De naam Alfredo Casella doet waarschijnlijk niet meteen een belletje rinkelen. Het oeuvre van de Italiaanse componist is eerder onderbelicht. De man moet vaak de duimen leggen voor zijn tijdsgenoten: Stravinsky, Mahler en Debussy en zijn avant-gardistische landgenoten zoals Berio en Nono. Toen het Sinfonieorchester Münster zijn werk live uitvoerde, was dat dus de ideale gelegenheid om zijn composities op te waarderen, en op CD uit te brengen. Jammer genoeg laat de opname te wensen over.

Het orkest begint bijzonder slordig aan de symfonie in do klein. In de eerste maten, met dreigende pedaaltonen voor de kopersectie kan je dit nog goedpraten. Eens het volledige orkest invalt, vervalt de muziek echter in een vreselijke wanorde. Vooral de strijkers golven onsamenhangend door het eerste deel. De verhoopte dreiging die van deze chaos moet uitstralen, kan slechts af en toe door de kopers tot uiting gebracht worden. Over het algemeen is het vooral een rommeltje. Het orkest, interpreteert zijn muziek misschien wat te impressionistisch. De verschillende orkestgroepen lijken erop uit elk zo veel mogelijk emotie in hun eigen partijen te leggen, maar net daardoor komt die niet ten volle tot uiting in het samenspel van het orkest. Een strakkere uitvoering, waarbij je bepaalde instrumenten muzikale accenten laat versterken, zou dit orkestwerk ten goede komen.

Toch lijkt de warboel niet uitsluitend een fout van de musici. De opname mag dan wel gemaakt zijn in het ‘super audio cd’ formaat, maar te vaak klinkt het allemaal nogal vlak. Zeker de gevarieerde percussiebezetting lijdt hieronder. Al te vaak zit het slagwerk weggemoffeld achter de rest van het orkestblok. Dat is bijzonder jammer, want net door de percussie krijgt het werk soms de allures van andere laatromantische meesterwerken als de 1812 Ouverture van Tsjaikovski. Zo krijgen we aan het einde van het Allegro molto vivace een glimp van de expressieve kracht die uit het werk had kunnen stralen. Bovendien is niet alleen de balans tussen de orkestgroepen ondermaats, ook de dynamiek komt niet ten volle tot haar recht. De muziek lijkt te veel genormaliseerd, waardoor de uitersten te begrensd zijn. Vooral in de passages die luid moeten klinken, gaat hierdoor veel energie verloren.

Dat laatste is bijzonder jammer. Het orkest doet in de latere delen nog zijn uiterste best om de boel recht te zetten. Aan het einde van het derde deel, spelen ze met stilte. Juist in die enkele tellen rust, drijven ze op fantastische wijze de spanning op. Ze razen door het finaledeel maar hier gaat in de opname jammer genoeg veel van de expressiviteit verloren. De epiloog komt uiteindelijk nog het beste naar voren. Het Sinfonieorchester sleept je mee door het geheimzinnige begin van het Adagio mistico. Al hebben ze natuurlijk wel wat geluk dat dit deel het juist niet moet hebben van grote expressie. In de slotmaten van het werk, die echt bombastisch door le luidsprekers hadden moeten galmen, is het allemaal weer te braaf.

Ook de suite uit Casella’s opera La donna serpente  is in hetzelfde bedje ziek. Het eerste Andante-deel is waarschijnlijk het beste stuk dat op deze CD staat. Hier wekt het orkest opnieuw een mysterieus sfeertje op en doet het dat vooral door de spanning uit de rust en stilte. Zodra in het Allegro moderato en de oorlogsmars de volumeknop opnieuw opengedraaid zou moeten worden,  steken de dynamiekproblemen opnieuw de kop op. Je zou je eigenlijk bijna letterlijk naast de volumeknop moeten zetten om voortdurend bij te sturen.

Hoewel het sinfonieorkester Münster, weliswaar na een valse start, zijn uiterste best gedaan heeft om het werk van Casella op te waarden, zijn ze een uur lang beteugeld door een overijverige geluidstechnicus. Jammer, want de enige mensen die je gelukkig maakt met dit soort afgevlakte opnames zijn je buren.


  • WIE: Sinfonieorchester Münster o.l.v. Fabrizio Ventura
  • WAT: Casella – Sinfonie nr. 2 in c, La donna serpente (suite)
  • UITGAVE: Ars produktion
  • FOTO: Albumhoes, Boccioni – Dinamismo di un corpo umano