Heeft muziek morele waarde? Word je van muziek een beter mens? Dat is een oud thema dat ook vandaag nog menig filosoof bezighoudt. Wie Herinneringen van Lex van Weren (1920-1996) trompettist in Auschwitz heeft gelezen, kent het antwoord: een eenduidig ‘neen’.

Dit boek maakt echter ook duidelijk dat muziek meer dan welke andere kunstvorm de kracht heeft om de moraal van de mens te versterken op de meest onverwachte plaatsen en onder de meest bizarre omstandigheden.

Trompettist in Auschwitz werd in 1979 opgetekend door journalist Dick Walda. Het boek beleeft dit jaar een herdruk ter gelegenheid van de vijfenzeventigste herdenking van de bevrijding van Auschwitz. Het laat de lezer kennis maken met de gruwelen van het vernietigingskamp gezien door de ogen van een gewone Amsterdamse jongen, maar met een bijzonder talent.

De jonge jazztrompettist Lex van Weren vertelt hoe ook hij in de val van de Duitse bezetter liep waarin tienduizenden joden hem al waren voorgegaan. Net zoals heel veel anderen dacht hij bij elke Duitse maatregel weer: het zal wel met zo’n vaart niet lopen, als dit nu alles is dan is het nog wel te doen. Maar steeds kwam er weer een nieuwe beperking bij. Het beroepsverbod van musici, de invoering van de jodenster, de invoering van de Joodse Raad, de eerste deportaties naar Westerbork enzovoorts, sluipenderwijs sloot het net zich steeds verder. Eind september 1943 kwam hij aan in Auschwitz met een transport uit het doorgangskamp Westerbork. Het werd echter niet zijn laatste reis zoals voor de meeste van zijn lotgenoten. Hij zou als één van de weinigen het kamp overleven.

Was Van Weren naïef? Als je zijn verhaal leest weet je wel beter: niemand kon zich voorstellen dat de totale vernietiging van het Jodendom op het programma stond. De duivelse machine waarmee de Duitse bezetter stapsgewijs een complete bevolkingsgroep demoniseerde, vervolgens uit het openbare leven verwijderde, in isolement dreef, en tenslotte bijna compleet vernietigde, zat zo geraffineerd in elkaar dat velen het naderend onheil niet zagen aankomen.

Zelfs toen hij na een reis van drie dagen en nachten in een overvolle veewagen uitgeput in Auschwitz uitstapte en zag hoe vrouwen, kinderen en bejaarden als beesten naar de gaskamers geranseld werden, kon hij het nog niet geloven. Tot zoiets waren mensen toch niet in staat? Het ging zijn voorstellingsvermogen ver te boven. Hij had geluk: hij was jong en gezond en mocht nog even blijven leven. Hij werd als dwangarbeider naar de mijnen in Janina gestuurd, waar overigens niemand het langer dan een paar weken volhield.

De trompet werd zijn redding. Toen daar toevallig bleek dat hij ‘Musiker’ was, stegen zijn kansen op overleven aanmerkelijk. Musici waren geliefd in Auschwitz. Trompettisten waren zeldzaam en hij was ook nog eens een goeie.  Het werd het keerpunt in zijn leven.

Hij kreeg een trompet en trad toe tot één van de drie orkesten die Auschwitz rijk was. Die orkesten werden op de meest uiteenlopende momenten ingezet als kleine maar niet onbetekenende tandwieltjes in het vernietigingsapparaat: muziek werd ter opluistering ingezet bij de aankomst van de transporten, bij het ochtendappel, bij het vertrek van de dwangarbeiders naar de mijnen en hun terugkomst, bij marteling, bij executies, zelfs bij de gaskamers.

Ook tijdens de feestjes van de SS’ers mocht het niet ontbreken aan een ensemble of orkest. Dan betekende een mooi stuk muziek voor de kampbeulen een welkome afwisseling op hun monotone bestaan van martelen en moorden. Van Weren registreerde alles feilloos, waar hij ook moest opdraven. Toen hij eind voorjaar 1945 na een maandenlange omzwerving vol ontberingen weer thuis was, besloot hij zich op zijn muzikale carrière te storten als medicijn om te vergeten. Dat ging een tijdje goed. Hij had succes als orkestleider van het City Theaterorkest in Amsterdam, een van de laatste bioscooporkesten van Nederland. Maar uiteindelijk kwamen zijn demonen toch uit de kast

Het lukte hem niet om de gebeurtenissen te verwerken, ook niet nadat hij zijn verhaal door Dick Walda had laten optekenen. De vraag hoe mensen in staat waren om elkaar zoiets aan te doen, bleef hem altijd bezighouden. Het antwoord zou hij niet vinden. Voor hem hield de oorlog nooit op.

De koele, zakelijke, bijna emotieloze en daardoor des te indringender wijze waarop Van Weren de lezer deelgenoot gemaakt van de gruwelijkste gebeurtenissen, grijpt je vanaf de eerste pagina bij de lurven. Hoe die eenvoudige Amsterdamse jongen in de hel van Auschwitz terechtkwam en uiteindelijk door zijn talent werd gered, levert een verhaal op dat niet  te bevatten is voor wie het niet meegemaakt heeft, maar dat  toch waar gebeurd is.

Dat verhaal mag nooit vergeten worden, omdat onze vrijheid ons hoogste goed is. Daarom is deze heruitgave meer dan noodzakelijk

Even terug naar het begin van dit stukje: Trompettist in Auschwitz laat ook zien dat muzikaliteit een talent is dat ieder mens wel in meer of mindere mate bezit, zoals het vermogen tot lezen, schrijven, spreken. Muziek kent daardoor goed noch kwaad. Zij bestaat overal, zelfs waar menselijkheid heeft plaatsgemaakt voor dierlijke overlevingsdrift.

Muziek als normale menselijke behoefte kan troost brengen aan iedereen, ook aan de laagste moordenaar. Het is Lex van Werens redding geworden. Verplichte kost voor iedereen.


  • WAT: Trompettist in Auschwitz Herinneringen van Lex van Weren
  • AUTEUR: Dick Walda, inleiding van Eric Vloeimans
  • UITGEVER: Uitgeverij Balans 2020 – paperback,175 pag., € 16,90