**** Aanvankelijk componeerde Ralph Vaughan Williams  een soort symfonisch gedicht over het Londense leven. “The life of London, including its various sights and sounds”. Op aanraden van zijn vriend, de componist  George Butterworth (1885-1916), bewerkte Vaughan Williams de orkestcompositie tot een symfonie. 

**** “A Symphony by a Londoner”

“The man that hath no music in himself,

Is fit for treasons, stratagems and spoils;

Let no such man be trusted.”

Aanvankelijk componeerde Ralph Vaughan Williams  een soort symfonisch gedicht over het Londense leven. “The life of London, including its various sights and sounds”. Op aanraden van zijn vriend, de componist  George Butterworth (1885-1916), bewerkte Vaughan Williams de orkestcompositie tot een symfonie. V.W. droeg later de herziene versie ervan op aan Butterworth, die in de Eerste Wereldoorlog, nabij Pozières aan de Somme,  sneuvelde. De naam George Butterworth  staat vermeld  op het Brits-Frans  oorlogsmonument  in  Thiepval en in ons hart.

Tussen 1910 en 1958 componeerde Ralph Vaughan Williams (1872-1958), doordrongen van England’s rich treasury of folk song en gefascineerd door England’s sixteenth-century Tudor-dynasty Music, negen magistrale symfonieën. Die worden opgesplitst in drie perioden, de Edwardiaanse periode voor 1914 (de eerste twee), de tussenoorlogse periode (nrs. 3, 4, 5), en de vier laatste gecomponeerd tussen 1944 en 1958. V.W werd beïnvloed door Sir Edward Elgar (1857-1934) en door de twee leidende symfonici in Engeland, Charles Villiers Stanford (1852-1924) en Hubert Parry (1848-1918), de componist van “Jerusalem”. Beiden waren leraars van V.W.. Tussen 1921, het jaar van zijn zachte, landelijke derde symfonie, en 1931, het jaar van zijn vierde symfonie, opgedragen aan de componist Arnold Bax (1883-1953), componeerde V.W. geen symfonieën. Net als Ernest John Moeran (1894-1950), William Walton (1902-1983) en Edmund Rubbra (1901-1986), waren ook Bax en V.W. bewonderaars van de symfonieën van Jean  Sibelius (1865-1957). Alleen Vaughan Williams’ twee laatste symfonieën werden door hem genummerd (8 & 9 dus).Vier symfonieën (nrs. 1,2,3 en 7) kregen een naam, "A Sea Symphony", "A London Symphony", "A Pastoral Symphony", en "Sinfonia antartica".

Tussen 1898 en 1929 woonde Vaughan Williams in Londen. Van 1905 tot 1929,  ten tijde van o.a. zijn “London Symphony”, woonde hij in Cheyne Walk, number 13, in het uiterst chique  en luxueuze district “Royal Borough of Kensington and Chelsea”. Na de “City of Westminster”, the wealthiest borough (district) in England. Mocht U het niet kennen, daar is Harrods, daar bevindt zich Portobello Road en de Saatchi Gallery,  en daar woonde Princess Diana. Say no more.

“A London Symphony” (zijn 2de Symfonie) werd gecomponeerd tussen 1912 en 1913. Ze werd voor het eerst uitgevoerd op 27 maart 1914 in de Queen's Hall te Londen door het Queen's Hall Orchestra onder leiding van Geoffrey Toye (1889-1942), music director of the D'Oyly Carte Opera Company en later manager van het Sadler's Wells Theatre.

Omdat V.W. geen Engelse uitgever vond (…) stuurde hij de partituur in 1914 naar de Duitse dirigent Fritz Busch (1890-1951) die op dat ogenblik Musikdirektor beim Sinfonieorchester Aachen was. De edele anti-nazi Fritz Busch uit Siegen („Ich sagte (aan Göring), dass ich keinem jüdischen Kollegen den Platz wegnehmen würde”), zou in 1934 nog muziekdirecteur worden van het befaamde Engelse Glyndebourne Festival. En dan te bedenken dat hij op 7 maart 1933, voor het begin Rigoletto aan de Semperoper in Dresden, nog „von SA-Männern vom Pult gebrüllt würde”! By the way, wist U dat Fritz vier broers had? De ene was toneelacteur, de andere was violist, één speelde cello, en een andere broer speelde piano. En dan te bedenken dat vader, een eenvoudige houtbewerker (ein Tischler)  uit het schattige Erndtebrück aan het Rothaargebirge nabij Siegen, vioolbouwer werd, jawel, Wilhelm Busch. “Er baute Celli und Geigen und reparierte nebenbei noch Musikinstrumente aller Art“ in Keulen, waar vier van zijn vijf  zonen, muziek studeerden. Großartig.

De originele partituur ging  echter tijdens de oorlogsjaren verloren. Op basis van schetsen voor piano en de afzonderlijke orkestpartijen, reconstrueerde V.W. dan maar zijn symfonie. Dit gebeurde met de hulp van George Butterworth, de muziekcriticus Edward Joseph  Dent (1876-1957) en Geoffrey Toye. De gereconstrueerde symfonie werd voor de eerste maal uitgevoerd op 11 februari 1915 in de Winter Gardens in Bournemouth door het Bournemouth Municipal Orchestra o.l.v. Dan Godfrey (1868-1939), de oprichter en dirigent van het Bournemouth Municipal Orchestra. Ralph Vaughan Williams herzag de symfonie nog enkele malen tussen 1918 en 1920. Deze  versie werd uitgevoerd op 4 mei 1920 in de Queen's Hall te Londen door het Queen's Hall Orchestra onder leiding van Albert Coates (1882-1953), chief conductor van het London Symphony Orchestra. A London Symphony werd vervolgens in 1934 nogmaals herzien. Deze derde versie werd uitgevoerd op 22 februari 1934 in de Queen's Hall te Londen door de London Philharmonic Orchestra onder leiding van Sir Thomas Beecham (1879-1961),  de oprichter van het London Philharmonic Orchestra en het Royal Philharmonic Orchestra.

De muziek beschrijft pictures of London, London’s prachtige green places,  churches and zonovergoten squares, maar ook het Edwardiaanse Londen, a place of crime and poverty.

In de openingsbeweging, as dawn breaks, hoort men de "Westminster Chimes" (klokkenspel) van Big Ben. De muziek klinkt eerst nog quietly, in the kind of misty, pre-dawn colors of impressionistic paintings of London van Turner of Monet,  maar naarmate het dag wordt, groeien we mee naar de heralding daybreak en de geboorte of a new day’s activity, "the noise and hurry of London". Maar,  met daaronder  lento, “Londons always underlying calm". Beluister meteen 8’24”. U hoort the bustle (de drukte) of a great city.

De tweede beweging verklankt "Bloomsbury Square on a November afternoon" met haar lavender-sellers en de  “jingle of hansom cabs”.

In het Scherzo (Nocturne). Allegro vivace, een levendige nocturne à la Whistler, moet de luisteraar zich voorstellen dat hij zich aan een Enbankment (kade) bevindt, "standing on the Victoria Enbankment at night, surrounded by the distant sounds of the Strand, with its great hotels on one side, and the "New Cut" on the other, with its crowded streets and flaring lights, full of rhythmic vitality"

In de Finale. Andante con moto – Maestoso alla marcia (quasi lento) – Allegro, keert Big Ben terug en is de epiloog geinspireerd door het laatste hoofdstuk van “Tono-Bungay” uit 1909  van H.G.Wells (1866-1946). Daarin zeilt George nostalgically in een destroyer down the River Thames naar de open sea, toward the ocean. “Light after light goes down. England and the Kingdom, Britain and the Empire, the old prides and the old devotions, glide abeam, astern, sink down upon the horizon, pass-pass. The river passes, London passes, England passes…”

Wist U trouwens dat de wereldberoemde melodie van Big Ben gebaseerd is op de vier noten van de  vijfde en de zesde maat van  "I know that my Redeemer liveth" uit  Händels Messiah? Daarom klinkt die melodie ook uit de klokkentoren van de Roter Turm in Halle, de geboortestad van Händel. Daar noemt men ze de „Westminsterschlag“. Interessant, niet? Wie de melodie in 1793, overigens aanvankelijk voor Cambridge, juist componeerde, weten we niet met zekerheid. We kunnen kiezen tussen de Revd. dr. Joseph Jowett, Professor of Civil Law, dr. John Randall, Professor of Music, of diens student William Crotch. Waar de naam “Big Ben” vandaan komt is ook niet helemaal zeker. De klok zou genoemd zijn naar de politicus Benjamin Hall (1802-1867) die vanwege zijn rijzige gestalte “Big Ben” werd genoemd, of, en dat zou eigenlijk wel leuker zijn, de klok zou genoemd zijn naar Ben Caunt (1815-1861), de Engelse Bare-knuckle boxer die zichzelf heavyweight  boxing champion sloeg. Incredible. How nice to be a Londoner. Jolly good.

Naast deze prachtige symfonie is Vaughan Williams’ “Serenade” opgenomen. “Serenade to Music” is in 1938 gecomponeerd voor 16 vocale solisten en orkest met solo-viool. Vaughan Williams componeerde zijn Serenade als “a tribute to the conductor Sir Henry Wood” n.a.v. de “fiftieth anniversary of Wood's first concert”, “in grateful recognition of his services to music”. Henry Wood (1869-1934) was in 1895 de stichter van de Promenade Concerts (Proms). De solopartijen  werden specifiek gecomponeerd voor de stemmen van zestien eminente Britse zangers, die gekozen werden door Wood en Vaughan Williams zelf. De solisten zingen beurtelings “as a choir”, beurtelings 12-stemmig, en beurtelings,  als solist, letterlijk dan.

Wood  dirigeerde de première van “Serenade” op 5 oktober 1938 tijdens het tweede deel van zijn  “jubilee concert” in de Royal Albert Hall. Het orkest was samengesteld uit musici van de drie grote, Londense orkesten, het London Symphony Orchestra, het BBC Symphony Orchestra en het London Philharmonic Orchestra. Sergei Rachmaninov was in het eerste deel van het concert solist in de uitvoering van zijn eigen tweede Pianoconcerto. Hij beluisterde in de zaal het tweede deel van het concert met tranen in de ogen.

De tekst van “Serenade” is een adaptatie van het gesprek over muziek en de muziek der sferen in de eerste scène van de vijfde akte van Shakespeare’s “The Merchant of Venice”. Daarin hebben de geliefden Jessica, de dochter van Shylock,  the rich, Jewish moneylender, en Lorenzo, de vriend van de Venetiaanse koopman Antonio, het (“serenaded by musicians”), over de kracht die muziek heeft “to soothe the soul”. De verzachtende werking van muziek op de zeden, zeg maar. V.W maakte van zijn Serenade ook een arrangement voor vier solisten, koor en orkest, en een arrangement voor orkest alleen. Op deze cd beluistert U de oorspronkelijke versie en de uitvoering is magistraal. De zangers (vocale solisten) zijn leden van de Mercury Opera Rochester en werden voorbereid door Benton Hess, hun artistiek directeur. Musicoloog Frank Howes (1891-1974), de gewezen President of the Royal Musical Association, professor in music history at the Royal College of Music en destijds chief music critic van The Times, schreef “Shakespeare fixed in words all the heart-easing qualities of the most volatile of the arts. Vaughan Williams presents us with the essence of music in music.” Dit wordt vooral door de vokale solisten nog maar eens bevestigd en bewaarheid. Dirigent Christopher Seaman (°1942), de gewezen koorknaap van het Canterbury Cathedral Choir, ex-student van het prestigieuze King's College, Cambridge en ex-paukenist van het London Philharmonic Orchestra, mist in de “London Symphony” echter wat uitvoeringscapaciteiten van Sir Adrian Boult, maar weet bij momenten toch mooie muziek uit de Rochester Philharmonic te toveren. Een heel, heel mooie cd.