De laatste week van februari organiseerde Concertgebouw Brugge een “topstukweek” gewijd aan Ludwig Van Beethoven. Dit evenement viel samen met de heruitgave in een cd-box op het label Alpha Classics van de negen symfonieën van Ludwig Van Beethoven opgenomen door Jos van Immerseel en Anima Eterna Brugge tussen 2005 en 2007.

Deze uitvoeringen zijn uiteraard getypeerd door de authentieke historische uitvoering, het ondertussen jarenlange waarmerk van Jos van Immerseel. Hij is voor deze opname dan ook grondig onderzoek gaan doen in de bibliotheek van de Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen zodat hij – zonder de pretentie te hebben de waarheid in pacht te hebben of de ultieme oplossing te bieden – goed overdachte en gemotiveerde keuzen kon maken wat betreft instrumentenkeuze, tempo, stemtoon, enzovoort. In zijn verantwoording van die keuzen in het cd-boekje stelt hij duidelijk de voorwaarden die hij noodzakelijk acht: De eerste plicht is een correcte uitvoering van de notentekst, het gebruik van het instrumentarium door de componist voorgeschreven, het toepassen van de toenmalige evidenties zoals de stemtoon, de balans binnen het orkest, het respecteren van het voorgeschreven tempo etc. De vrijheid is dan een persoon van vandaag te zijn met de (steeds persoonlijke) eruditie en gevoeligheden, het kunnen doseren van alle beschikbare elementen en dit alles te mogen meedelen.”

Scherpe detaillering

Het orkest gebruikt uiteraard historische instrumenten (vb. houtblazers van Weense factuur en strijkinstrumenten met dikke snaren uit darm) en speelt in de pitch van 440 Hz. Van Immerseel houdt zich ook aan de samenstelling van het orkest zoals Beethoven ze in de regel voorschrijft. Het resultaat dat we horen op de cd’s is knap en spannend. Geen overdreven zwelgende romantiek in de strijkers, maar gedetailleerde precisie, scherpe en mooi afgelijnde tempowisselingen, houtblazers die netjes op de voorgrond komen en verleidelijk de thema’s accentueren. De uitvoeringen worden zoals Jos van Immerseel het terecht noemt, gekenmerkt door “kamermuziekmentaliteit”. Een absoluut pluspunt van de integrale.

Het is hier niet de bedoeling elke symfonie afzonderlijk onder de loep te nemen, maar we wijzen toch graag op enkele (bijna lukraak gekozen) afzonderlijke passages. De spitse aanzet in het Allegro con brio van de derde symfonie, mooi afgewisseld met de lieflijke hobo. De contrasten zijn scherp, de symfonie is energiek en inderdaad “heroïsch”, met een stevige spanningsboog in de marcia funebre met schelle kopers en dreigende strijkers en een opzwepende finale. Van Immerseel realiseert hier toch wel iets van de “compositorische heldendaad”, zoals Jan Caeyers in zijn Beethovenbiografie deze symfonie noemt. Ook in de vijfde symfonie (ook wel noodlotssymfonie genoemd) zet het ritmische motief geaccentueerd in en wordt het een stuwende kracht bij de herhalingen. Het Allegretto uit de zevende symfonie krijgt ook in het soms te zoet-melodische Allegretto pit en kracht, terwijl het daarop volgende Presto toch nog invalt met verrassend felle tempo’s. In de pastorale wordt het motief van de “heitere Empfindungen” in fijne instrumentale aflijningen gepresenteerd die dan in vrolijk samenspel uitmonden. De Szene am Bach van deel twee komt wat flauw en een beetje karakterloos over, maar de Sturm en het Gewitter krijgen uiteraard weer flink wat panache en de pauken mogen hun gangen gaan. Terzijde trouwens: waarom worden die delen niet met hun Duitse benaming benoemd in het cd-boekje, maar met een Engelse vertaling?

De negende symfonie was het moment suprême van de “topstukweek” in het Concertgebouw Brugge. De solisten in het slotdeel verschillen wel van die op het live-concert, op de tenor Markus Schäfer na. Mijn voorkeur gaat toch wel uit naar de solisten op de opname en de balans orkest-solist is daar in elk geval in hun voordeel.

Algemeen durf ik stellen dat Jos van Immerseel zich beter in zijn vel voelt bij de felle passages waarin hij zich kan laten gaan en het orkest tot vinnigheid kan opjutten. De kopers schallen en de pauken slaan erop los. In de zachte of Andante-delen treedt soms een lichte makheid (of matheid) op. Zo klinkt het Andante-deel in de zesde symfonie (Pastorale) bijna flauw, terwijl deel vier met de storm voor spektakel zorgt. Maar de totale beluistering is een boeiende reis van een fantastisch orkest met een geniale dirigent doorheen het symfonische oeuvre van de geniale Beethoven.

Beethoven met Anima Eterna Brugge in residentie

In Concertgebouw Brugge geniet Jos van Immerseel jarenlange residentie met zijn orkest Anima Eterna. Met Anima Next Generation wil hij ook de toekomst van zijn orkest voorbereiden en daarom geeft hij het dirigeerstokje voor het prestigieuze slotconcert van de “topstukweek” door aan Korneel Bernolet, die ook al werkte als zijn assistent. Op het programma – zoals gezegd – de grandioze negende symfonie van Beethoven.

Het meest speciale aan het concert was beslist de “lecture” die gepaard ging met de uitvoering. Beter dan “gepaard” kan ik het niet omschrijven, want het was geen droge toelichting vooraf, die dan hopelijk maar wat moest blijven hangen tijdens de beluistering nadien. Het was wel degelijk een lecture-performance met het orkest samen op de scène zodat telkens Pieter Bergé een aspect van de symfonie toelichtte we het ook onmiddellijk te horen kregen. Hoe kort het motief ook, gaande van de “oersaaie drieklank” – dixit Bergé – van het begin, tot een la-mi-motief of een scherzo in de pauken, een mars van de Janitsaren of een fuga, telkens viel het orkest in met de beklijvende illustratie van de theorie. De symfonie werd niet droog geanalyseerd, maar levendig gefileerd tot een betekenisvolle context voor de luisteraar. Tegelijk werd een beschouwing gegeven van wat de compositie voor Beethoven en zijn tijd betekend heeft en hoe we dat tot nu kunnen interpreteren. Zo werd in het besluit de symfonie ook geplaatst in een (mogelijke) morele interpretatie van verbroedering, angst en vreugde en een kanttekening geplaatst bij “het meest misbruikte muziekwerk ter wereld” (wederom Bergé).

Een uiterst boeiende opmaat voorafgaand aan de integrale uitvoering van Beethovens Negende door Anima Eterna Brugge onder leiding van Korneel Bernolet. Die paste uiteraard in de gewetensvolle lezing van een negentiende-eeuwse symfonie door een orkest dat speelt met een Weens instrumentarium en bekend staat voor zijn uitvoeringen die historisch zo verantwoord mogelijk zijn. De symfonie werd dan ook niet zozeer als een monumentaal orkestwerk gebracht, maar als een verfijnde lezing met veel oog voor details in de orkestratie. Inderdaad de oersaaie drieklank van het begin werd prachtig gecounterd door de woeste pauken, die ook schitterden in het knappe Scherzo. In het Adagio streelden de strijkers vredig en klonken de hoorns ingehouden warm. Korneel Bernolet had nauw contact met zijn muzikanten die met concentratie zijn aanwijzingen opvolgden.  Het slotdeel zette met donderende kracht en vol spanning in, kracht die ook alterneerde met intense inhouding. Zoals te verwachten, werd het slotdeel prachtig en intens gebracht door het uitstekende Collegium Vocale Gent. De solisten waren perfect gecast met vooral een opvallend mooie baritonpartij van Daniel Ochoa. Misschien had het orkest iets meer ingehouden mogen klinken onder de solistenpartijen. Een detailkritiek die weinig afdoet aan de knappe prestatie als dirigent van Korneel Bernolet. Een concertavond die niet alleen de reis naar Brugge, residentiestad van Anima Eterna beslist de moeite waard maakte, maar ook prikkelt voor de beluistering van de box met symfonieën en orkestwerken van Beethoven met Jos van Immerseel.


  • WAT: Ludwig Van Beethoven (1770-1827) | Symphonies and Ouvertures
  • WIE: Anima Eterna Brugge o.l.v. Jos van Immerseel en Korneel Bernolet
  • UITGAVE: Alpha Classics 380 (6 cd’s)
  • WAAR: Concertgebouw Brugge i.k.v. de topstukweek 22-25 februari 2018
  • CREDIT FOTO’S: © Philippe Van Ootegem, Paul Willaert