**** Na o.a. een opvallende Aliud cd met Duitse klavecimbelmuziek, vervolgt de Nederlandse klavecinist Johan Brouwer zijn reeks opnamen van uitvoeringen op een David Rubio klavecimbel met Franse klavecimbelmuziek  gecombineerd met werk van Georg Böhm en J .S. Bach. Heel mooi.

**** Na o.a. een opvallende Aliud cd met Duitse klavecimbelmuziek, vervolgt de Nederlandse klavecinist Johan Brouwer zijn reeks opnamen van uitvoeringen op een David Rubio klavecimbel met Franse klavecimbelmuziek  gecombineerd met werk van Georg Böhm en J .S. Bach. Heel mooi.

Het op deze cd bespeeld instrument is een naar een klavecimbel van Pascal Taskin uit 1769 in 1979 gebouwd exemplaar door David Rubio (1934-2000). Jawel, vanwaar de naam van ons Rubio Kwartet. Het oorspronkelijk instrument bleef in het bezit van de familie Taskin tot 1952. Dan kwam het in handen van Raymond Russell, oprichter van de beroemde Russell Collection in Edinburgh.

Taskin (1723-1793) werd geboren in Theux nabij Luik maar had zijn atelier in Parijs als opvolger van Etienne Blanchet. Daar was hij bekend voor zijn ravalements (transformaties of aanpassingen) van bv. Ruckers of Couchet klavecimbels. Deze instruments ravalés werden tegen het eind van de 19de eeuw bekend gemaakt door de klavierbouwer Louis Tomasini.

De prachtige chinoiserie werd gemaakt door decorateur en restaurateur Ann Mac Taggert naar  voorbeelden van instrumenten beschilderd door de vernisseur en laqueur Gérard Dagly. Dagly (1653-1714) werd op zijn beurt bij ons in Spa geboren en werkte o.a. vele jaren aan het Pruisische hof in Berlijn waar hij de Jolités de Spa bekend maakte. Dit bijzonder Rubio instrument werd in 2013 gerenoveerd door Cornelis Bom uit  het Noord-Nederlandse Nieuwolda waar zich nota bene een bijzonder rococo kerkorgel uit 1787 bevindt, gebouwd door orgelbouwer Johann Friedrich Wenthin uit het Duitse Emden. Cornelis Bom voorzag het bijzonder Taskin/Rubio klavecimbel van nieuwe snaren met verschillende afmetingen en introduceerde zo een nieuwe intonatie en een bijzondere resonantie.

“Bach en de Franse barok”

Wat kan u op deze mooie cd beluisteren ? De werktitel van het programma is “Bach en de Franse barok”.  Werken van François Couperin  uit zijn “L’Art de toucher le clavecin, van de gambist Antoine Forqueray, Georg Böhm , J.S.Bach.

“L'art de toucher le clavecin” van François Couperin (1668-1733) werd in 1716 gepubliceerd  als  handleiding voor de Franse stijl en geeft belangrijke aanwijzingen voor het spelen van het klavecimbel aangaande vingerposities en versieringen. De Préludes zijn uitgeschreven improvisaties in de stijl van de Préludes non mésurée. De Suites van Georg Böhm (1661-1733) werden gecomponeerd in het Frans georiënteerde hof  in het Duitse Celle, van Éléonore Desmier d'Olbreuse, dame d'Harburg en  comtesse de Wilhelmsburg, de Franse Hugenoten gemalin van Georg Wilhelm, Herzog (“Heideherzog“)  zu Braunschweig-Lüneburg . Na de dood van haar man woonde ze nog enkele jaren in Lüneburg, waar Böhm als organist verbonden was aan de St. Johannis Kirche. Het orgel werd gebouwd door Hendrik Niehoff (ca. 1495-1560). Naast de gebruikelijke dansen bevat de hier opgenomen  Suite in fa  klein bijvoorbeeld een typisch Franse Ciaconne.

Ook Bach heeft een aantal jaren in Lüneburg doorgebracht en kende de muziek van Böhm. Het Ricercar a 3 voci uit het Musikalisches Opfer (BWV 1079) is ontstaan in 1747 bij een bezoek dat hij bracht aan het hof van Frederik II in Potsdam, waar zijn oudste zoon Carl Philipp Emanuel werkte als hof klavecinist. Bach heeft zeker ook Franse muziek gekend, aangezien hij  Franse muziek opnam in zijn klavierboeken (“Büchlein”) voor zijn vrouw Anna Magdalena en zijn zoon Wilhelm Friedemann. Hij bezat o.a. muziek van Dandrieu, Marchand, d’Anglebert  en kende de Pièces de clavecin van Couperin.

Franse Suites

De term Franse Suites kwam niet van Bach maar van Friedrich Wilhelm Marpurg (1718-1795) vermoedelijk vanwege het feit dat Bach allerlei Franse ‘galanterieën’, zoals een Air of een Menuet, toevoegde aan de standaarddansen, Allemande, Courante, Sarabande en Gigue. Afschriften van de suites uit de omgeving van Bach bevatten veel versieringen waarvan we niet echt weten of dit wel de praktijk was van Bach. Een aantal heeft de uitvoerder  overgenomen uit het Mempell-Preller-handschrift, genaamd naar de cantors/componisten  Johann Nicolaus Mempel (1713-1747) en Johann Gottlieb Preller (1727-1786).

Franse luitmuziek

Met het Praeludium, Fuge und Allegro zijn we ook helemaal in de sfeer van de Franse luitmuziek. De oorspronkelijk titel luidt: Prelude pour la Luth ò Cembal. Het manuscript is overgeleverd in een klaviernotatie. Het preludium is een fraai voorbeeld van de Franse luitstijl (‘stile brisé’ of ‘stile luthé’) door het gebruik van gebroken akkoorden.

Johan Brouwer

Al dit moois opgenomen in de mooie en intieme hervormde kerk van het dorpje Nieuw-Scheemda in de Nederlandse provincie Groningen, kan u beluisteren en ontdekken door Johan Brouwer (°1946). Hij  studeerde orgel bij Wim van Beek en muziektheorie bij Frans van Eeden aan het Conservatorium van Groningen,  en  klavecimbel aan het Amsterdams Conservatorium. Daarna studeerde hij verder bij Gustav Leonhardt. Johan Brouwer volgde masterclasses bij Ton Koopman, bij de legendarische René Saorgin (°1928) uit Cannes en bij Jos van Immerseel. Hij  speelt concerten in Nederland, Frankrijk, Portugal, Engeland en Duitsland.  Als leider en klavecinist maakte hij deel uit van het  Gronings barokorkest Collegium Musicum. Hij werkte ook  lange tijd als dirigent van het Groningse Winschoten Kamerkoor, waarmee hij samen met het Gronings Collegium Musicum , veel 17de eeuwse muziek speelde.