Nominatie Gouden Label   Het op eigentijdse muziek gerichte Outhere brengt op het Aeon label een dubbel CD met werk voor cello en klarinet van de Franse componist Pascal Dusapin (1955). Zes werken voor cello, twee voor klarinet solo, en twee duo’s voor cello en klarinet.

In het werk of liever gezegd in de wereld van Dusapin – en ik parafraseer Arne Deforce’s uitstekende tekstboekje – staat  de scheppende kracht van het anders worden centraal. Voor Dusapin betekent componeren maar ook het uitvoeren van muziek zoveel als transformeren, het herscheppen van een muzikaal universum waarin alles beweegt, verandert en terugkeert tot de zuivere muzikale intentie: klank, instrument, snelheid, intensiteit, beweging en affect. Het is muziek die energie en een ongekende intensiteit uitstraalt, maar ook het plezier in de klank zelf.

Voor Dusapin die wel van een metafoor houdt, is componeren het oogsten van creativiteit. Een voor deze cd zeer toepasselijk uitgangspunt!

De hier gepresenteerde werken bestrijken de periode 1982 tot 2001. In de werken uit de jaren tachtig is de invloed van Dusapins leermeester Xenakis nog goed hoorbaar maar in de loop der jaren verandert zijn  stijl. De muziek wordt zangeriger en in zijn wens om oost en west te verzoenen ook meer doortrokken van etnische en exotische elementen. Daarbij gaat hij bewust voorbij aan de digitalisering van onze tijd. Steeds meer stelt hij de Ars Instrumentalis, het muzikale ambacht voorop: een universele kunst en een universele taal, een nieuwe muziek die verstaanbaar is voor alle betrokken partijen: componist, musicus, toehoorder ongeacht zijn culturele achtergrond.

Cellist Arne Deforce en klarinettist Benjamin Dieltjes presteren hier het schier onmogelijke. Ze interpreteren deze muziek die over het algemeen als bijna onspeelbaar gekarakteriseerd wordt met een grote integriteit. Beiden stellen zich geheel in dienst van de muziek. Het klinkt allemaal zo moeiteloos en logisch. Beiden zijn doordrenkt van Dusapins filosofie en muziek, de weerslag van een jarenlange fascinatie voor zijn werk. Daarmee zijn ze de ideale Dusapinvertolkers.

De vroege werken Incisa (cello solo, 1982), If (klarinet solo, 1984), Item (cello solo, 1985) en Laps (cello en klarinet, 1986-87) zijn vol energie en expressie. Hier horen we een enorme expressiviteit. Hier wordt het uiterste van de musicus gevraagd zowel muzikaal als fysiek. En misschien ook wel van de luisteraar.

Luister naar het ijzingwekkende begin van Laps waar Dieltjens de grenzen van zijn instrument oprekt en het thematisch materiaal voorstelt dat verderop op allerlei manieren door de cello wordt teruggegeven. Een overdonderende en fascinerende luisterervaring.

In Invece (voor cellosolo, 1992) horen we een hakkelende, stotterende cello die met zich zelf in gevecht is, die zich verzet tegen de macht van de gewoonte, Geen herhaling mag hetzelfde mag zijn. Deforce weet de bezetenheid van het stuk prachtig te treffen en dat met een enorme precisie.

In Ipso voor klarinetsolo 1994 wordt het muzikale materiaal, een Moldavische volksmelodie inbegrepen compleet gedeconstrueerd en tot zijn tegendeel omgevormd. Een mooi voorbeeld van Dusapins Metamorfose idee. En meer dan voorbeeldig door Dieltjens gespeeld die niet alleen alle virtuoze hordes moeiteloos neemt maar ook de mysterieuze en soms oriëntaals aandoende sfeer van het werk prachtig weet te treffen. Ik heb in geen tijden meer zo’n mooie klarinet gehoord.

De muziek van Immer (cellosolo, 1996) is nooit gelijk maar altijd het zelfde zoals Dusapin het verwoordt. Het werk is gebaseerd op een Oosters aandoend fragment. Het idee achter het werk is dat van de forgetful memory, een proces van voortdurend. gedifferentieerde herhaling, waarin elke herhaling weer een nieuwe wereld opent. Ook hier een zeer overtuigende Deforce, die met zijn ongehoorde  schakeringen in klankkleur en ritmiek Immer ook voor de niet doorgewinterde hedendaagse muziekluisteraar toegankelijk maakt.

In de laatste drie werken op deze CD Ohé (voor cello en klarinet, 1996), Iota, cellosolo, 1996 en Imago (cellosolo, 2001) speelt het experimenteren met etnische motieven een steeds belangrijker rol.

In Ohé (cello en klarinet, 1996), gebaseerd op een Arabisch motief van twee noten, horen we hoe een aanvankelijk eenvoudig thema op na een ingenieuze en ingewikkelde ontwikkeling weer terugkomt bij de oorspronkelijke eenvoud. Heel bijzonder hoe Deforce en Dieltjens de totale assimilatie van twee zo verschillende instrumenten tot stand brengen.

Ook in Iota (cello solo, 1996) en Imago (cello solo, 2001) spelen exotische soms zangerige thema’s en denkbeeldige volksmelodieën de hoofdrol. In Imago past Dusapin het principe van de muziek in modo contrario toe. Hij keert de traditie van iets voorspellen wat zal gebeuren en verrast zijn als het gebeurt om in voorspellen wat al gebeurd is en verrast zijn als het niet gebeurt.

Daarmee geeft deze cd behalve ruim anderhalf uur luistergenot ook nog stof tot jarenlang filosoferen!

Om in deze tijd waarin de kijkcijfers heilig zijn, een dubbel CD uit te brengen met werk voor cello en klarinet van een nog levende componist, daar is veel moed voor nodig. Deforce en Dieltjens leveren al een ongelooflijke prestatie door deze lastige partituren te spelen alsof ze er mee geboren zijn. Maar dat je de klankwereld van een algemeen als ‘moeilijk’ beschouwde componist zo toegankelijk en verstaanbaar weet de maken dat iedereen er zich in thuis zal voelen – wat het uitgangspunt van Dusapin is – vind ik een prestatie die ik niet anders kan omschrijven dan briljant!

Met deze CD bewijzen Deforce en Dieltjens de muziek – en niet alleen de Hedendaagse –  een enorme en niet te onderschatten dienst.

Onmiddellijk aanschaffen allemaal! Tot volgend jaar op de uitreiking van de Gouden Labels?


  • WAT: Pascal Dusapin – Item
  • WIE: Arne Deforce cello, Benjamin Dieltjens klarinet
  • UITGAVE: Aeon AECD 1756