiddels consul in India werd. Napoleon zegt dat de consul haar opnieuw mag hebben. In tegenstelling tot wat men denkt, is de prins niet naar India teruggekeerd. Odette is bedroefd maar ze kan zich uiteindelijk in de armen van haar prins storten.

De operette kende een onmiddellijk succes in heel Europa en in 1922 werd al een bewerking voor Broadway (Knickerbocker Theatre) gemaakt: The Yankee Princess. Het werk van Kálmán was heel origineel en baanbrekend, niet alleen in de operettewereld, maar het inspireerde opera’s waarin latere componisten eveneens meer lichtvoetige klanken uit de Nieuwe Wereld importeerden.

Oriëntaalse sfeer en jazz worden geïntroduceerd en de shimmy van de derde akte werd een hit: Fräulein, bitte woll’n Sie Shimmy tanzen. Moderne instrumenten als xylofoon, tamtam e. a. worden ook aangewend. Niet alleen ongewone klanken maar ook de romantisch-exotische “Indische” muziek worden heel attractief door het orkest verklankt. Rainer Trost (Radjami) is een heel klassieke tenor maar valt wat tegen omdat zijn timbre niet direct beantwoordt aan het personage; hij bruist niet en is eerder onbewogen. De titelrol wordt vertolkt door Heike Susanne Daum; zij is heel wat beter en slaagt erin een geloofwaardig personage neer te poten. Vooral van de duetten tussen Radjami en Odette kunnen we heel erg genieten. Moderne dansnummers komen ook voor, maar Marietta en haar twee mannen zijn echte operastemmen; hier zijn eigenlijk lichtvoeterig gevooisde zangers-acteurs vereist. We missen flair en typische elegantie in de zangwijze. Dirigent Richard Bonynge heeft het “lichtere” element ook niet steeds in de hand en dirigeert alsof het opus één stilistisch geheel is, wat niet het geval is. Menig detail en subtiele schakeringen blijven aldus verduisterd, alhoewel orkest en dirigent lof verdienen voor de opname in zijn geheel.

Met uitzondering van het melodrama werden de dialogen geschrapt. Het libretto is niet bijgevoegd, maar de hele tekst (spijtig genoeg niet in het Duits, wel in een Spaanse vertaling) kan geraadpleegd worden op archive.org (onder La bayadera : opereta en tres actos). Nogmaals wordt hier bewezen dat het “lichtere” genre in zijn beste werken uiterst moeilijk op een correcte wijze en volgens de wensen van de componist uit te voeren valt. De uitspraak van de dochter van de toondichter kan in elk geval beaamd worden. Er is een duidelijk waarneembare evolutie binnen Kálmáns werk van een laatromantisch operaconcept naar een innovatief operettestuk. We zouden Die Bajadere gerust als een twintigste-eeuwse lichtere opera kunnen bestempelen.

De opname van deze live concertante opvoering uit februari 2014 in Keulen is in alle opzichten veel beter dan de Amerikaanse met de Ohio Light Opera op Newport Classic, of de Estische, ten dele de Hongaarse selectie op lp, maar zeker de eveneens ter beschikking staande Hongaarse of Azerbaidjaanse versies op youtube. Men dient zeker de fragmenten door de componist zelf gedirigeerd met de Bonynge-interpretatie te vergelijken. Deze opname is in elk geval een referentievergelijking voor toekomstige opnames van Die Bajadere.


  • WAT: Die Bajadere
  • WIE: Emmerich (Imre) Kálmán (componist); Heike Susanne Daum, Rainer Trost, Anke Vondung, Stephan Genz, Miljenko Turk, Christian Sturm; WDR Rundfunkchor Köln, WDR Funkhausorchester Köln o.l.v. Richard Bonynge
  • UITGAVE: CPO 777 982-2 (duurtijd: 1:48:45) (volledige opname op 2 CD)