**** Geleerd en ietwat mysterieus roept de titel van het album van SWUK-laureaat Yannick Van de Velde enige vragen op. Het antwoord is met enkele populaire composities van Chopin en Ravel nochtans behoorlijk conventioneel. Toch is aan deze geslaagde opname ook wel een hoek(je) af.

Klassiek Centraal zou meer aandacht gaan hebben voor musici ‘Van bij ons’, et voilà: daar hebben we een cd opgenomen door één van onze meest talentvolle pianisten. Dat is althans de inschatting van de vzw SWUK Vlaanderen, die Yannick Van de Velde (° 1990) als zijn laureaat voor 2017 uitriep. Daarmee treedt de jonge Antwerpenaar, die in het verleden reeds halvefinalist was op de Koningin Elisabethwedstrijd (2013) en finalist op het Concorso Busoni in Bolzano (2015), in de voetsporen van collega-toetsenisten als Liebrecht Vanbeckevoort, Stephanie Proot of nog Korneel Bernolet. En dus mocht ook hij voor het Nederlandse Aliud Records een opname maken. Dat schijfje, met de geleerde en ietwat mysterieuze titel Anamorfosi, werd op zaterdag 11 maart 2017 tijdens een concert in de Miryzaal van het Gentse conservatorium aan een ruimer publiek voorgesteld. Het eerste derde van de cd is aan Chopin gewijd (tracks 1-4), maar de hoofdbrok bestaat uit muziek van – of geïnspireerd door – Ravel (tracks 5-12). Zo is het laatste en tevens kortste werk op het album – Anamorfosi (1980) van de Italiaanse componist Sciarrino – een soepele aaneenschakeling van transformaties van fragmenten uit Ravels oeuvre, die volgens het principe van een anamorfose op de tonen van “I’m singing in the rain” met elkaar verbonden worden.

Maar wat is dat dan, een anamorfose? Fronste u samen met mij ook heel even de wenkbrauwen bij deze term uit de beeldende kunsten? Wel, geen nood, want Van de Velde, die twee maanden terug ook de drijvende kracht was achter het gesmaakte Pianofest Sint-Niklaas (link naar het verslag), gaat hier in het cd-boekje kort op in. “Reeds in de Renaissance experimenteerde men met verschillende perspectieven en de mogelijkheden die dit bood. Vanuit een bepaald perspectief kun je dit gecreëerde perspectief alsnog waarnemen. Dit tekent het concept van deze cd. De composities van Chopin en Ravel worden op een hedendaagse manier weergegeven in Chopinata van Clément Doucet of Anamorfosi van Salvatore Sciarrino.” Het is zelfs zo dat de jazzy (re)mix die onze landgenoot van Chopins pianomuziek maakte, mede heeft bepaald welke van diens stukken voor deze cd uiteindelijk werden uitgekozen. Nogal logisch, denkt u allicht, maar dan nog is het bijzonder fijn om horen hoe de motiefjes van Chopin door Doucet op inventieve wijze werden verwerkt. Verder hoeft het uiteraard geen betoog dat deze gerichte programmakeuze de muziek een interessant gevoel van eenheid verleent. En zorgt voor een hoekje af: dat zeker ook.

Vertederende Chopin

Wie het ijzeren repertoire aanpakt, komt onvermijdelijk in de slipstream van de grootste pianisten terecht. Hoewel het dus van primordiaal belang is om dit album op zijn eigen merites te beoordelen, dringt ook een vergelijking met oudere opnamen zich op. Met het model F278 van Fazioli komt Van de Velde hoe dan ook goed uitgerust aan de start. De heldere sonoriteit van deze geweldige vleugel biedt niets minder dan puur genot. Dat blijkt al meteen ten overvloede in het eerste werk op deze cd. De Polonaise in la-groot (opus 40/1), bijgenaamd ‘Militaire’, vraagt om de nodige assertiviteit, en Van de Velde ontwikkelt de voorgeschreven dynamiek, maar dan zonder ook maar een moment aan zeggingskracht te verliezen of wollig te klinken. In tegenstelling tot bij Pollini bijvoorbeeld (Deutsche Grammophon, 1976) klinkt het middendeel van dit triomfantelijke Allegro con brio minder fors en majestatisch, maar wordt er eerder voor een speelse en lichtvoetige benadering geopteerd. Het is maar wat u verkiest. Opvallend, en helaas ook minder aangenaam, is de plotse galm die in beide hoekdelen de baspartij teistert (rond 0:47-0:50, en opnieuw 4:13-4:16). Geen idee hoe dat precies in de opname is geslopen, en het doet ook nauwelijks afbreuk aan het positieve bilan, maar het springt wel kortstondig in het oor.

Dit euveltje krijgt voor alle duidelijkheid geen navolging in wat nog komt, te beginnen met de veeleisende Fantaisie-Impromptu in cis-klein (opus postuum 66). Van de Velde heeft geen moeite met de vingervlugge, sprankelende rechterhand van het Allegro agitato. Net als bij Arthur Rubinstein (RCA Red Seal Records, 1964) vult de baspartij waar nodig subtiel de gaatjes op. Toch blijft vooral het Moderato cantabile na afloop in het geheugen hangen. Door een allesbehalve opdringerig rubato krijgt dit vertederende middendeel, dat in de coda nog eens kort in het lage register opduikt, een extra romantisch pigment. Het is op deze manier dat de mijmerende en meanderende muziek van Chopin ten volle recht wordt gedaan. Niet anders is het trouwens in de Valse, eveneens in cis-klein (opus 64/2), die hierop volgt. Misschien iets minder vrij dan Rubinstein in het Tempo giusto, maar niettemin duidelijk geaccentueerd, vervolgens naadloos gebonden en met een fijnzinnig gevoel voor versnelling, vertraging en, opnieuw, bezinning. Als afsluiter van dit eerste hoofdstuk van de cd kan men tot slot op zoek naar herkenningspunten in Doucets Fantaisie musicale dans un rythme de fax sur des motifs de Chopin: een swingende stijlbreuk die het leuke midden houdt tussen parodie en eerbetoon.

Verstilde Ravel

De bundel Miroirs (1904-1905) is het uitdagende hoofdgerecht van dit album. In vijf afzonderlijke delen evoceert Ravel enkele van zijn meest briljante kleuren en beeldrijke klanken. Van de Velde paart in deze suite treffende fraseringen aan een bijwijlen grote ritmische discipline. Une barque sur l’océan spant daarbij de kroon, met het grote gebaar – het ruime sop als het ware – dat heel precies van onderliggende stuwingen wordt voorzien. Aangenaam zeeziek worden: het kan dus wel! En dat terwijl in Noctuelles de frivole rusteloosheid een hoge vlucht neemt en dynamische fluctuaties voor een spannende luisterervaring zorgen. Het somberder middendeel laat dan weer een opmerkelijk zachte begeleiding en dito pedaalgebruik horen. Ravel is een meester in het scheppen van aparte en vaak erg contrasterende sferen. In het aanvankelijk desolate Oiseaux tristes heeft Van de Velde niet alleen zijn aandacht bij de noten, maar ook oor voor de verstilling die de componist nastreeft. Het resultaat is bijzonder smaakvol. Ook in La vallée des cloches horen we een bedachtzaam pianist aan het werk. Van de Velde neemt ruim de tijd om zijn verhaal tot resoneren te brengen en komt op die manier bij momenten minder ad rem over dan bijvoorbeeld Roger Muraro in zijn integrale opname van Ravels pianomuziek (Accord, 2003). In vergelijking met zijn Franse collega klinkt het technisch veeleisende Alborada del gracioso, veruit het populairste stuk uit deze cyclus, ook wat stroever en minder avontuurlijk. Jazeker, Van de Velde weet ook nog wel te boeien, maar net iets meer karakter had zeker en vast gekund.

Met Jeux d’eau (1901) en La Valse (1920) heeft Anamorfosi ten slotte ook nog twee andere uiterst virtuoze stukken van Ravel in de aanbieding. Van de Velde heeft dan wel een overwegend populaire weg gekozen, maar die van de minste weerstand is het zeker niet geworden. Beide werken laten een gemengde indruk achter. Met zijn vederlichte toucher doet Vande Velde het dromerige Jeux d’eau prachtig parelen. Bovendien plaatst hij enkele snedige climaxen zonder aan de continuïteit van zijn fantasierijke betoog afbreuk te doen. Het is die coherentie die in La Valse soms ontbreekt, al is het maar de vraag of je dat de uitvoerder dan wel de componist moet aanwrijven. De onbestemdheid van de ongearticuleerde aanhef weet de muziek hoe dan ook maar zeer moeizaam van zich af te schudden, ook al is dat na de ludieke streep Sciarrino alweer snel vergeten.        

Bij een recensie worden al eens dure woorden of een amechtige beeldspraak bovengehaald. Maar eigenlijk is er maar één vraag echt van tel: of je graag naar een cd hebt geluisterd, ja dan nee. Werd je meegesleept door het verhaal van de uitvoerder, of heb je zelfs stiekem zitten meefluiten? Wel, met het visitekaartje van Van de Velde ervaar je gegarandeerd beide perspectieven. Opzet geslaagd, noemen ze dat dan …


  • WAT: Anamorfosi | Pianomuziek van Frédéric Chopin (1810-1849), Clément Doucet (1895-1950), Maurice Ravel (1875-1937) en Salvatore Sciarrino (° 1947)
  • WIE: Yannick Van de Velde (piano, Fazioli model F278)
  • UITGAVE: Aliud Records (i.s.m. vzw SWUK Vlaanderen)
  • CREDIT FOTO: Amyan | SWUK Vlaanderen
  • LINK: website Yannick Van de Velde