Begrijpend luisteren: een gids voor een beter gehoor

Vele muzikale begrippen zijn voor de doorsnee muziekliefhebber al even ondoorgrondelijk als het vakjargon dat sportjournalisten hanteren. 

Begrijpend luisteren: een gids voor een beter gehoor

Vele muzikale begrippen zijn voor de doorsnee muziekliefhebber al even ondoorgrondelijk als het vakjargon dat sportjournalisten hanteren. Het leerboek Van noten en tonen. Wegwijs in muzikale begrippen, dat in september 2010 verscheen, wil dit euvel verhelpen en bespreekt daartoe op een heldere manier een aantal van de grondslagen uit de muziekleer. Inzicht in de bouwstenen van de (klassieke) muziek intensifieert immers het plezier en de emotie die met het luisteren gepaard gaan. 'Dit begrijpen [van de muziek] maakt haar schoonheid niet stuk, maar zorgt er precies voor dat wij die opmerken', zo wordt de Duitse musicoloog Hans Eggebrecht geciteerd. En dat is ook het uitgangspunt van Ignace Bossuyt, de auteur van deze publicatie: het emotioneel genot van de muziek wordt niet beknot, maar versterkt door de kennis van de regels. Wie dus echt van muziek houdt, is bereid zich de spelregels en de specifieke terminologie eigen te maken.

Tot de gangbare muzikale basiselementen die in het boek beknopt behandeld worden, behoren de melodie, de maat en het ritme, de akkoorden, de tonaliteit, het tempo, de dynamiek en ten slotte de klankkleur. Naast deze zeven hoofdstukken, die samen deel één van het boek vormen, worden in een tweede deel alfabetisch een aanzienlijk aantal courante (ballet, pianoconcerto, sopraan) en minder courante muziektermen (aleatorie, kreeftgang, semibrevis) (zeer) summier verklaard. Dit lexicon, met bijhorende muzikale referenties, maakt dat deze inleiding evengoed als naslagwerk kan worden gehanteerd. Ongetwijfeld een bijkomende troef, niettegenstaande er in dit genre in het Nederlands taalgebied degelijke alternatieven beschikbaar zijn die naast de muzikale terminologie ook instrumenten en componisten aan bod laten komen. Het gebruiksvriendelijke woordenboek XYZ van de klassieke muziek onder redactie van Katja Reichenfeld (Van Holkema & Warendorf, 2003) is hiervan een goed voorbeeld. Een korte literatuurlijst en, vooral, een index van namen en composities ter illustratie van de gebruikte termen sluiten Van noten en tonen af.  

Het bijwijlen technische, tekstuele gedeelte wordt aanschouwelijk gemaakt aan de hand van notenvoorbeelden en andere didactische hulpmiddelen. Een leek wordt mogelijk afgeschrikt door een paginagrote afdruk van de inzet uit de derde symfonie van Johannes Brahms (p. 35) of de zogeheten kwintencirkel (p. 50) – de schematische weergave van een reeks tonaliteiten –, maar de lezer zal snel merken dat deze voorbeelden het betoog bevattelijker en de lectuur een flink stuk aangenamer maken. Probeert u als ongeschoolde Liebhaber de volgende passage uit het derde hoofdstuk over consonanten en dissonanten, met de misleidende doch snedige titel 'Goed en slecht', maar eens te vatten zonder enige visuele ondersteuning (p. 39): 'De melodie, […], plaatst Bach in de sopraanpartij. Hij harmoniseert het koraal vierstemmig door toevoeging van drie onderstemmen (alt, tenor en bas). Per kwartnoot schrijft hij een akkoord. Hier en daar splitst hij de kwart in twee achtsten om een vloeiende melodische beweging in secunden te bekomen. Het eerste akkoord, als opmaat naar maat 1, bestaat uit de tonen re – fa – la: d' (bas) – d' (tenor) – f' (alt) – a' (sopraan): een volmaakte drieklank met kleine terts en kwint.' En zo loopt de beschrijving van de aanhef van de koraalmelodie O Haupt voll Blut und Wunden uit Bachs Mattheuspassie nog een halve pagina verder. Het moge duidelijk zijn: zonder illustraties zou dit werkje al snel verzanden in een gortdroge, klankloze woordenstroom. Gelukkig zijn de muziekvoorbeelden even representatief als talrijk en heeft de auteur daarvoor geput uit zowel 'populaire' stukken (Vivaldi's Vier Jaargetijden) als minder bekende werken (Purcells barokopera Dido and Aeneas). En dan nog blijven sommige tekstdelen een harde noot om te kraken.   

Ignace Bossuyt is met dit boekje niet aan zijn proefstuk toe. Deze West-Vlaamse professor zet zich met zijn publicaties al vele jaren onverdroten in om klassieke muziek ook voor een breder publiek toegankelijk te maken. Populariseren, heet dat dan met een in dit geval fout woord. Want de analyses van deze academicus op relatieve rust mogen dan wel drempelverlagend werken, ze zijn ook steeds met de nodige musicologische kennis onderbouwd. De nadruk ligt daarbij in vele gevallen, maar allerminst uitsluitend, op de renaissancepolyfonie en de barok, J.S. Bach (1685-1750) in het bijzonder, met monografieën over onder meer de monumentale Golbergvariaties (BWV 988) en het schitterende Weihnachts-Oratorium (BWV 248).

Daarnaast is Bossuyt ook docent aan de Universiteit Vrije Tijd van het Davidsfonds. Het idee voor Van noten en tonen is gegroeid uit de terugkerende vragen van de deelnemers aan de muziekcursussen, zo leert het dankwoord, en biedt menig cursist een handige leidraad en een eerste kennismaking met de muziekleer. Maar zoals de auteur in het voorwoord zelf te kennen geeft, kunnen binnen het beknopte bestek niet alle elementen in detail behandeld worden. Waarschijnlijk is de toegevoegde waarde voor de muzikaal geschoolde lezer daarom eerder beperkt, terwijl de hoofdstukjes op een aantal andere punten niet meer dan een opstapje kunnen zijn. De vormgeving is sober met een aantal groene kleuraccenten en opgevulde letters als ware het vierde noten. Het lettertype is duidelijk, doch in het lexicon behoorlijk klein. Dit boekje springt in het rek dus niet meteen in het oog, maar dat is ook niet de bedoeling. Het oefenen en aanscherpen van het oor: dat is de betrachting.

In een interview in De Tijd twee dagen voor het Klara-evenement 'Iedereen klassiek' in Gent, dat plaatsvond op 3 december 2011, waarschuwde presentator Kurt Van Eeghem dat men bezig is de klassieke muziek te vermoorden. “Klassiek wordt weggestopt in een getto en dat is rampzalig.” De auteur van Van noten en tonen heeft alvast de niet onaanzienlijke verdienste de muren van dit getto te willen slopen. Of althans de noodzakelijke werktuigen aan te reiken waarmee dit kan. En hij doet dit op een laagdrempelige en bijgevolg toegankelijke manier. Het eindresultaat is daarmee ook een treffend voorbeeld van de ijver waarmee bevlogen lesgevers, ook wanneer ze op emeritaat zijn, de jeugd trachten binnen te gidsen in de meest wonderbaarlijke der werelden: die van de klassieke muziek.  

Ontwaart u dus een ontluikend muzikaal gevoel bij een familielid of vriend, dan zal u hem/haar met deze gids ongetwijfeld een groot plezier kunnen doen.