Nominatie Gouden Label – Met de uitgave op cd van de live opname van Wagners “Ring” door Christian Thielemann en de Wiener Staatsoper vieren we de 23ste opname van de integrale Tetralogie. Een reden om een glas champagne te drinken. En niet alleen om dit te vieren maar vooral ter ere van Deutsche Grammophon en de kwaliteit en het immens prestige van deze magistrale uitgave. 

Nominatie Gouden Label – Met de uitgave op cd van de live opname van Wagners “Ring” door Christian Thielemann en de Wiener Staatsoper vieren we de 23ste opname van de integrale Tetralogie. Een reden om een glas champagne te drinken. En niet alleen om dit te vieren maar vooral ter ere van Deutsche Grammophon en de kwaliteit en het immens prestige van deze magistrale uitgave. 

En dan te bedenken dat er ondertussen ook al negen dvd opnamen bestaan van de integrale “Ring” en er natuurlijk nog de cd uitgaven zijn van de vier drama’s afzonderlijk. Wagner en Cosima moesten het weten!

Welk ander gezongen toneelstuk van vijftien uur is zo imponerend en rijk aan verbeelding, diversiteit, passie en tederheid, poëzie, zang- en acteerkunst en symfonische muziek, als Wagners tetralogie “Der Ring des Nibelungen”? Juist, geen enkel.

Nu spelen bij de beoordeling van een opera-opname vier essentiële factoren een rol. Ten eerste speelt de vraag of het om een live opname gaat of om een studio-opname. Vervolgens zijn de kwaliteit van de zang en van het orkest aan de orde en ten vierde, de samenhang  tussen de zang en het orkest. En dan vereenvoudig ik de zaak natuurlijk. Deze opname is de live opname door de ORF van de opvoering in Wenen in 2011. Daarmee is meteen al gezegd dat het meest riskante aspect van de opname de samenhang is tussen zang en orkest. Dat spreekt voor zich. Op enkele te verwaarlozen schoonheidsfoutjes na is de samenhang meer dan uitstekend. Goed wetend hoe aartsmoeilijk dat is in Wagners “Ring”. Het is al zo moeilijk in de studio, laat staan live. Voor dirigent Thielemann is het zijn tweede live opname. In 2009 verscheen bij Opus Arte zijn opname van de Bayreuther Festspiele 2008 met Michelle Breedt als Fricka, Albert Dohmen als Wotan, Stephen Gould als Siegfried, Hans-Peter König in de rollen van Fafner en Hagen, Linda Watson als Brünnhilde en Eva-Maria Westbroek als Sieglinde. In mei 2004 verscheen  bij Deutsche Grammophon ook nog de live opname  van zijn “Tristan und Isolde” uit  de Wiener Staatsoper en in  2006 verscheen dan eveneens met de Wiener Staatsoper, (zijn) “Parsifal”.

Christian Thielemann

Christian Thielemann dirigeert heel meticuleus en precies. Ik denk trouwens niet dat er een tweede dirigent op aarde is die zo nauwkeurig, afgemeten, doordacht en analytisch inzichtelijk dirigeert als Thielemann. Heeft hij naar eigen zeggen van (de oude ) Richard Strauss.  Zijn orkestklank is uitermate transparant en briljant en zijn oor voor detail, en er zijn er nogal wat, is legendarisch. Maar Thielemann houdt eerder alles licht tot zwevend. Hij heeft alle aandacht voor de houtblazers, misschien nog meer dan hij heeft voor het koper.  Als u mij bvb. zou vragen welke uitvoering van het “Loge motief” en misschien nog meer van het “Waberlohe motief” mijn voorkeur wegdraagt, koos ik zeker voor deze uitvoering. Dé uitvoering en dé opname van de “Ring” bestaat trouwens niet. Hoogstens gaat het over welke passage o.l.v. welke dirigent en met welke zanger of zangers het best is en waarom.

Het tijdperk van de echte Wagner kracht is daarentegen blijkbaar voorbij. En dan vergelijk ik niet met Solti want dat was, hoe fantastisch die uitvoering en opname ook was,  geen kracht maar agressie en muzikale brutaliteit. Ik vergelijk dan wel met Karajan. Beide waren weliswaar studio-opnamen, al was het er bij Solti niet aan te horen. Maar dat speelt aangaande kracht en expressie van het orkest geen rol. Misschien is dat niet zo erg, ware het niet dat de dynamiek (één van mijn stokpaardjes) van Wagners unieke, symfonische orkestmuziek, en zeker in de “Ring,  rechtstreeks in verband staat met de tekst, de handeling en dus met de personages. Als Wotan bvb. als vader afscheid neemt van zijn dochter, is hij eens dat gebeurd is, opnieuw de oppergod. Zijn speermotief of “Vertrags Motiv” maakt dat in de finale van “Die Walküre” duidelijk. In welke mate dat duidelijk  gemaakt wordt, ligt aan de dirigent. Ofwel moet je Thielemanns uitvoering interpreteren als de verklanking van de door het verlies van zijn dochter, verzwakte en vertwijfelde oppergod. U weet wel, zo één die krokodillentranen laat. Mogelijk. Want met Wagner kan je alle richtingen uit wordt gezegd. Hoewel ik vind dat je dat, met al zijn emotionele vertakkingen, eigen aan het personage van Wotan en door Wagner meesterlijk gevat in wat ik vervoegingen van de Leitmotive noem,  moet uitstellen tot de uitvoering van Wotans “Scheidegruss”, één van de pakkendste momenten in de ganse “Ring”.

“Klank”

Als belangrijkste woord zou ik hier het woord “Klank” durven kiezen. Klankkwaliteit, klankcombinatie, klankopbouw, klankdiversiteit. Dit wordt bvb. overduidelijk geïllustreerd door zijn uitvoering van de “Verwandlungsmusik” van de 2de naar de 3de scène in “Das Rheingold”. Daar zijn geen woorden voor! Hoeft ook niet want er wordt niet gezongen (grapje). De finale van “Siegfried” is van een zelden gehoorde orkestvirtuositeit die de uitzinnigheid en uitgelatenheid van Brünnhilde en Siegfried meer dan treffend verklankt. Thielemann als dirigent en alle topmusici van dat legendarisch, fenomenaal  orkest, beleven diezelfde jubel alsof ze hetzelfde gevoel ervaren als die twee uit liefde geboetseerde, ideale mensen. Als het meest verheven genot gebeiteld en gebrandmerkt is in hun ziel. Uniek! Trouwens, het enige deel dat eindigt met één besliste, doelbewuste, meer dan zelfverzekerde finale noot. Heerlijk! Heerlijk, Heerlijk!

En de nauwgezetheid waarmee Thielemann de betekenis van de boodschap van de tekst voortdurend verklankt is in deze opname al even legendarisch. Bvb. bij de reactie van Fasolt wanneer Wotan hem zegt dat Freia niet te koop is, om maar één van de vele, vele voorbeelden te geven. Geniaal! Ja, ik weet het, u moet de tekst uit het hoofd kennen! Want u moet het maar doen om als dirigent thuis te zijn in de ongeveer honderd verschillende Leitmotieven van de “Ring”, de tekst uit het hoofd te kennen om te kunnen weten wat, waar in het orkest moet geprofileerd en geaccentueerd worden. 

De klank van de opname verschilt daarentegen enigszins naargelang de verschillende momenten. Deze varieert van matig goed tot  ronduit magistraal. En dat er bepaalde “maar” matig goede momenten in een live opname steken, is eigenlijk heel normaal. Alhoewel Wagner de perfectie verdient. Of niet soms? Othmar Eichinger, Harald Huber, Claus Pitsch en hun assistenten hebben als Sound, Balance en Audio engineers, opnieuw schitterend werk geleverd. Dat is het algemeen besluit aangaande de  kwaliteit van de opname. Zo veel is duidelijk. Jammer dat de immense kracht die moet uitgaan van de 3de scène van de 2de akte van “Götterdämmerung”, wanneer Hagen door zijn “Stierhorn zum Blasen an zu setzen”,  die Mannen zum Hochzeitsfest ruft”, waarop zij uiteindelijk het mannelijkste lied aller tijden “Groß Glück und Heil lacht nun dem Rhein” zingen, niet echt aanwezig is. Spijtig. Nogmaals, de echte, doorleefde Wagner kracht is er niet echt (meer) bij. ’t Zal aan Thielemann liggen. Maar daarom is hij nog geen slechte mens.

Een meerwaarde van deze opname is dan weer dat de verschillende zangers en zangeressen een palmares hebben dat u niet voor mogelijk houdt. De cast is er  één om u tegen te zeggen.

Palmares

Ze toont welk palmares u als zanger of als zangeres moet hebben om voor zo’n superieure productie gevraagd te worden. Daarenboven beantwoordt ze (wellicht grotendeels) aan de stemtypen die dirigent Christian Thielemann wou om optimaal gestalte te geven aan zijn visie op het karakter van de personages. Geen nieuwkomers of ontdekkingen maar zangers en zangeressen die stuk voor stuk hun kunnen bewezen hebben aan tal van gerenommeerde operahuizen o.l.v. de beste en beroemdste dirigenten. Eén onder hen, de sopraan Linda Watson, (hier Brünnhilde in „Siegfried“ en in „Götterdämmerung“), is trouwens wereldwijd de meest gevraagde Brünnhilde  omdat zij heel eenvoudig unaniem beschouwd wordt als de beste “Brünnhilde” van vandaag. En dat is er uiteraard aan te horen. Hoewel het zeker niet mijn timbre is. Bijlange niet. Ik leef al gans mijn  leven met de bronstigheid in het timbre van Régine Crespin en Helga Dernesch. Helga, die uitgespeeld werd tegen Birgit Nillson,  maakte trouwens een carrière door van mezzo naar lyrische en dramatische sopraan om rond haar veertigste terug te komen tot mezzo. En dan te bedenken dat ze nog steeds gehuwd is met Werner. Maar dat is privé.

Thielemann koos voor volgende zangers en zangeressen: Albert Dohmen (Wotan en Der Wanderer), Markus Eiche (Donner), Herbert Lippert (Froh), Adrian Eröd (Loge), Janina Baechle (Fricka), Alexandra Reinprecht (Freia), Anna Larsson (Erda), Lars Woldt (Fasolt), Ain Anger (Fafner), Tomasz Konieczny (Alberich), Wolfgang Schmidt (Mime),  Christopher Ventris (Siegmund), Eric Halfvarson (Hunding), Waltraud Meier (Sieglinde), Katarina Dalayman (Brünnhilde in „Die Walküre“),  Stephen Gould (Siegfried), Linda Watson (Brünnhilde in „Siegfried“ en in „Götterdämmerung“), Chen Reiss (Stimme des Waldvogels), Markus Eiche (Gunther), Eric Halfvarson (Hagen), Caroline Wenborne (Gutrune) en Janina Baechle (Waltraute).

Omdat nergens in het bijhorend boekje en ook niet op de dvd’s deze fenomenale zangkunstenaars voorgesteld worden, doe ik het hier maar. Althans, enkele. 

De Amerikaanse Heldentenor Stephen Gould (Siegfried) bvb. zong recent zowel Siegfried aan de Weense Staatsopera als Tannhäuser o.l.v. Franz Welser-Möst. Onlangs zong hij de rol van Tristan in de gevierde productie van David McVicar en zong hij concertuitvoeringen van “Tristan und Isolde” met Nina Stemme als Isolde in Berlijn, Tannhäuser op het Opera Nomori Spring Festival in Tokyo, Götterdämmerung in München en Der fliegende Holländer in Torino. Hij zong ook Siegfried aan de Metropolitan Opera in de nieuwe productie van de “Ring” door Robert Lepage. Stephen Gould maakte zijn succesvol Europees debuut o.a. met de titelrol in Tannhäuser, een fenomenale prestatie die het tijdschrift  Opern Welt omschreef als “een Tannhäuser van internationale allure " Door deze prestatie kon Stephen gaan zingen op de Maggio Musicale in Florence o.l.v. Zubin Mehta en kon hij Tannhäuser zingen o.l.v. Christian Thielemann op de Bayreuther Festspiele in 2004. Helaas valt hij in “Siegfried” een beetje tegen. Hij mocht aangaande ademen en navenante kracht wat meer van Jess Thomas hebben. Beetje jammer. En toeval of niet, ook Thielemann verbaast mij in de “Smeedscène”, waar hij een verrassend traag tempo neemt. Kan ik maar niet gewoon worden.

Maar alles wordt in die geniale scène goed gemaakt door een schitterende  Wolfgang Schmidt  als Mime, het kostelijkste personage van de ganse “Ring”. De echte gemene en gluiperige anti-Wotan (doordenkertje). Luister meteen naar CD 8, Track 6 op 3’11’’ (“Er schmiedet das Schwert…”). Fantastisch! “Toll”. “Kammersänger” Wolfgang Schmidt (Mime dus) uit  Kassel, zong wat Wagner-rollen betreft  in Keulen (Siegmund), Karlsruhe (Lohengrin, Stolzing), Hannover (Siegfried, Siegmund, Loge, Stolzing, Lohengrin, Parsifal), Dresden (Erik, Parsifal, Tristan),  Hamburg (Siegfried, Lohengrin), aan de Deutsche Staatsoper Berlin (Tannhäuser, Lohengrin, Erik), de Deutsche Oper Berlin (Siegfried, Siegmund, Tannhäuser, Erik), Barcelona (Erik), Opera Bastille Paris (Tristan), Chicago (Siegfried) en in  San Francisco (Tannhäuser, Tristan). In 1989-90 zong hij "Erik" op de Bregenzer Festspiele, in 1992 zong hij Tannhäuser, zijn debuut op de Bayreuther Festspiele. In 1993 zong hij voor de eerste keer  Siegfried in Götterdämmerung aan de Wiener Staatsoper en in  1994 zong hij Siegfried in de nieuwe productie van de  „Ring“ o.l.v. James Levine en Alfred Kirchner.  In 1997 kon je hem zien als  Siegfried en Tannhäuser aan de Metropolitan Opera in New York.  Hoogtepunten waren zijn succesvol debuut als Siegfried aan de Scala o.l.v. Riccardo Muti in 1997 en zijn prestatie als Siegfried in “Götterdämmerung” bij de heropening van de Scala in  1999. Alstublieft.

Markus Eiche (Donner) en  Herbert Lippert (Froh) zijn beiden zeer goede tenoren maar  Lars Woldt en Adrian Eröd zetten een eerder zwakke Fasolt en Loge neer. Dat kon iets beter. Ik zeg wel, iets. Want ik weet wel dat Loge’s lange monoloog in “Das Rheingold” niet meteen het toonbeeld is van optimale Wagneriaanse lyriek, maar toch. Ooit werden die rollen gezongen door Gerhard Stolze (die dan ook nog eens de beste Mime aller tijden zong) en de onvergetelijke Martti Talvella! Ga vlug luisteren.

De werelberoemde Duitse mezzo Waltraud Meier (Sieglinde)(°1956) maakte vooral naam met rollen als Kundry, Isolde, Ortrud, Venus en Sieglinde. Internationaal debuteerde ze in 1980 in het prachtige Teatro Colón in Buenos Aires, in de rol van de frigiede Fricka in “Die Walküre”. Na haar succes als Kundry tijdens de Bayreuther Festspiele van 1983, startte haar internationale carrière en trad ze in 1985 op in Covent Garden en in 1987 in de Metropolitan Opera als Fricka, o.l.v. James Levine, die trouwens toen voor de eerste keer “Das Rheingold” dirigeerde in de Met. Tussen 1983 en 1993 was ze  in Bayreuth een legendarische Kundry. Van contrast gesproken. Tussen 1993 en 1999 zong ze in Bayreuth Isolde, geregisseerd door Heiner Müller en gedirigeerd door Daniel Barenboim.  In 2000 zong ze opnieuw in Bayreuth,  maar dit keer  de rol van Sieglinde in “Die Walküre”, samen met Plácido Domingo.  En,  ze zong in de "Millennium Ring", geregisseerd door Jürgen Flimm o.l.v. Sinopoli. Verder zong ze Isolde op de Salzburger Festspiele o.l.v. Lorin  Maazel. In 2003 kreeg ze een Grammy Award voor de beste opera opname voor haar rol als Venus in Tannhäuser, o.l.v. Barenboim.  In 2005 zong ze opnieuw Isolde in een nieuwe productie van de Opéra Bastille in Parijs, geregisseerd door Peter Sellars (niet van aantrekken) en gedirigeerd door Esa-Pekka Salonen. Bij de Weense Staatsopera keerde ze terug als Kundry in Parsifal, een rol die ze vervolgens ook weer zong aan de Metropolitan Opera in New York. In 2007 zong ze Isolde in Japan, Berlijn, München en Milaan, en zong ze Ortrud in Milaan en Parijs. Om u maar een idee te geven welk Wagner-vlees we hier in de kuip hebben.

De Zweedse sopraan Katarina Dalayman (°1963) die op deze opname Brünnhilde zingt in “Die Walküre” zong reeds als studente de rol van Sieglinde. Na haar fenomenale prestatie als Marie in Alban bergs “Wozzeck” in Stuttgart (1993) aan de Metropolitan Opera en aan het Royal Opera House, Covent Garden (beide in 2001), gingen haar Wagner rollen in stijgende lijn. Ze zong Brangäne in de New Yorkse Met (2002), Kundry  aan de  Parijse Opera (2001) en in  Dresden (2008), Sieglinde in Covent Garden (2005) en Brünnhilde in de integrale “Ring” opvoering in Stockholm (2005-2008).

Ze zong de rol van Brünnhilde in het warme Aix en Provence (2008), in de Metropolitan Opera (2009) en tijdens de Osterfestspiele in Salzburg (2009–10).  Ze zong Isolde (2008) en dit jaar zong ze  Brünnhilde en Kundry aan de Met.

De mezzo Linda Watson (Brünnhilde in „Siegfried“ en in „Götterdämmerung“) maakte haar debuut op de Bayreuther Festspiele in 1998 als Kundry. Sindsdien zong ze deze rol aan de Deutsche Oper Berlin, het Teatro Real in Madrid, het Gran Teatre del Liceu in Barcelona en aan de  Metropolitan Opera. In 1995 zong ze de rol van Venus in Leipzig (grapje). Ik bedoel in “Tannhäuser” in Leipzig. Ze zong haar eerste volbloed sopraanpartij Sieglinde in Essen en werd daarop de leidende, dramatische sopraan aan de Deutsche Oper am Rhein. Daar zong ze ook de rol van die feeks, Ortrud. Ze zong de rol van Isolde in Japan met de Bayerische Staatsoper en in Tokyo zong ze voor de eerste keer de rol van Brünnhilde in “Die Walküre”. Sindsdien wordt ze gevraagd om die rol te zingen in Düsseldorf en voor complete Ring uitvoeringen in Bayreuth, de Wiener Staatsoper en de Nederlandse Opera. Haar prestatie overstijgt hier dan ook duidelijk deze van Katarina Dalayman (Brünnhilde in „Die Walküre“).

De Britse tenor Christopher Ventris in de rol van Siegmund  is  wereldberoemd geworden in 2008 toen hij gestalte gaf aan “Parsifal”  tijdens de Bayreuther Festspiele. Daarnaast is hij bekend voor zijn prestaties als Lohengrin, Tannhäuser en Erik (in Der fliegende Holländer), om enkel maar zijn Wagner vertolkingen te vermelden. Hier is zijn fragiel, licht tenortimbre heel passend bij de jeugdige “Wälsung” met de naam “Wehwalt” en vormt hij een memorabel duo met Waltraud Meier als zijn  “süßeste Wonne en seligstes Weib” Sieglinde, met wie hij uit hun Wälsungen-Blut, het “Helden”- en “Herrenvölkische” nageslacht zal stichten in de persoon van de bronstige en bremstige  Siegfried.

De Duitse bas-bariton Albert Dohmen (Wotan/Wanderer) uit Krefeld werd in 1997 bekend als Wozzeck. Een goed begin. Dohmen geldt als één van de beste Wagner zangers van dit moment, meer bepaald in de rol van Wotan. Hij zong deze partij reeds tijdens verschillende integrale Ring uitvoeringen, in het Grand Theatre de Geneve, aan de Nederlandse Opera in Amsterdam, de Deutschen Oper in Berlijn, de Wiener Staatsoper, van  2007 tot 2010 o.l.v. Christian Thielemann tijdens de Bayreuther Festspiele, in 2009 o.l.v. James Levine aan de Metropolitan Opera,  en vorig jaar nog aan de  Hamburgse Staatsoper. Stel u voor. En ondertussen heeft hij zich ook nog eens bewezen als Gurnemanz en geldt hij als dé Sachs van zijn generatie. In 2011 zong hij ook de rol van König Marke in “Tristan und Isolde” o.l.v. Christoph Eschenbach in Parijs. Hij vervolledigde zijn Wagner repertorium als König Heinrich in Lohengrin aan de Deutschen Oper Berlin en als de Landgraf in “Tannhäuser”  met de Berliner Philharmoniker o.l.v. Marek Janowski. Indrukwekkend. Het timbre van zijn stem en zijn vermogen om sonoor gestalte te geven aan de verschillende persoonlijkheden en karaktertrekken van de gespleten Wotan,  past wonderwel bij het waardige en verbitterde van Wotan als personage. Hij is immers oppergod, Wälse, vader, eeuwige verleider, gefrustreerde en daarom overspelige  gemaal, hypocriet  en achterbakse bouwheer tegelijk.

De zangers en zangeressen op deze opname zongen o.l.v. Daniel Barenboim, Ivor Bolton, Pierre Boulez, Riccardo Chailly, Jesus Lopes Cobos, Myung-Whun Chung, Gabriele Ferro, Asher Fisch, Adam Fischer, Daniele Gatti, Valery Gergiev, Hartmut Haenchen, Marek Janowski, Philippe Jordan, Daniel Lipton, Fabio Luisi, Zubin Mehta, Ingo Metzmacher, Franz Welser-Möst, Kent Nagano, Seiji Ozawa, Donald Runnicles, Esa-Pekka Salonen, Ulf Schirmer, Peter Schneider, Christian Thielemann, en Massimo Zanetti. Om u maar een idee te geven dat de zangers en zangeressen op deze opname niet alleen in de beste operahuizen zongen, deelnamen aan de meest prestigieuze operafestivals en wereldwijd een indrukwekkend Wagner palmares hebben,  maar dat ze ook heel wat ervaring hebben met de interpretatie en het uitvoeren van Wagner rollen, specifiek  o.l.v.  Christian Thielemann.

cd en dvd

De cd box met de op het eerste gezicht een beetje Harry Kupfer achtige look, is  met de nodige symboliek uitgegeven. De vier delen hebben nl. elk een eigen kleur. Blauw voor “Das Rheingold”, oranje voor “Die Walküre”, groen voor “Siegfried” en lila/paars voor “Götterdämmerung”. Het bijhorend boekje met de integrale tekst in het Duits en in het Engels, is beperkt gehouden. Geen musicologische duiding of ontstaansgeschiedenis maar enkel de synopsis van de handelingen door Bernd Delfs. Heel beknopt. Ook geen tekst over de zangers. Een beetje jammer. Voor meer uitleg zijn er dvd’s. Want naast 14 cd’s zijn er in de box ook twee dvd’s te ontdekken met een documentaire van de jonge, Duitse operaregisseur Eric Schultz, waarin gerenommeerde Wagner specialisten het verhaal, de personages en de muziek duiden en uitleggen. De Vooravond en de eerste dag op de eerste dvd, de tweede en de derde dag op de tweede. Samen goed voor vier uur uitleg, jawel, één uur per drama. Kan ik u ontzettend aanbevelen.