***** Luisteren naar muziek van Jacques Duphly (1715-1789) brengt ons in contact met een voorbeeld van 18de eeuwse klavierkunst van een musicus die oorspronkelijk werkzaam was in het Normandische Rouen.

***** Luisteren naar muziek van Jacques Duphly (1715-1789) brengt ons in contact met een voorbeeld van 18de eeuwse klavierkunst van een musicus die oorspronkelijk werkzaam was in het Normandische Rouen.

Ze waren in de eerste plaats organist. Rouen heeft trouwens een kathedraal die reeds in de 14de eeuw een orgel  bezat. De cathédrale primatiale Notre-Dame de l'Assomption de Rouen werd de wieg van de Franse orgelschool (Titelouze, Jacques Boyvin, François d'Agincourt en Jacques Duphly). Veel weten we echter niet over Jacques Duphly. Hij werd geboren in Rouen, kreeg les van François d’Agincourt (1684–1758), was organist van de Cathédrale Notre-Dame in Évreux (stad van Guillaume Costeley) en woonde in Parijs. Duphly bleef ongehuwd, bezocht salons  en liet een groot deel van zijn erfenis na aan zijn huisknecht.

Livres

Hij componeerde zijn Livres tussen 1744 en 1768 en deze ‘Quatre livres de clavecin’ bevatten Pièces descriptives waarvan vele ‘portraits’ zijn. Zo is er bvb. La Vanlo, zijnde Christine Somis, de dochter van de Turijnse violist Giovanni Batista Somis (leraar van Jean-Marie Leclair en van Jean-Pierre Guignon),  en echtgenote van Carle Van Loo (1705-1765), peintre du roi. Er is ook “La Boucon”, zijnde de claveciniste Anne-Jeanne Boucon (1708-1780), nicht van de (eerste) vrouw van Jean-Baptiste Forqueray en de vrouw van Jean-Joseph Cassanéa de Mondoville, voor wie Jean-Philippe Rameau  één van zijn Pièces en concert componeerde. Er is La De Juigné, zijnde Marie-Gabrielle le Crier de Neufchelles (1706-1763), echtgenote van Samuel-Jacques Le Clerc, marquis de Juigné en er is La De Vaucanson, zijnde Jacques de Vaucanson (1709-1782), ingenieur, vriend van  Mondonville en van de fermier général le Riche de la Pouplinière, mecenas van Rameau.

Christophe Rousset

Rousset bespeelt een prachtig instrument gebouwd door Christian Kroll (°1747 Soldin (provincie Brandenburg, vandaag Myślibórz in Polen) – Lyon, 1782).

Kroll werkte samen met Joseph Collesse met wie hij in 1776 het Clavecin à deux claviers bouwde waarop Rousset hier speelt. Het instrument kan u bewonderen in het Musée Grévin in Parijs en de opname gebeurde in de magistrale Galerie dorée van de Banque de France in het Hôtel de Toulouse in Parijs.

Christophe Rousset is reeds lang een internationaal erkend musicus. Als klavecinist, dirigent en muzikaal leider van het ensemble "Les Talens Lyriques", is hij een van de grootste exponenten van de barokmuziek.

Zijn eerste opnamen op klavecimbel vielen meteen in de prijzen en deze nieuwe opname biedt ons een degustatie van de bij het publiek vergeten Franse organist, klavecinist en componist Jacques Duphly. De cd’s bevatten een keuze uit de stukken die ons een mooi idee geven van de style galant: de decoratiekunst van de 18de eeuwse klavecimbelmuziek. Akkoordvorming bereikte men met gebroken of gearpeggieerde akkoorden (“Style brisé”) naar het voorbeeld van gamba en luit, voorzien van agréments of versieringen.

Klavecimbelcomposities of studies

Specialisten van Franse klavecimbelmuziek (weet dat er reeds verschillende opnamen bestaan van het werk van Duphly, ook integraal), kennen Jacques Duphly  als klavecinist in het Parijs van de "Gouden Eeuw". Zijn oeuvre bestaat slechts uit vier boeken klavecimbelmuziek (52 composities in totaal) die vaak technisch van die aard zijn dat de werken meer  beschouwd worden als “studies” dan wel  als originele, vernieuwende klavecimbelcomposities. Christophe Rousset beaamt dit maar wijst er ook terecht op dat deze miniaturen zeker de moeite waard zijn om te spelen en te beluisteren. Al was het maar omdat de vier boeken verschenen in 1744, 1748, 1756 en 1768 en dat daardoor de muzikale ontwikkeling doorheen de vier boeken bijna de ontwikkeling van de 18de eeuwse klavecimbelmuziek illustreert.

Muzikale ontwikkeling

De stukken van het eerste boek zijn bvb. nog in de traditie van François Couperin (1668-1733), maar de latere werken zijn niet langer in de "galante stijl" gecomponeerd maar  kondigen de stijl aan van de late jaren ’80, net voor de Revolutie. Duphly overleed daags na de bestorming van de Bastille. In het derde boek is er ook een vioolpartij ad libitum zoals bij Mondonville en bij Rameau in zijn “Pièces de clavecin en concert”. In het vierde boek treffen we de klassieke stijlfiguur Albertijnse bas aan (de herhaling van gebroken akkoorden, of arpeggio’s in de linkerhand als begeleiding van een melodie in de rechterhand), zoals  in sonaten van Haydn en Mozart.

De klank van het instrument is subliem. De combinatie van het Christian Kroll instrument en de uitstekende akoestiek van de Galerie dorée met de articulatie van Rousset, maakt dat ik deze cd zeer kan aanbevelen.