De concerti van Haydn krijgen van langsom meer aandacht. Eindelijk mag je wel zeggen want er zijn juweeltjes bij die meer zijn dan gewone opdrachtwerken die als taak hadden de tijd van vorst Esterhazy en zijn gezelschap te verdoen. 

Joseph Haydn – 8 Concerti

De concerti van Haydn krijgen van langsom meer aandacht. Eindelijk mag je wel zeggen want er zijn juweeltjes bij die meer zijn dan gewone opdrachtwerken die als taak hadden de tijd van vorst Esterhazy en zijn gezelschap te verdoen. Acht van de concerti voor klavierinstrumenten zijn nu te beluisteren op een dubbel-cd. Christine Schronsheim speelt orgel, klavecimbel en ‘hammerklavier’ (pianoforte). Ze wordt begeleid door het Neue Düsseldorfer Hofmusik onder leiding van Mary Utiger.

Je verwacht mooie werken te horen en dat is ook zo maar… Opnieuw hebben de uitvoerders het begrip ‘Sturm und Drang’ verkeerd begrepen als iets stormachtig dat vooral een eigentijdse storm weergeeft: die van overdrukte in alles. Tijd dat we even het begrip, in de muziek, toelichten.

Sturm und Drang (muziek)… De zogenaamde Sturm und Drang van het begin van de jaren zeventig 18de eeuw is een verheviging van wat zich in de Empfindsamkeit al aankondigde, de ontdekking van het heftige persoonlijke gevoel. … Style galante ( Scarlatti ), daarna Empfindsamkeit (empfindsam=sentimenteel)rond 1750 en vervolgens Sturm und Drang zijn termen waarmee men beoogt aan te geven dat het mode begon te worden (complexe) gevoelens in muziek tot uitdrukking te brengen…. Sturm und Drang: grote contrasten, expressieve sprongen, onverwachte modulaties, Van belang bij Sturm und Drang is het gebruik van mineurtoonladders om emoties mee uit te drukken. Iets dergelijks was in de achttiende eeuw zeker geen gewoonte. Ook het grillige van de composities in het laatste kwart van de eeuw zou typerend zijn voor Sturm und Drang…. Carl Philipp Emanuel Bach De belangrijkste representant van de Sturm und Drang in de muziek is Carl Philipp Emanuel Bach (1714 -1788), zoon van Johann Sebastian Bach. Zijn klaviersonates, fantasieën en sinfonia 's zijn voorbeelden van een nieuwe gedrevenheid: geen zwoele versieringen of zoete en zangerige melodieën, maar dynamische contrasten, chromatiek, plotselinge modulaties, uitbarstingen: grillig en onvoorspelbaar.

Dit mag duidelijk zijn en betekent dus niet dat je in sneltreinvaart moet musiceren, doordrammen, variatieloos en met gebrek aan lyriek. Helaas kent deze dubbel-cd geen ware inspiratie en inleving in de zin van de ware Sturm und Drang, noch in het minzame karakter van die lieve Joseph Haydn (1732-1809). Er wordt te vlak doorgespeeld, de inhoud is wat zoek en naar enige zangerigheid moet je zoeken. Staccato is er veel meer en we missen de galante bogen in de muzikale zinnen. Er worden geen fouten gespeeld, het geheel is in evenwicht, dat wel maar de muziek is wat mij betreft wat zoek geraakt in het stressy gedoe van de hedendaagse maatschappij…

*** Wolfgang Amadeus Mozart – Hoornconcerto’s

Ken je ze? Die heerlijke concerto’s van Mozart (1756-1791) voor hoorn en orkest? Ze hebben alles in huis voor de hoorn – dat warm koperinstrument – en zijn zoveel meer. Ze zijn een beetje opera (tja, wat niet bij Mozart?) waar de hoorn de zingende stem is. Ze zetten ook aan, als je ze thuis beluistert, tot meezingen. Net zoals de meeste werken van Mozart worden vreugde, verdriet, intimiteit, droom, verlangen, droefheid en geluk samengevoegd in een wonderlijk spel van dialogen en solopartijen die ook de virtuose trekjes niet vergeten.

Voor u beluisterde ik de cd waar de Franse hoornist Jacques Deleplanque begeleid wordt door het Ochestre de Chambre de Toulouse onder leiding van Gilles Colliard. Op de cd staan het concerto KV 412, KV 417, KV 447 en KV 495.

Het orkest speelt muzikaal uitstekend, de hoornsolo is zo professioneel als maar kan met een grote affiniteit voor niet alleen het instrument op zich maar ook voor het genie van Mozart wat maakt dat je uitmuntende cadensen krijgt die over heel de lijn in de visie van Mozart passen. Dat is iets wat bij de concerto’s van Mozart, voor welk instrument dan ook, slechts zelden voorvalt. Al te veel solisten willen er hun ding in gooien en mispeuteren dan muzikaal meer dan ze bijbrengen. Met een cadens te breien aan een Mozartconcerto herken je de ware musicus en Jacques Deleplanque geeft een staaltje weer van hoe het moet. Waarom dan maar drie sterren en geen Gouden Label? De strijkers zijn soms wat te ijl en precies niet altijd… precies. De slordigheidjes doen er minder goed aan. Het zwakke punt van voor al het andere een hele goede cd.

Mozart – Requiem en Ave Verum

De Australische dirigent Antony Walker nam in 2006 en 2008 Mozartwerken op die dit jaar op onze markt werden gebracht. We zien het nog dat opnames door de crisis met vertraging uitgebracht worden.

Walker koos ervoor om het al honderden keren geregistreerde Requiem nogmaals op cd te zetten, net als het Exsultate Jubilate en het Ave Verum Corpus. De cd is aangevuld met het veel minder bekende werkje Sancta Maria.

Walker gaat snel, te snel door de verschillende werken heen en blijft te veel op de vlakte. Het Requiem ontbreekt serenitiet, diepte en drama. Het is een heel gewone uitvoering, zonder inspanning. Ook de solisten overtuigen onvoldoende. Ik krijg het gevoel dat het gaat om een te commerciële opname uitgaande van de idee: Mozarts Requiem verkoopt altijd, zeker aangevuld met die andere beroemde werken. Het Ave Verum Corpus voert Walker hier uit in amper 2 minuten en 24 seconden. Dat is zowat een volle minuut te snel en ook het Exsultate Jubilate wordt er door gejaagd. Het Orchestra of the Antipodes en het koor Cantillation geven door de visie of het gebrek aan visie van Walker te weinig de grote Mozart weer in deze werken die absolute parels aan de kroon zijn van zijn talrijke pakkende composities.

Joseph Martin Kraus – Fluitkwintet en strijkkwartetten

Hij is minder bekend dan zijn leeftijdsgenoot Wolfgang Amadeus Mozart maar dat wil niet zeggen dat Joseph Martin Kraus (1756-1792), hij stierf aan tuberculose net een jaar na Mozart, van nul en generlei betekenis zou zijn. Joseph Haydn: “‘Ik bezit een van zijn symfonieën, die ik als herinnering aan een van de grootste genieën die ik gekend heb, bewaar. Ik heb van hem alleen dit werk, maar ik weet dat hij nog meer voortreffelijks heeft geschreven.” Wie Kraus (nog) niet kent of slechts oppervlakkig van hem hoorde, vindt op Wikipedia een goede insteek om zich te verdiepen in deze componist die een behoorlijk oeuvre nagelaten heeft en op handen werd gedragen.

Op de cd is het luisteren naar het Kwintet in D voor traverso en strijkkwartet. Martin Sandhoff (traverso) vervoegt voor deze uitvoering het Schuppanzich Quartett (Anton Steck, Christophe Mayer, Jane Oldham en Antje Geusen). Naast dit kwintet werden de strijkkwartetten opus 1 nr. 3 en nr. 4 opgenomen.

Wat stelde ik vast bij het streng beluisteren? Nog maar eens heb ik de indruk dat er te weinig rekening wordt gehouden met het zuivere musiceren in de geest van de componist en de sfeer van de omgeving die hem inspireerde. Weerom is teveel onze tijd dominant aanwezig. Een tijd die geen plaats geeft aan poëzie, aan gevoelens. De opname is redelijk vlak met beperktere nuanceringen en het kwintet is echt te snel en rommelig in het eerste deel. Is het omdat het een lang uitgewerkt Allegro moderato is (net geen 13’ op deze opname)? Anderzijds is de techniek met een te scherpe klank toch wat over de schreef gegaan. Traverso is niet scherp en ook de stijkers moeten niet snijden. Het is dus opletten geblazen wie aan de knopjes zit bij een opname… Helemaal gelukkig zijn we niet met deze cd die anderzijds een mooi inzicht geeft op de kunde van een zeer verdienstelijk componist die nog maar eens veel te jong, als zovelen, moest heengaan.

*** Mozart en Beethoven door Goldberg Ensemble

Het is een goede inval geweest om Mozart en de jonge Beethoven in kamermuziek te verenigen op cd. De luisteraar krijgt zo een beter inzicht op de sterkte van beide geniale meesters en hoe beïnvloeding dient als leerschool zonder het eigen karakter noch de eigen creativiteit opzij te drukken.

Het Nederlandse Goldberg Ensemble, geleid door pianiste Anastasia Goldberg (Joods-Russische afkomst), registreerde de korte Fantasie in d KV 397 van Mozart, het kwintet voor hobo, karinet, fagot, hoorn en piano in Es KV 452, eveneens Mozart en van Beetthoven het kwintet in Es voor dezelfde instrumenten (en let op, ook dezelfde toonaard) opus 16 en de Sonate voor hoorn en piano in F, opus 17.

In de Mozartwerken ontbreekt me toch het opera-inzicht. Draai of keer het hoe je wil, maar de onvoltooide fantasie zit, hoe kort ze ook moge zijn, boordevol opera en ik hoor Mozart minder dan Goldberg. Opletten toch met de neiging om iets teveel je eigen ding te maken van een genie dat nooit geëvenaard is en allicht nooit geëvenaard zal worden… Beethoven ligt zowel de pianiste als de andere uitvoerders (Marije vander Ende – fagot, Nadine Bults – hobo, Joost van Rheeden – klarinet en Hans van der Zanden – hoorn) veel beter. De jonge Ludwig is in deze werken eervol aan zijn grote voorganger Mozart – in het kwintet verwijst hij onophoudelijk naar hem – maar hij is wie hij is en dus krijg je veel meer symfonie en die kracht haalt het ensemble veel sterker naar voor. Misschien is Mozart te licht voor het Goldberg Ensemble? Dankzij de rijkere en vollere Beethoven kunnen we deze cd drie sterren toekennen.  Fijn is ook dat het tekstboekje in het Nederlands is. Een goed punt voor de uitgever: het ensemble zelf.

** Franz Schubert door Odeon Trio

Jij prachtkerel toch, Franz Schubert (17997-1828). Waarom mocht je met moeite drempel van de 31 jaar maar halen? Zo jong, zo’n oeuvre, nog zo enorm veel te vertellen of had je het misschien allemaal al verkondigd wat in je zo gevoelige hart zat? Wie je liederen, pianowerken en kamermuziek – zo ontzettend veel muziek van het beste denkbaar – hoort, die moet wel geraakt worden. We hebben je nodig in onze kille, harde tijd waar geldautomaten belangrijker zijn dan de ware Liefde. De trio’s voor piano, viool en cello nr.  opus 99 D. 898 en nr. 2 opus 100 D. 929 zijn zo van die juwelen die alles in zich dragen van je zo rijke waarnemingsvermogen en de kunde dit in noten om te zetten. Het Odeon Trio heeft ze opgenomen en getracht uit te voeren naar best vermogen en inzicht. Het nadeel, beste Schubert, is dat die werken eigenlijk populair zijn geworden en ze zoveel worden uitgevoerd dat ze zijn gaan lijden aan oppervlakkig doorspelen of eigenzinnige inbreng van uitvoerders om toch maar op te vallen. Dat laatste is niet het geval, gelukkig maar, met dit trio muzikanten. Maar ze gaan wel wat gebukt onder die oppervlakkigheid. Gelukkig niet te veel en ze weten – wel met net niet voldoende overgave – te vertellen wat ze begrepen hebben van je boodschap. Ontroering in de diepte is er niet en er wordt wat te snedig gespeeld maar verder,  best Franz, is deze opname zeker te doen en vraag ik je ze te aanvaarden en akkoord te gaan met de twee sterren die ik deze opname graag toeken. Inspireer Kurt Guntner, Angelika May en Leonard Hokanson nog meer zodat ze in de toekomst met vollere overgave, los van de hedendaagse rompslomp, je verhaal kunnen vertellen.

Franz Schubert door Trio Dali

Fuga Libera stond in voor de uitgave van een dubbel-cd met ook nu weer, net als de cd hiervoor besproken, de trio’s nr.1 e, 2 aangevuld met de sonate voor cello en piano (Arpeggione) D 821 en de fantasie voor viool en piano opus 159 D 934. Het Trio Dali (Amandine Savary, Vinetta Sareika en Chistian-Pierre La Marca) stonden in voor de uitvoering.

Cd 1 opent met het trio nr 2 op een voor mij totaal on-Schubertiaanse wijze. De inzet is gewoonweg grof en de uitvoering is over heel de lijn hard en snel. Is dit echt hetzelfde trio? Ook de andere werken vallen me niet in de smaak. Het Trio Dali kan dan al veel naam maken, hun interpretatie kan me niet bekoren. Het Trio, gevormd in de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo, is misschien goed in hedendaagse praktijk maar de romantiek van Schubert is hen vreemd. Ze hebben er blijkbaar geen snars van begrepen. Het is ook weer eens een keertje jammer dat Fuga Libera geen Nederlandse tekst voorzien heeft. Voor een label van Brusselse bodem zou het toch wel anders mogen.