*** Als er nu één onbekende, maar dan ook totaal onbekende componist van eigen bodem is, is het wel José Sevenants (1868-1946). Dank zij de cd uitgegeven door Marc Danval en de muziek gespeeld door pianiste Mouna Ghafir, kunnen we nu Sevenants pianomuziek opnieuw beluisteren. En als u het mij vraagt, bijzonder.

*** Als er nu één onbekende, maar dan ook totaal onbekende componist van eigen bodem is, is het wel José Sevenants (1868-1946). Dank zij de cd uitgegeven door Marc Danval en de muziek gespeeld door pianiste Mouna Ghafir, kunnen we nu Sevenants pianomuziek opnieuw beluisteren. En als u het mij vraagt, bijzonder.

De Koninklijke Bibliotheek van België stelt Marc Danval voor als Journalist en artiest, geboren in 1937 in Elsene als de zoon van pianist-componist Fernand Sevenants (1901-1992) en kleinzoon van componist José Sevenants. Marc Danval is bekend in jazzmilieus en de media als producer en presentator van ‘La troisième oreille’ op RTBF radio. In dit programma laat Marc Danval zeldzame opnamen uit de periode van de 78-, 45- en 33-toerenplaten herontdekken. Hij is eveneens jazzchroniqueur voor een reeks tijdschriften alsook de auteur van verschillende biografieën, gewijd aan Sacha Guitry, Robert Goffin en Toots Thielemans.

In 2006 heeft SABAM hem een Django d’Or toegekend voor zijn fundamentele bijdrage aan de Belgische jazz scene. Het fonds Marc Danval werd in maart 2010 aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek van België dankzij de steun van de Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit unieke geheel bevat een platencollectie van meer dan 12.000 78-, 45- en 33-toerenplaten met jazz, het Franse en Angelsaksische chanson en folklore-, variété- en filmmuziek. Verder bevat de verzameling bijna 2000 geïllustreerde muziekpartituren, gaande van het einde van de 19de eeuw tot de jaren ‘50. Sommige van die illustraties zijn van de hand van Magritte, De Greef, Valéry of van Jean Van Caulaert die affiches ontwierp voor Mistinguett, Marie Dubas, Josephine Baker, Cécile Sorel, Suzy Solidor, Lys Gauty en Tino Rossi.

De collectie omvat eveneens een bibliotheek met meer dan 800 werken over de bovenstaande muziekgenres  en bevat bovendien het volledige werk van dichter en groot jazzspecialist Robert Goffin, de auteur van het boek ‘Aux Frontières du Jazz’ (uit 1932!). Tot slot wordt deze rijke collectie vervolledigd met diverse archiefdocumenten, meer dan 500 affiches, alsook met  meer dan 3000 foto’s, waarvan een aantal is gesigneerd.

“Hij is werkelijk een groot kunstenaar.”

In het bijhorend boekje lezen we dat Marc als kleine jongen, in zijn ouderlijk huis nabij de mooie vijvers van Elsene, de vrienden van zijn grootouders ontmoette: de pianist en componist Arthur Degreef, de Antwerpse, maar in het Frans schrijvende schrijver André Baillon die met een  prostituee huwde en met haar nabij de abdij van Westmalle, een…kippenkwekerij runde!, de kunstschilder Marcel Hastir wiens atelier in de Brusselse Leopoldswijk ook als concertzaal diende  voor jonge musici, en de tenor Laurent Swolfs, de Caruso van Gent.

Deze bijeenkomsten waren  vaak in handen van de beste vriendin van zijn grootmoeder, Mathilde Brogniet en van zijn meter Prinses Louise van Saxen, een legendarische figuur. Schilder Marcel Hastir (die overigens in 2011 op 105-jarige! leeftijd overleed) en zijn adellijke echtgenote hebben overigens met hun vzw ‘L'Atelier – Maison des arts coordonnés’ menig  jong talent mede ontdekt. Dat jong talent heette Charles Trenet, Jacques Brel, Barbara, Maurice Béjart, maar ook Lola Bobesco, Carlo Van Neste en Narciso Yepes! Op een dag, zei de directeur van het Conservatorium van Brussel, Joseph Jongen, met zijn onweerstaanbaar Luiks accent: “M’n kleine Marc, jij hebt geluk met zulk een grootvader. Hij is werkelijk een groot kunstenaar.” Die zin is hem bijgebleven. José Sevenants kon rekenen op een buitengewoon respect vanwege zijn collega’s. Zijn leerlingen waren dol op hem. Of het nu André Dumortier was die als eerste de Koningin Elisabethwedstrijd won (destijds de Eugène Ysaÿe genaamd) of Oscar Delvigne, getalenteerd Chopin-vertolker,  Frans Constant die later vice-voorzitter werd van de Vereniging der Belgische Componisten of Marcel Poot, toekomstig directeur van het Conservatorium. En dan was er nog Stan Brenders die fameus naam maakte in de jazzwereld.

‘Le Pachy’

José Sevenants studeerde piano aan het Conservatorium van Brussel, samen met Arthur Degreef, de laatste leerling van Liszt. Hij studeerde ook harmonie met Joseph Dupont die beloond werd met de Prijs van Rome voor een cantate ‘Paul et Virginie’, en orgel bij Hubert-Ferdinand Kufferath. In 1891 behaalde hij zijn Eerste Prijs voor piano en gaf hij verscheidene concerten samen met Arthur Degreef. Vanaf 1920 bekleedde hij de functie van leraar titularis voor de pianoklassen aan het Conservatorium. Hij bleef aan deze functie verbonden tot in 1933. Sevenants componeerde grotendeels werken voor piano – o.a. Le jardin enchanté, Humoresque, Pan et les Nymphes, Fleurs rouges, Tocatelle, Valse bizarre, Douze préludes, en de tot op heden nog wereldwijd toegepaste methode ‘Le mécanisme pianistique contemporain’.

De publicatie van dit werk gaf hem de mogelijkheid het eigendom ‘Le Pachy’ aan te schaffen, gelegen in Sautour nabij Philippeville, tussen Samber en de Maas. Daar kon hij ten volle genieten van zijn andere passie, tuinieren, het creëren van  plantenensembles  en het aanleggen van een uitgebreide boomgaard. Niet dat de pianomuziek van Sevenants geniaal was maar ze is zeker de moeite waard om te herontdekken.

De cd is uitgegeven in eigen beheer, oogt niet meteen bijzonder professioneel maar biedt ons wel de kans om o.a. zijn twee Arabesken in de lijn van August De Boeck en Mortelmans, zijn Eglogue (de (gedeeltelijk toch), Vlaamse ‘Cathédrale engloutie’), zijn ‘Impressions de campagne en été’ met het mooi ‘Poème sylvestre’, het impressionistisch ‘Dimanche soir au village’, het pointillistisch ‘Le moulin ensoleillé’  en een ‘Tarantelle’ die gecomponeerd had kunnen zijn door James Ensor, te beluisteren. Pianomuziek die om het u enigszins te situeren,  het midden houdt tussen een prélude van Debussy met een scheutje Satie, soms met gematigd moderne dissonanten.

Pianiste Mouna Ghafir (°1974) studeerde o.a. bij Evgeny Moguilevsky (Elisabethwedstrijd 1964, weet u nog ?) en is lerares piano aan de Muziekacademie van La Hulpe. Hoewel haar speelwijze en vooral haar harde aanslag niet strookt met de tedere poëzie van veel van deze muziek, is deze cd een ontdekking. Dit is mooie pianomuziek.