Uitgeverij IJzer gaf het vijfde deel uit van de geschriften in Nederlandse vertaling van Richard Wagner. In dit boek komt Wagner als recensent, dirigent en theoreticus aan het woord.

Ingeleid en geannoteerd

Wagners teksten Die Deutsche Oper (1834), Über die Ouvertüre (1840) en Festschrift Beethoven (1870) zijn reeds opgenomen in het deel ‘Geschriften over kunst, politiek en religie’ (Ijzer 2013). De 17 gekozen teksten waaronder vier over Beethoven, zijn nu in deze nieuwe uitgave chronologisch geordend. In Geschriften over muziek zien we Wagner als gedreven criticus, vlijmscherp recensent en professioneel dirigent. In die teksten schrijft Wagner bv. over zijn grote voorbeeld Beethoven, over zijn tijdgenoten/operacomponisten, heeft hij het over de discussie over absolute muziek en programmamuziek en beschrijft en analyseert hij wat Duitse muziek volgens hem zo veel meer kon hebben dan Franse en Italiaanse.

Schrijvende dirigent

Toen Wagner koorleider en dirigent was in Würzburg, Magdeburg, Königsberg en Riga (1833-1839), begon hij over muziek te schrijven. Aanvankelijk voor het Zeitschrift für die elegante Welt van Johann Gottlieb Karl Spazier en voor het Neue Zeitschrift für Musik van Schumann. Schrijven over muziek werd voor Wagner bittere noodzaak gedurende zijn eerste verblijf in Parijs (1839-1842). Hij schreef toen voor de Revue et Gazette Musicale van Maurice Schlesinger (als redacteur opvolger van Fétis), en voor de Dresdner Abend-Zeitung van Theodor Hell. Gedurende zijn jaren als Königlich-Sächsischen Kapellmeister in Dresden (1842-1849), kwamen Wagners eerste teksten over Beethoven tot stand. Ik wijs er u nog even op dat Festschrift Beethoven (1870) met de filosofische bespreking van de muziekopvatting van Schopenhauer, reeds in het deel ‘Geschriften over kunst, politiek en religie’ verscheen.

Tannhäuser en Beethoven

Tijdens zijn ballingschap in Zürich (1849-1858) schreef Wagner hoofdzakelijk zijn Reformschriften en zijn Ring-tekst. Wat schrijven over muziek betrof, schreef hij in deze periode over de ouverture tot Iphigénie en Aulide van Gluck (1854). Van oktober 1859 tot april 1861 woonde Wagner opnieuw in Parijs. Het was de tijd van zijn geflopte Tannhäuser uitvoering. In zijn uit die tijd daterend opstel ‘Zukunftsmusik’ (1860) had hij het over zijn unendliche Melodie. In 1864 maakte Wagner kennis met Ludwig II van Beieren waarna hij Über Staat und Religion, eine theoretische Abhandlung für König Ludwig II. schreef, en hij het hoofdzakelijk had over Duitse kunst (Deutsche Kunst und Deutsche Politik). In navolging van Berlioz’ Le chef d’orchestre: théorie de son art’ dat in 1855 toegevoegd werd aan de tweede uitgave van zijn Grand traité d’instrumentation et d’orchestration modernes uit 1843, schreef Wagner in 1869 Über das Dirigieren. In de jaren ’70 schreef Wagner als enig opstel over muziek, een toelichting op de volgens hem juiste uitvoering van Beethovens Negende n.a.v. de uitvoering ervan o.l.v. Wagner in het Markgräflichen Opernhaus, ter gelegenheid van de Grundsteinlegung van het Bayreuther Festspielhaus op 22 mei 1872.

Wagner versus Hanslick

Wagner nam actief deel aan de discussie rond de gedachte van de autonomie van muziek (absolute muziek) door muzikale vorm en harmonie, zoals beschreven in Vom Musikalisch-Schönen, Ein Beitrag zur Revision der Ästhetik der Tonkunst (1854) van criticus Eduard Hanslick. Wagner opteerde daarentegen voor verruiming van de zeggingskracht van muziek door haar met literatuur en drama te verbinden. Onder invloed van Schopenhauer ontwikkelde hij daarenboven zijn droomtheorie, een allegorische droom over het verband tussen muziek en drama met de dramatische handeling als de zichtbaar geworden afbeelding van de muziek. In Zukunftsmusik (1860) legde hij zijn ideeën uit en stelde hij het (Wagneriaans) muziekdrama voor als de ultieme vervolmaking van de absolute symfonische muziek. Rond 1860 was de vraag naar de autonomie van muziek een Kulturkampf geworden en Hanslick stond model voor de figuur van de Merker Sixtus Beckmesser in Wagners Opera/Satyrspiel Die Meistersinger von Nürnberg (1868).

Schrijver over opera

Voor Wagner zijn gedachten over het ‘Gesamtkunstwerk’ uitwerkte, richtte hij zich op het belcanto van de Italiaanse opera, de Franse Grand opéra en de Duitse instrumentale muziek. Deze aanstekelijke teksten gaan over Italiaanse operamuziek met eerbetoon aan Bellini wiens opera’s Wagner kende door de zangeres Wilhelmine Schröder-Devrient. Andere teksten geven dan weer een beeld van Wagners activiteit als muziekjournalist in Parijs. Deze bevatten verslaggeving van operaproducties van Meyerbeer (diens Hugenoten) en Halévy (‘La Reine de Chypre’), de Franse productie van Der Freischütz van Weber, Paulus van Mendelssohn en het Stabat Mater van Rossini. Uit deze teksten bleek de groeiende kloof tussen de Duitse Singspielpraktijk en de Franse Grand opéra.

Standaardwerk

Er zijn ook teksten van Wagner over de concerten van de Dresdener Hofkapelle, een opstel in de vorm van een brief aan de toen 20-jarige Marie Wittgenstein over de symfonische gedichten van Liszt (1857) en een brief uit 1860 aan Berlioz over het ontstaan en de rechtvaardiging van het Kunstwerk der Zukunft. Een heel belangrijke tekst gaat over de praktijk van het dirigeren met heel wat bespreking van passages uit symfonieën, strijkkwartetten, ouverturen en opera’s. Wagners uitgebreide tekst Über das Dirigieren wordt trouwens nog steeds beschouwd als een van de belangrijkste studies over orkestdirectie. In de laatste tekst van dit boek, Zum Vortrag der neunten Symphonie Beethovens, gaat Wagner met tal van notenvoorbeelden in op de wijze waarop Beethovens werk uitgevoerd moet worden.

Een sublieme reeks

De teksten zijn uit het Duits vertaald, zijn bijzonder interessant ingeleid en geannoteerd door Philip Westbroek, en worden vooraf gegaan door een voorwoord van Daniele Gatti, toekomstig chef dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Tal van noten vervolledigen per tekst de duiding van de teksten. Eerder verschenen bij IJzer Wagners Het kunstwerk van de toekomst, Geschriften over kunst, politiek en religie, Opera en drama en Geschriften over eigen werk. Later dit jaar zullen Wagners geschriften over theater verschijnen. Een meer dan sublieme reeks!