Als Band 10 verscheen in de zeer gespecialiseerde reeks musicologische uitgaven van de KlangKulturStudien, een studie van Dr. Ricarda Kopal over Herbert von Karajan. Het is een muziek-etnologische studie geworden over het fenomeen Karajan als Musikstar.

Specialiste van de dirigenten mythe

Aan het Institut für Musik­wissen­schaft und Medien­wissen­schaft van de Humboldt universiteit in Berlijn, bestaat zoiets als een bangelijk intellectuele Forschungsgruppe voor en naar Musikethnologie und Anthropologie der Musik (BEAM). Dr. Ricarda Kopal werkt daar als Kuratorin op het gebied van Musikethnologie, Medientechnik en Berliner Phonogramm-Archiv, en is in die hoedanigheid ook verbonden aan het Ethnologisch Museum in Berlijn. Ricarda Kopal neemt in Duitsland zowat aan alle referaten, congressen en symposia deel waar er binnen de Musikforschung ook maar eventjes plaats wordt gemaakt voor een etnomusicologische benadering van het besproken onderwerp. Reeds in 2010 nam ze in Keulen deel aan het Karajan-Diskurs, een symposium Zur gesellschaftlichen und musikalischen Inszenierung eines Dirigentenmythos. Nu is haar boek verschenen.

Neutrale, zakelijke observatie

Het boek stelt zich de vraag hoe dirigent Herbert von Karajan (1908-1989) vandaag ervaren wordt op het gebied van de klassieke westerse kunstmuziek en hoe het werkt als referentiepunt voor belanghebbenden op dit gebied? Deze vraag staat centraal binnen een etno musicologische benadering die zich bezighoudt met het huidig image van Karajan, specifiek op sociaal gebied. Een dergelijke benadering was tot op heden grotendeels Anglo-Amerikaans. Als theoretisch uitgangspunt dient bij Kopal het concept van de habitus op sociaal gebied van Pierre Bourdieu, evenals onderzoek naar het muzikaal Sterrendom. Het boek betracht voor het eerst een neutrale observatie van Herbert von Karajan. Het is een interdisciplinair naslagwerk zonder biografische referentie en is zeer zakelijk en objectief. Het is een sachlichen Auseinandersetzung mit der Wirkungsweise dieses Ausnahmedirigenten.

Volgens de theorie van Bourdieu

Kopal onderwerpt het fenomeen Karajan aan een onderzoek volgens de reproductie- en distinctietheorie die de Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002) in zijn hoofdwerk La distinction, Critique sociale du jugement heeft beschreven. Die komt hier op neer dat om macht en invloed te verwerven binnen een bepaald veld (champ), mensen economisch, cultureel en sociaal kapitaal nodig hebben. In elk veld ontwikkelen mensen dan onbewust een bepaalde habitus, een duurzame manier van waarnemen, denken en handelen. Gezien het uniek sterrendom van Karajan binnen de wereld van de klassieke muziek, is het, en zeker niet volgens Kopal, niet overbodig om dit uniek fenomeen eens van binnenuit uit te vergroten om zo te komen tot beter begrip en duiding.

Stimulans voor verder onderzoek

Het is een boek waarin eindelijk eens iemand het veld opent voor een inhoudelijke bespreking van de werking van deze uitzonderlijke dirigent. Want, dat hij uitzonderlijk was staat buiten kijf, hoe dan ook. Het boek met veel Engelse citaten ziet zich als een stimulans voor verdere wetenschappelijke studie. In het bijzonder, kan de historische impact op de interpretatie van de geschiedenis een unieke empirische ervaring worden op basis van het getuigenis meer dan vijftig jaar geluidsopnamen? Dit is een zaak voor toekomstig onderzoek.

Karajan vandaag

Tussen juni 2009 en maart 2013 interviewde Kopal muziekjournalisten, muziekpedagogen, toontechnici en concertbezoekers. Haar presentatie richt zich op de manier waarop Karajan vandaag wordt gezien op het gebied van de zogenaamde West-Europese kunstmuziek. Door onderzoek van de berichtgeving in de media, vooral tijdens het Karajan Jaar 2008, en door het uitvoeren van veldwerk op het gebied van de West-Europese kunstmuziek, realiseerde Kopal zich, beïnvloed door de Amerikaanse etnomusicoloog Philip Vilas Bohlman, dat sterrenstatus een belangrijk referentiepunt leek te zijn. Verschillende academische disciplines buigen zich wel over het fenomeen sterrendom, maar er zijn weinig benaderingen die zich concentreren op muzieksterren, laat staan op klassieke muzieksterren. Daarom gaat ze eerst in de lijn van haar collega Silke Borgstedt, die promoveerde op Der Musik-Star. Empirische Imageanalysen von Alfred Brendel, Stefanie Hertel und Robbie Williams auf Basis einer historisch-systematischen Starkonzeption, een kijkje nemen in de rol van het sterrendom in (etno) musicologisch onderzoek in het algemeen, om vervolgens een overzicht te geven van een aantal aspecten die van bijzonder belang waren voor haar onderzoek. Op basis van deze aspecten toont ze aan hoe in het geval van Karajan, een “starimage” werd gemaakt en versterkt werd door stereotiepe herhaling. Omdat Karajan al meer dan twintig jaar overleden is, buigt ze zich ook over een aantal aspecten van het historisch discours in verband met zijn “ster-image”.

Gedegen inhoud

Kopal opent haar boek met een situering van Musikethnologische Forschung im Feld der „klassischen westlichen Kunstmusik”: Standortbestimmung. Als Musikethnologische Perspektive onderscheidt ze „Klassisch” , „Westlich”  en „Kunstmusik”. Dit loopt afgekort als KWK als een rode draad doorheen haar boek. Vervolgens bespreekt ze in de lijn van de Zweedse antropoloog Ulf Hannerz, Methodische Implikationen musikethnologischer Feldforschung „at home” , the ethnomusicological past, en online. Haar 4de hoofdstuk bevat de essentie van haar betoog. Daarin heeft ze het over het Startum als Forschungsperspektive in der Musikethnologie, Stars, Startum und Image en het Image-Begriff. Om Die Konstruktion eines Karajan-Images te volgen en te begrijpen bespreekt ze  in de zin van de methodologische analyse de discours van Michel Foucault, verschillende componenten als Diskursgeschichtliche Bezugspunkte, Perfektionismus, Technikaffinität, Nachwuchsförderung, Nationalsozialismus, Erfolg en Schönklang oder Karajan-Klang (de legendarische Karajan Sound). In Karajan als Bezugspunkt für das gegenwärtige „Kunstmusikwesen” plaatst ze hem onder Musiker und Musikerinnen, Wissensvermittlung en Medien, Lokale Geschichte und Erinnerung, Generationenunterschiede , Kulturmanagement , Institutionen en Politik. Als Schlussbetrachtung beschrijft en resumeert ze dan Karajan als „klassischer” Musikstar. Een bibliografie en diskografie , een Verzeichnis der Filmbeiträge im Karajan-Jahr en een in het Engels samenvattende Zusammenfassung vervolledigen deze sociologische studie, een intellectuele analyse van de bovenste plank die ik u kan aanbevelen.