Jessye Norman: wat een stem, wat een présence! Iedereen die haar live op een podium zag, zal dit bevestigen. Op 30 september 2019 overleed de zangeres,  74 jaar oud. Ze is ongetwijfeld een van de meest fantastische artiesten van de laatste vijftig jaar. Haar autobiografie voorstellen, is een gepaste hommage. Bovenstaande titel is maar één van de beklijvende uitspraken ontleend aan dat heerlijke boek. Het werd in 2015 in Nederlandse vertaling gepubliceerd als De muziek van mijn leven. De originele titel klinkt iets ‘militanter’: Stand up straight and sing! Mét uitroepteken.

Jessye Norman is geboren op 15 september 1945 in Augusta, in de Amerikaanse deelstaat Georgia. In haar kinderjaren werd ze in deze zuidelijke deelstaat van Amerika nog fel geconfronteerd met de segregatie van de Afro-Amerikanen. Haar besef van de strijd voor gelijkberechtiging en haar rol daarin als artieste is bijgevolg een thema dat als een rode draad doorheen het boek loopt. Niet belerend of pedant, maar als iets wat haar karakter gevormd heeft en haar gemotiveerd heeft tot de durf en vastberadenheid om haar doel te bereiken, niet alleen artistiek, maar ook als persoonlijkheid. Het boek leest als een geschiedenis van haar leven, ingedeeld in de muzikale delen, prelude, interlude en postlude. Niemand minder dan James Levine schreef er een inleiding voor en in de loop van het boek komt hij ook naar voor als haar favoriete dirigent (We konden het meteen vanaf de eerste keer dat we samenwerkten geweldig met elkaar vinden, p. 289), naast Herbert von Karajan (… met wie ik het voorrecht heb gehad om aan het eind van de jaren tachtig te werken aan zowel een uitvoering als een opname van de ‘Liebestod’ uit Wagners Tristan und Isolde” (id.)).

Adembeheersing en stemtechniek

Voor we zover zijn (in het hoofdstuk Vrouw, leven, zangeres) hebben we het verhaal gekregen van haar afkomst en het aandeel van muziek in haar jonge jaren. De muziek was vaak verbonden met de kerkbijeenkomsten en van jongs af aan speelt religie en spiritualiteit een cruciale rol in haar leven. Haar fascinatie voor opera vindt zijn oorsprong in een uitzending van een Metropolitan Opera matinee met een aria uit Lucia di Lammermoor, gezongen door Joan Sutherland. Haar doorzettingsvermogen om te studeren heeft enerzijds te maken met het sterke karakter van de vrouwen in haar familie – op de eerste plaats haar moeder – en anderzijds met de trots van haar vader, die ze niet wil beschamen. Via een concours in Philadelphia krijgt ze een beurs om aan Howard University te gaan studeren. Van haar professor Elizabeth Mannion aan de Michigan University leert ze het belang van adembeheersing en stemtechniek om de stem flexibel te houden. Het Interlude is gewijd aan haar collega-zangeres Marian Anderson, de Afro-Amerikaanse zangeres die een magische invloed op haar heeft en haar doet inzien dat het mogelijk is als artieste de discriminatie te overwinnen. Haar deelname aan de internationale wedstrijd van de Bayerische Rundfunk in München opent voor haar de deur naar Europa. Het hoofdstuk over haar tijd in Duitsland bevat een aangrijpend relaas over de val van de muur in Berlijn in 1989: terwijl ze in Dresden een opname aan het maken is van uitgerekend Fidelio van Ludwig Van Beethoven, waarvan het thema politieke vervolging is (p. 205). Ze start haar professionele carrière aan de Deutsche Oper Berlin en heeft de kans belangrijke persoonlijkheden uit de muziekwereld te leren kennen. De bariton Pierre Bernac maakt haar met het liedgenre vertrouwd, en dirigent en componist Pierre Boulez doet haar de componisten van de Tweede Weense School ontdekken. Zo wordt Schönbergs Erwartung een van haar favoriete repertoirestukken. In Wenen maakte ze furore in Ariadne auf Naxos van Richard Strauss. Haar debuut aan de Metropolitan Opera in New York maakt ze in 1983 als Cassandre in Les Troyens van Hector Berlioz, de Franse componist die ze tot haar voorkeurscomponisten rekent. Ondertussen hebben we haar leren kennen als een charismatische en intelligente persoonlijkheid, boordevol talent maar ook dankbaar en empathisch.

Muziek geeft vleugels aan woorden

Jessye Norman geeft in haar boek een fantastische analyse van wat zingen voor haar is. In opera wil ze vooral verhalen zingen van vrouwen in wie ik me kan verplaatsen (p. 211). Ze heeft als zangeres het vermogen alledaagse emoties te communiceren en wil in het repetitieproces het stuk verkennen en één worden met het werk. Zo is ze ook sterk aangesproken door het pacifisme in A child of our time van Michael Tippett, en ervaart ze het als een fantastische gunst Poèmes pour Mi van Olivier Messiaen te vertolken (opgedragen aan zijn vrouw) of de liedcyclus woman.life.song van Judith Weir, dat speciaal voor haar werd gecomponeerd. Voor het liedgenre heeft ze geluk gehad met haar begeleiders, zoals Philip Moll, Irwin Gage, Geoffrey Parsons en Dalton Baldwin. Strauss’ Vier letzte Lieder noemt ze een integraal deel van mijn repertoire (p. 230). En ook over Das Lied von der Erde van Gustav Mahler schrijft ze: Mijn dankbaarheid dat ik deze twee sensationele composities van Strauss en van Mahler heb mogen zingen is grenzeloos (p. 232).

Ondanks haar vele officiële onderscheidingen (Ik ben de trotse en nederige ontvanger van meer dan dertig eredoctoraten van colleges, universiteiten en conservatoria van over de hele wereld (p. 267) stelt ze er prijs op eenvoudig te blijven en sterallures te vermijden. Behalve eredoctoraten kreeg ze ook in Oostenrijk de hoogste erkenning voor de kunsten, dankzij haar frequente optredens in Wenen en op de Salzburger Festspiele. Ze was de artieste die op de viering van  de tweehonderdste verjaardag van de Franse revolutie in 1989 de Marseillaise zong, gekleed in een speciaal voor haar ontworpen jurk in de Franse driekleur. En ze zong op de inauguratie van de Amerikaanse presidenten Ronald Reagan en Bill Clinton. Ze kan er prat op gaan dat ze een essentiële bijdrage geleverd heeft tot de ontvoogding van de Afro-Amerikaanse erfenis en ze is er fier op dat ze daarvoor ook het podium deelt met artiesten als Duke Ellington en Louis Armstrong, maar ook met de (kort voor haarzelf overleden) schrijfster Toni Morrison (RIP, 5 augustus 2019). Ze vindt het fantastisch dat ze Carnegie Hall New York tot een van haar voorkeurspodia kan tellen: Wat een heerlijkheid. Wat een geschenk voor ons allemaal! (p. 296)

En de reis gaat verder

Een tikkeltje wrang klinkt nu natuurlijk deze titel van het laatste hoofdstuk in het boek. En toch. Als we haar bedenkingen van het verstrijken van de tijd accepteren als iets dat leerzaam en de moeite waard kan zijn, dan kunnen we dankzij haar vele opnamen met een warm gevoel deze fantastische zangeres blijven eren. Haar ruime en flexibele stem, haar intense intonatie voor zovele diverse emoties van het menselijke spectrum, haar betrokkenheid bij de vrijheid van het individu, man of vrouw, blank of kleurling. Haar besef ook van de waarde van echte kunst, en van – welja! – schoonheid. Haar besef van evolutie: Door te leven verandert de manier waarop we denken over een lied, een aria of een hele operarol. Door te leven krijgen we meer informatie (p. 300). Heel af en toe is een hoofdstuk wat minder relevant door een opeenstapeling van anekdotes die waarschijnlijk enkel voor wie ze beleefd heeft betekenisvol zijn – in het hoofdstuk Racisme bestaat nog steeds bijvoorbeeld. Maar deze biografie van Jessye Norman is schitterende lectuur voor iedereen die via haar talloze opnamen nog vaak wil genieten van haar expressieve en heerlijke stem en wil kennismaken met haar no-nonsense levenswijsheid. Haar interpretatie van de Vier letzte Lieder van Richard Straus op kop, een ijkpunt in de vertolking van deze liedcyclus – Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Kurt Masur. Elk hoofdstuk van de biografie wordt voorafgegaan door de tekst van een lied of song. In de postlude citeert ze een frase ontleend aan haar voorouders: This little light of mine, I’m gonna let it shine. Een betere zin om deze hommage af te sluiten, is niet te bedenken.


  • WAT: De muziek van mijn leven. Naar de autobiografie van Jessye Norman Stand Up Straight and Sing! a memoir
  • UITGAVE: Kosmos Uitgevers
  • FOTO: © Carol Friedman