U kan de tekst van een opera, het libretto dus, niet genoeg lezen en kennen. Dit geldt voor alle opera’s  maar zeker voor de opera’s en drama’s van Richard Wagner. De prestigieuze Duitse uitgeverij Königshausen & Neumann helpt u daarbij. Zij hebben nl. samen met Rolf Stemmle de libretti van de twee jeugdopera’s van Wagner, teksten die hij ook zelf schreef, als boekje uitgegeven: de romantische opera “Die Feen” (1833) en de komische opera “Das Liebsverbot oder die Novize von Palermo” (1835). Handige en praktische boekjes. Zeker lezen.

 

U kan de tekst van een opera, het libretto dus, niet genoeg lezen en kennen. Dit geldt voor alle opera’s  maar zeker voor de opera’s en drama’s van Richard Wagner. De prestigieuze Duitse uitgeverij Königshausen & Neumann helpt u daarbij. Zij hebben nl. samen met Rolf Stemmle de libretti van de twee jeugdopera’s van Wagner, teksten die hij ook zelf schreef, als boekje uitgegeven: de romantische opera “Die Feen” (1833) en de komische opera “Das Liebsverbot oder die Novize von Palermo” (1835). Handige en praktische boekjes. Zeker lezen.

Hoe zalig is het om in de tuin of op een zonnig terras in alle stilte in het gezelschap te zijn van zo’n libretto. De uitgaven zijn mooi verzorgd. Naast een beknopte maar gevatte inleiding en situering als Vorwort door Rolf Stemmle, begint elk boekje met een overzicht van de nummers waaruit de opera bestaat, bvb. Erster Akt, 1. Bild : Feengarten, Introduktion : Chor der Feen, Rezitativ : Farzana, Zemina – Chor der Geister und Feen. 2. Bild Einöde mit Felsen, enz. Dan volgt de lijst met de namen en de stemtypes van de personages waarna u lezend kan beginnen wegdromen op de deining van Wagners expressieve, poëtische taal.

Typisch, uitgesproken Wagner

Bij deze eerste libretti valt op dat Wagner zijn later zo typische alliteratie,  nog niet aanwendt. De komische dialogen van “Das Liebesverbot” eindigen wel reeds alle op rijm: „glühen wir-kocht in mir-Freiheit hier“ bvb., of “Helft mir, ich komm vor Lachen um!“ (de edelman Luzio), beantwoord met  „Ich schlag euch Arm und Beine krumm!“ (de herbergier Danieli), „Was mag das wieder sein?“, „Was Neu’s von Friedrichs Alberein“, „ermannt-entmannt-entbrannt-gekannt“,  „Masken all, voller Brust, dreifach Karneval, seine Lust“, enz.

In “Die Feen” komen  er (slechts) drie monologen voor nl. deze van Arindals vriend Gernot (1ste akte/2de scène), deze van de Fee Ada (2de akte, Szene und Arie) en deze van Koning Arindal (3de akte). Met uitzondering van  Ada’s tekst zijn deze in vergelijking met Rienzi en Parsifal bvb., nog relatief kort. Omzeggens alle uitspraken en replieken, zijn voorzien van een uitroepteken! Wagner was echt de dichter van het “Ausrufungszeichen”!. Dit wijst op de geaardheid van de declamatie en voordrachtwijze. Luidop lezen dus. Aan emotionele, oververhitte bronstigheid geen gemis. Großartig! Typisch, uitgesproken Wagner. “Wunder über alle Wunder”, “O, welch entsetzliches Geschick”, “Ich füfl’s! Leb wohl, mein Lieb“, „Ihn werde ich verlieren, um ewig tot  zu sein“, „welch göttlich schönes Weib!“, enz.

In de 2de scène van de 1ste akte van Wagners “Opernerstling” (een mooi woord hé?) “Die Feen”, situeert zich het verhaal over de heks dat Gernot als Romanze vertelt. Hier is het nog een Romance, in de “Holländer” wordt het vertellen van een verhaal een Ballade (Senta). Het is het verhaal over de lelijke heks Dilnovaz, die door een toverring “jung und schön” wordt, maar wiens vinger op een bepaald ogenblik n.a.v. een bepaalde gebeurtenis door de koning wordt afgehakt met alle gevolgen van dien… Heerlijk! Ga het vlug lezen!

Reeds in “Die Feen”, een compositie gebaseerd op een fabel van Carlo Gozzi (1720-1806), van een nauwelijks 20-jarige koorleider (repetitor) van het theater in Würzburg,  een zekere Richard Wagner, ontmoeten we typische Wagner elementen. Rolf Stemmle somt ze in zijn voorwoord op: het “Feenreich mit Palast und Gärten”, een “geheimnisvolle Einöde”, het „Frageverbot“, (Arindal mag als voorwaarde voor haar liefde niet vragen aan de Fee Ada wie zij is), een heuse “Kriegsszene”, een  “Prüfung”,  “Wahnsinn”  (van Arindal met name), een  „furchtbaren Kluft“ zoals de „Wolfsschlucht“ in Webers „Freischütz“,  en een “heroischen Kampf gegen Erdgeister und eherne Männer”. En het hier reeds centrale thema van  “Eenheid van  liefde en kunst”, zou Wagner in al zijn latere drama’s  monumentaal  uitwerken. Wagner hoopte op een opvoering van zijn “Feen” in Leipzig maar de nochtans toen heel beroemde pianist en dirigent Ferdinand Stegmayer (1803-1863) en de al even bekende, zingende regisseur  Franz Hauser (1794-1870) die ook arts, bas en zangpedagoog  was, (hij was ooit een legendarische Sarastro), dachten daar anders over. De opvoering ging niet door en de première was pas 53 jaar later, op 29 juni 1888 in het Nationaltheater in München o.l.v. Franz Fischer (1849-1918). Fischer was een vooraanstaande Wagner dirigent, die Wagner persoonlijk had gekend en afwisselend met Hermann Levi, Parsifal dirigent was in Bayreuth. Deze opvoering was een danig succes dat de opera tot 1895  wel vijftig opvoeringen kende. In  1910 werd „Die Feen“  in het  Münchense Prinzregententheater nieuw geënsceneerd. De meer dan legendarische bariton en theaterintendant Angelo Neumann (1838-1910) die met zijn eigen reizend Wagner ensemble (bestaande uit een orkest o.l.v. de gewezen kopiist van Wagner in Bayreuth Anton Seidl (1850-1898), koor, zangers, zangeressen, decors en een hele ploeg aan theatertechnici!) overal in Europa Wagner opvoeringen bracht, bracht de opera  in Praag en ze werd opgevoerd in Zürich, Stuttgart en in 1938 in Leipzig.

“Das Liebesverbot”, naar de komedie “Measure for Measure” van William Shakespeare, werd geschreven voor de  “Schauspieltruppe” van Heinrich Bethmann in Bad Lauchstädt en Maagdenburg. Zij studeerden de muzikale komedie over ontucht, genade en wellustige gedachten in nauwelijks tien dagen tijd in en brachten de opera van het 23-jarige verliefde heethoofd Richard Wagner op 29 maart 1836 in Maagdenburg in première. In deze stad zou Wagner voor de eerste keer maar helaas niet voor de laatste keer, geconfronteerd worden met schuldeisers. Ongeveer vanaf die tijd begon hij ook onophoudelijk geld te lenen van vrienden. In november van dat jaar 1836 huwde Wagner met Minna en vluchtte met haar naar Königsberg. Vier jaar later, zo vertelt Rolf Stemmle in zijn voorwoord,  hoopte Wagner zijn opera op de planken te krijgen van het oude (eerste) Renaissance-Theater, toen nog in de salle Ventadour in Parijs in 1837, opgericht door de jonge Victor Hugo en Alexandre Dumas. (Vandaag bevindt dit theater zich in het prachtig gebouw aan de boulevard Saint-Martin (10de arr.)). De opvoering  zou geregeld worden door Meyerbeer maar het theater moest sluiten en de opvoering heeft nooit plaats gevonden. Wagner bleef Wagner en bleef niet bij de pakken zitten. Hij begon meteen aan een nieuwe grote indrukwekkende “Tragische Oper” in vijf akten met “Schmerzensschrei”, “Kampflieder”, “Sturmglocken”, “Begnadigung” en een “Dankgebet” voor de “Kampf und Sieg der Volkspartei”, “Rienzi” met name (première 1842), en las het verhaal over een vervloekte zeekapitein… Hij las er nog meer over, schreef er zijn eigen tekst over, zette deze op muziek en op 19 november 1841 trok hij de dubbele maatstreep op de partituur van zijn romantische Opera “Der fliegende Holländer”.

„Jugendsünden“

In 1866 stuurde Wagner de originele partituren van zijn beide opera’s, zijn twee „Jugendsünden“, vanuit Luzern als kerstgeschenk aan Koning Ludwig II van Beieren. Dit leidde later tot de juridische discussie omtrent het Auffürungsrecht”, wat Cosima er uiteindelijk toe deed beslissen dat Bayreuth de rechten had van alle Wagner opera’s maar niet  van “Die Feen” en “Das Liebesverbot”. Daardoor startte in Bayreuth de traditie deze beide opera’s tijdens de Festspiele niet op te voeren. De opera’s werden weliswaar nog opgevoerd tijdens de Wagner cyclus van 1888 in München, in 1923 aan de Münchense Opera (Nationaltheater München) o.l.v. de toen nog jonge, latere nazi dirigent, componist en cellist Robert Heger (1886–1978), die door Hitler in 1944 op zijn “Gottbegnadeten-Liste” onder de “Unersetzlichen (onvervangbare) Künstler“ geplaatst werd. De twee jongste dirigenten op de lijst waren nota bene Joseph Keilberth (1908–1968) en Herbert von Karajan (1908-1989), beiden 36 jaar jong. Deze lijst, zeg ik met enige schroom, was de belangrijkste lijst uit de geschiedenis van de muziek want als je naam op die lijst stond, werd je niet naar het front gestuurd. Zonder die lijst zouden naast de twee genoemde dirigenten, o.a. Hermann Abendroth (1883–1956), Karl Böhm (1894–1981), Eugen Jochum (1902–1987), Hans Knappertsbusch (1888–1965), Clemens Krauss (1893–1954) en Hans Schmidt-Isserstedt (1900–1973), zonder de minste twijfel naar het front zijn gestuurd. Maar ook hun namen stonden op de lijst en het was… 1944.

In 1933 en 1938 volgden nog nazi opvoeringen in Leipzig en in Dortmund, in 1962 volgde dan de eerste integrale opname van “Das Liebesverbot” door het Orkest van de Oostenrijkse radio en in datzelfde jaar werd “Die Feen” in het kader van de Internationalen Jugendfestspieltreffens in Bayreuth opgevoerd. Daarna volgden verschillende operahuizen  o.a. in 1981, het Theater Wuppertal. Vier jaar later bracht het Internationale Jugendfestspieltreffen in Bayreuth, “Das Liebesverbot”  dan weer onder de aandacht maar daarna was het wachten tot 1983, wanneer dirigent Wolfgang Sawallisch en regisseur Jean-Pierre Ponelle “Das Liebeverbot” in de Bayerische Staatsoper opvoerden als onderdeel van de opvoering van al Wagners opera’s  n.a.v. de 100ste herdenking van zijn overlijden.

Lees deze libretti en ontdek aan de hand van zijn passionele verwoordingen en humoristische uitlatingen welk een literair talent Richard Wagner was. Doe dat met al zijn libretti zonder daarbij één noot te beluisteren. Wacht daar mee. Lees, lees nog eens, onthoud, krijg inzicht in de verhalen, de personages, de handeling en de verbanden, en ga dan luisteren. U wacht dan het summum van geluk!